De Grondwetwijzer

Hieronder ziet u de Grondwetwijzer. Met deze tabel kunt u politieke partijen beoordelen aan de hand van de Nederlandse grondwet. Bij elk aandachtspunt kunt u in een pop-up-venster aanklikken wat er in het landelijke verkiezingsprogramma van een partij staat vermeld. U kunt met de tabel zelf een waardering geven aan die punten in een plaatselijk verkiezingsprogramma: staat er daar iets over in, en ondersteunt of versterkt dat de Grondwet? U kunt de aandachtspunten die u niet belangrijk vindt wegklikken door op het minnetje te klikken dat voor de rij staat. Op dezelfde manier kunt u hele onderwerpen laten verdwijnen. De totaalscore van die partij past zich dan vanzelf aan. Als u uw muis boven het aandachtspunt houdt verschijnt het grondwetsartikel dat er bij hoort. Om de informatie achter ons eerste oordeel te zien dient u uw muis boven het hokje met + +, +, 0, — of — — te houden. Zo kunt u uw oordeel geven in een bandbreedte van heel positief (++) tot heel negatief (--). Wij raden u sterk aan om kritisch te blijven en oordelen aan te passen waar u dat nodig acht. Dit kan door uw muis boven een hokje te houden en het oordeel te veranderen, ook dan zal de totaalscore zich aanpassen. Het doel van deze Grondwetwijzer is immers niet een kant-en-klare toets aan de Grondwet; wij hopen vooral dat u inzicht krijgt in wat u zelf belangrijk vindt bij het vergelijken van partijen.

Alles naar 0
Onderwerp Aandachtspunt VVD PvdA SP CDA PVV D66 CU GL SGP
Onderwerp Aandachtspunt VVD PvdA SP CDA PVV D66 CU GL SGP
Staatsbestel Grondwetgericht
Staatsbestel Gelijke behandeling en non-discriminatie (1)
Artikel 1. Gelijke behandeling en discriminatieverbod
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.
Staatsbestel Godsdienstvrijheid (6)
Artikel 6. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
  1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
  2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.
Staatsbestel Tegen huiselijk geweld (11)
Artikel 11. Onaantastbaarheid lichaam
Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.
Staatsbestel Wetgeving over referendum (81)
Artikel 81. Vaststelling wetten
De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.
Staatsbestel Rechtsstaat (112)
Artikel 112. Competentie rechterlijke macht; administratieve rechtspraak
  1. Aan de rechterlijke macht is opgedragen de berechting van geschillen over burgerlijke rechten en over schuldvorderingen.
  2. De wet kan de berechting van geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan, opdragen hetzij aan de rechterlijke macht, hetzij aan gerechten die niet tot de rechterlijke macht behoren. De wet regelt de wijze van behandeling en de gevolgen van de beslissingen.
Wereldwijde Migratie VN vluchtelingenverdrag (93)
Artikel 93. Rechtskracht internationale verdragen
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Wereldwijde Migratie Toegang tot Europa en asielprocedures
Wereldwijde Migratie Grondrechten bij terrorismebestrijding (1)(10)(15)
Artikel 1. Gelijke behandeling en discriminatieverbod
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Artikel 10. Privacy
  1. Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.
  2. De wet stelt regels ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met het vastleggen en verstrekken van persoonsgegevens.
  3. De wet stelt regels inzake de aanspraken van personen op kennisneming van over hen vastgelegde gegevens en van het gebruik dat daarvan wordt gemaakt, alsmede op verbetering van zodanige gegevens.


Artikel 15. Vrijheidsontneming
  1. Buiten de gevallen bij of krachtens de wet bepaald mag niemand zijn vrijheid worden ontnomen.
  2. Hij aan wie anders dan op rechterlijk bevel zijn vrijheid is ontnomen, kan aan de rechter zijn invrijheidstelling verzoeken. Hij wordt in dat geval door de rechter gehoord binnen een bij de wet te bepalen termijn. De rechter gelast de onmiddellijke invrijheidstelling, indien hij de vrijheidsontneming onrechtmatig oordeelt.
  3. De berechting van hem aan wie met het oog daarop zijn vrijheid is ontnomen, vindt binnen een redelijke termijn plaats.
  4. Hij aan wie rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, kan worden beperkt in de uitoefening van grondrechten voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt.
Wereldwijde Migratie Gemeentelijke autonomie (124)
Artikel 124. Autonomie; medebewind
  1. Voor provincies en gemeenten wordt de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake hun huishouding aan hun besturen overgelaten.
  2. Regeling en bestuur kunnen van de besturen van provincies en gemeenten worden gevorderd bij of krachtens de wet.
Bewoonbaarheid en klimaat Bewoonbaarheid van Groningen (21)
Artikel 21. Milieu
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Bewoonbaarheid en klimaat Milieu en klimaat (1)(21)
Artikel 1. Gelijke behandeling en discriminatieverbod
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Artikel 21. Milieu
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.
Bewoonbaarheid en klimaat Akkoord van Parijs concreet (21)(93)
Artikel 21. Milieu
De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

Artikel 93. Rechtskracht internationale verdragen
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Internationale politiek Internationale rechtsorde (90)(100)
Artikel 90. Internationale rechtsorde
De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Artikel 100. Handhaving of bevordering internationale rechtsorde
  1. De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.
  2. Het eerste lid geldt niet, indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.
Internationale politiek Vredesoperaties(97)
Artikel 97. Krijgsmacht
  1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.
  2. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
Internationale politiek Armoedebestrijding en eerlijke handel (90)
Artikel 90. Internationale rechtsorde
De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

‘Nederland voldoet dit jaar al feitelijk niet meer aan de VN-norm om 0,7 procent van het bruto binnenlands product te besteden aan armoedebestrijding. Door de sterk gestegen kosten voor asielopvang is het budget met bijna een vijfde geslonken, waarmee in praktijk 0,52 procent resteert voor echte ontwikkelingshulp. Zo'n sterke daling was volgens de voorgenomen bezuinigingen in het regeerakkoord pas voorzien vanaf 2016’. (de Volkskrant, 24 september 2015)
Internationale politiek Internationale mensenrechten (90)(93)
Artikel 90. Internationale rechtsorde
De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Artikel 93. Rechtskracht internationale verdragen
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Internationale politiek Europa (90)(93)
Artikel 90. Internationale rechtsorde
De regering bevordert de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

Artikel 93. Rechtskracht internationale verdragen
Bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, die naar haar inhoud een ieder kunnen verbinden, hebben verbindende kracht nadat zij zijn bekendgemaakt.
Economie en werkgelegenheid Werk voor iedereen (19)
Artikel 19. Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid
  1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
  3. Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.
Economie en werkgelegenheid Alternatief inkomen (19)(20)
Artikel 19. Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid
  1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
  3. Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.


Artikel 20. Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
  1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
  3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.
Economie en werkgelegenheid Fiscaal beleid tbv arbeid (19)(104)
Artikel 19. Werkgelegenheid; rechtspositie werknemers; arbeid
  1. Bevordering van voldoende werkgelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de rechtspositie van hen die arbeid verrichten en omtrent hun bescherming daarbij, alsmede omtrent medezeggenschap.
  3. Het recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid wordt erkend, behoudens de beperkingen bij of krachtens de wet gesteld.


Artikel 104. Belastingen
Belastingen van het Rijk worden geheven uit kracht van een wet. Andere heffingen van het Rijk worden bij de wet geregeld.
Economie en werkgelegenheid Spreiding welvaart (20)
Artikel 20. Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
  1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
  3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.
Zorg, onderwijs en ontplooiing Vergrijzing: ouderen en jongeren (1)(20)(22)
Artikel 1. Gelijke behandeling en discriminatieverbod
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Artikel 20. Bestaanszekerheid; welvaart; sociale zekerheid
  1. De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
  2. De wet stelt regels omtrent de aanspraken op sociale zekerheid.
  3. Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, hebben een bij de wet te regelen recht op bijstand van overheidswege.


Artikel 22. Volksgezondheid; woongelegenheid; ontplooiing
  1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
  2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.
Zorg, onderwijs en ontplooiing Culturele ontplooiing (22)
Artikel 22. Volksgezondheid; woongelegenheid; ontplooiing
  1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.
  2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
  3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.
Zorg, onderwijs en ontplooiing Deugdelijk onderwijs (23)
Artikel 23. Het openbaar en bijzonder onderwijs
  1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.
  2. Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.
  3. Het openbaar onderwijs wordt, met eerbiediging van ieders godsdienst of levensovertuiging, bij de wet geregeld.
  4. In elke gemeente wordt van overheidswege voldoend openbaar algemeen vormend lager onderwijs gegeven in een genoegzaam aantal openbare scholen. Volgens bij de wet te stellen regels kan afwijking van deze bepaling worden toegelaten, mits tot het ontvangen van zodanig onderwijs gelegenheid wordt gegeven, al dan niet in een openbare school.
  5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij de wet geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.
  6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.
  7. Het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet te stellen voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd. De wet stelt de voorwaarden vast, waarop voor het bijzonder algemeen vormend middelbaar en voorbereidend hoger onderwijs bijdragen uit de openbare kas worden verleend.
  8. De regering doet jaarlijks van de staat van het onderwijs verslag aan de Staten-Generaal.
Totaalscore

Voor het bepalen van de lijst waarop je wil stemmen gebruiken veel gemeenten een stemhulp op Internet. Wat je daarmee kunt meten is of programma’s van partijen en stemgedrag van hun kandidaten kloppen met je eigen voorkeur. Daartoe werken ze met stellingen. Iets anders is of die kloppen met de Grondwet. Om de manier te illustreren waarop een stemhulp met de Grondwet omgaat toetsen we hier een stelling uit het recente verleden aan de Grondwet: De regering moet gemeenten verbieden illegale vreemdelingen onderdak te geven. Beleidsvrijheid van gemeenten is al in de Grondwet opgenomen. Gemeentelijke autonomie ligt vast in het grondwetsartikel (124). Bovendien botst deze stelling met de grondwettelijke regeringsopdracht de internationale rechtsorde te bevorderen (90). In pop-up-vensters in de tabel zijn de landelijke verkiezingsprogramma’s van 2017 geïnventariseerd. De beoordeling met plussen en minnen voor plaatselijke verkiezingsprogramma’s is aan de kiezers zelf; gezamenlijk overleg daarover kan een goede basis vormen voor individuele beoordeling. Voor vergelijkbare gesprekken over grondwettelijke toetsing bij de gemeenteraadsverkiezingen kan een boekje dienen dat in alle gemeenten aandacht heeft gekregen. Het is uitgegeven bij Prometheus (2018) en ligt bij de boekhandel maar is ook zonder verzendkosten verkrijgbaar via de webshop-toets hierboven: DE GRONDWETWIJZER VOOR DIALOOG EN PRAKTIJK IN DE GEMEENTEPOLITIEK BAS en OLIVIER de GAAY FORTMAN Met medewerking van JEROEN VAN URK Uitgangspunt is hier dat naast een toetsing van partijprogramma’s en politiek beleid aan eigen voorkeur ook een toets aan grondwettelijk vastgelegde normen gewicht moet krijgen. Voor een duwtje in grondwettelijke richting bij het beoordelen van de plaatselijke partijprogramma’s wordt hieronder aangesloten bij problematiek waarop de Grondwet betrekking heeft. De betekenis daarvan op gemeentelijk niveau wordt geïllustreerd aan de hand van actuele politieke kwesties. De opzet is dat met benutting van deze website de kiezers zelf partijen en partijprogramma’s op grondwettigheid kunnen beoordelen en vergelijken. Burgers kunnen dan met (kandidaat-)raadsleden, andere partijpolitici en met elkaar —via contact op deze website of rechtstreeks— in gesprek gaan over de relevantie van de Grondwet in de eigen lokale context. Daarbij kunt u ook de veertien vragen gebruiken uit in de gemeente-editie van De Grondwetwijzer en die u kunt vinden onder het menu “Grondige vragen” op deze website. Hiermee wordt men aangemoedigd de politieke praktijk in het algemeen en partijvisies in het bijzonder in het licht van de Grondwet te houden. In een tijd van twijfel aan de werking van ons staatsbestel kan zulk grondwettelijk toetsen van partijen kiezers wellicht op weg helpen bij een beoordeling van wat hun volksvertegenwoordigers voorstaan en doen. Grondige aandacht voor de gemeentepolitiek Ook gemeenten zijn gehouden aan de Grondwet – en ieder gemeenteraadslid zweert of belooft er trouw aan. Dat verplicht de gekozen volksvertegenwoordigers het algemeen belang te koesteren. Maar vanzelfsprekend volgen hun kiezers ook het eigenbelang en eigen inzichten —Waar kan er nieuwbouw komen en waar niet? Kunnen asielzoekers worden gehuisvest en zo ja waar en hoe? Enzoverder. Vanzelfsprekend hebben ook de omstandigheden waarin mensen zichzelf bevinden invloed op hun politieke voorkeur. Met een stemhulp kan worden nagegaan welke stemkeuze daarbij voor de hand lijkt te liggen. Maar voor een bewuste kiezer houdt het daar niet op. Die wil nationale waarden mee laten wegen in het keuzevormingsproces en dus de Grondwet in het oog houden. Van actuele vragen over grondwettigheid van voorgesteld en/of uitgevoerd gemeentelijk beleid zullen hier een aantal voorbeelden de revue passeren. Voor dialoog en praktijk in het democratisch besluitvormingsproces zijn die relevant. Het staatsbestel Kernpunten in het reilen en zeilen van ons staatsbestel worden in de gemeente-editie van De Grondwetwijzer uitvoerig toegelicht. Een grondwettelijke visie op dit terrein vraagt oog voor waarden die burgers niet verdelen maar kunnen verbinden. Daarop kunnen partijprogramma’s en besluitvorming in de Raad worden getoetst. Relevante punten zijn: • Erkennen we in onze gemeente de Grondwet als pijler van democratie en rechtsstaat en richten dialoog en debat zich ook op handhaving van de grondwet? Wordt daarbij aanvaard dat de Grondwet ondeelbaar is en er dus niet selectief in kan worden ‘gewinkeld’? • Worden in onze politieke praktijk de grondprincipes van gelijke behandeling en non-discriminatie gerespecteerd (1)? • Worden álle grondrechten erkend, inclusief godsdienstvrijheid (6) en wordt daarbij gerespecteerd dat mensen zelf uitmaken wat ze als hun godsdienst beschouwen en hoe ze binnen het kader van de wet zich religieus organiseren? • Geven wij in onze gemeente effectief aandacht gegeven aan niet alleen privacybescherming (10), maar ook aan bestrijding van intimidatie, aanranding, verkrachting en huiselijk geweld (11)? • Zijn we ons ook in discussies over nieuw beleid bewust van de zeggenschap van regering en Staten-Generaal over wetgeving (81)? • Respecteren we de onafhankelijkheid en bevoegdheden van de rechterlijke macht (112) (113), ook waar het gaat om de toetsing van gemeentelijke verordeningen en besluiten aan internationale verdragen (94) zoals die over de mensenrechten? Wereldwijde migratie Op de omvangrijke problematiek die vluchten uit oorlogssituaties en economisch migreren meebrengen zijn er geen simpele antwoorden. Maar door gemeentebestuur en raad worden de verantwoordelijkheden die hier liggen algemeen erkend. Algemene acceptatie van de grondwettelijke opdracht de internationale rechtsorde te bevorderen en dus ook bestaande verdragen zoals het VN Vluchtelingenverdrag en de mensenrechtenverdragen te aanvaarden mag eveneens worden verwacht. Net als onze Grondwet gaan die verdragen uit van het begrip Allen. Grondwettelijk relevante punten zijn: • Accepteren we in onze besluitvorming de bevordering van de internationale rechtsorde die de Grondwet van de regering vraagt (90) en willen we ons ook lokaal inzetten voor nakoming van de verplichtingen van het VN Vluchtelingenverdrag, dat Nederland meer dan een halve eeuw geleden heeft geratificeerd (93) en waaraan het nog steeds is gebonden? • Wat wordt vanuit de plaatselijke omstandigheden voorgesteld en wat doen we om erkende vluchtelingen in staat te stellen op menswaardige wijze gelegenheid te krijgen tot integratie in de Nederlandse samenleving (1) (90) (93)? • Aanvaarden we dat vreemdelingen recht hebben op gelijke behandeling en bescherming tegen discriminatie (1)? • Gaan we in de wijze van opvang van vreemdelingen uit van de autonomie van het gemeentelijk bestuur ten opzichte van de landelijke overheid (117)? Bewoonbaarheid, milieu en klimaat Aan de overheidszorg voor de bewoonbaarheid van het land (21) hebben we onder meer de Deltawerken te danken. Maar bij debatten over bodemverzakkingen en aardbevingen als gevolg van aardgaswinning in Groningen blijft de grondwettelijk vastgelegde norm van (21) ongenoemd. In datzelfde grondwetsartikel wordt bepaald dat de overheid voor bescherming en verbetering van het milieu moet zorgen. Vooralsnog is verbetering nauwelijks aan de orde, maar wordt verminderde verslechtering ten doel gesteld. Van falende zorg voor bewoonbaarheid is trouwens ook sprake bij lage aanvliegroutes over of langs woongebieden en andere vormen van overlast door lawaai, stank en vervuiling. Voor zover bewoonbaarheid, milieu en klimaat afhankelijk zijn van buitenlandse factoren is de overheid verplicht waar nodig internationale samenwerking te zoeken. Dit was het geval in aanloop naar de Klimaatconferentie van Parijs in 2015. Mede vanwege de plicht de internationale rechtsorde te bevorderen (90) had de Nederlandse staat de taak alles te doen wat mogelijk was om een internationaal klimaatverdrag tot stand te brengen. Met het Akkoord van Parijs (2016) is dat er gekomen. De plicht om die afspraken na te komen resteert. Dit vraagt ook de inzet van plaatselijke politici en van de inwoners in hun gemeenten. Burgers mogen concrete plannen van hun politieke partijen en raadsfracties verlangen om bij te dragen aan energiebesparing en drastische vermindering van de uitstoot van broeigassen. Grondwet-punten op deze beleidsterreinen zijn: • Wat doen we in onze gemeente aan de bewoonbaarheid van het land waar die door uitvoering van plannen van de landelijke, provinciale en/of gemeentelijke overheid kan worden aangetast zoals bij gasboringen (20) (21)? Wordt ook bij het verlenen van vergunningen uitgegaan van deze verantwoordelijkheid en worden er dan ook maatregelen genomen tegen overlast door stank, geluid en andere vormen van aantasting van de bewoonbaarheid (21)? • Zetten we ons in onze gemeente daadwerkelijk in voor bescherming en verbetering van het milieu? Wat doen we als gemeentelijk beleid aantoonbaar leidt tot verslechtering (21)? • Accepteren we het akkoord van Parijs, en werkt onze gemeente mee aan de handhaving daarvan? Worden er binnen de mogelijkheden van de gemeentelijke huishouding concrete voorstellen gedaan tot nakoming van de in dat kader aangegane verplichtingen (21) (90) en (93)? Internationaal recht en Europa Als ons parlement internationale verdragen goedkeurt en ratificeert zijn ze meteen na hun bekendmaking in Nederland geldig. Dit zogeheten monistische stelsel voor de inwerkingtreding van internationale verdragen betekent dat er internationale organisaties zijn die in Nederland rechtsprekend gezag genieten: zij toetsen de uitvoering van overheidsbeleid aan internationale verdragen. Voorbeelden zijn het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof in Den Haag, het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg en het Europese Hof van Justitie in Luxemburg. Grondwettelijk mag ook van politieke partijen worden gevraagd deze internationale rechtspraak te aanvaarden. Voor de gemeentepolitiek zijn grondwet-punten op dit terrein: • Richt onze gemeentepolitiek zich ook op bevordering van de internationale rechtsorde (90) (100) en wordt geaccepteerd dat internationale verdragen waaraan Nederland zich verbonden heeft hier rechtstreekse werking hebben (93)? • Geven we in onze gemeente blijk van internationale solidariteit, ook bij armoedebestrijding en inzet voor eerlijke handel (90) (93)? • Scharen we ons bij besluitvorming en beoordeling van gemeentebeleid achter de internationaal uitgevaardigde mensenrechten (90) (94) en wordt daarbij ook uitgegaan van de rechtsprekende bevoegdheid van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg? Economie en werkgelegenheid Politieke besluitvorming kan naast beoogde positieve effecten ook negatieve gevolgen hebben. Die kunnen economisch maar ook sociaal of cultureel van aard zijn. De overheid dient zich ten doel te stellen schadelijke gevolgen van politiek-economische beslissingen zoveel mogelijk te voorkomen. Een belangrijk uitgangspunt ligt in het streven naar een economie waarin menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit tellen. Overheidsoptreden vanuit die visie dient ter aanvulling op de vrijemarkteconomie. Uitgangspunt is dat burgers de noodzakelijke kansen krijgen om in hun levensbehoeften op menswaardige wijze te voorzien, niet alleen absoluut maar ook in vergelijking tot andere burgers. Hier gaat het om toegang tot de noodzakelijke productiemiddelen en tot collectieve voorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en een sociaal verzekeringsstelsel. Ook op gemeentelijk niveau vraagt de norm van voldoende werkgelegenheid (19) om regelingen die het vinden van nieuw werk vergemakkelijken en bespoedigen. Aangezien naast bestaanszekerheid ook spreiding van welvaart een zorg voor de overheid is (201) ligt het voor de hand bij begrotingen en mogelijke interventies na te gaan wat de gevolgen zijn voor verschillenden inkomenscategorieën onder de bevolking. Grondwettelijk relevante punten zijn: • Richt het gemeentebeleid zich voluit op werk voor iedereen (19) en krijgt de werkloosheid in specifieke categorieën van werknemers zoals jongeren, mensen met een beperking en nieuwe Nederlanders daarbij de nodige aandacht? • Wat wordt voorgesteld om gevolgen van de mondialisering die de werkgelegenheid en bestaanszekerheid van medeburgers bedreigen tegen te gaan en alternatieve bronnen van inkomen te creëren (19) (20)? Wordt nagegaan of het WW-uitkeringsbeleid mede benut kan worden als instrument voor het scheppen van arbeid (19) (20)? • Weerspiegelt onze gemeentelijke begroting de grondwettelijke zorgplichten voor bestaanszekerheid en spreiding van welvaart (20)? Zorg, onderwijs en ontplooiing Gezondheidszorg behoort tot de onderwerpen die ook plaatselijk vrijwel dagelijks aan de orde komen. Grondwettelijk heeft onze overheid tot taak de volksgezondheid te bevorderen (221). De regeling van een behoorlijk systeem van gezondheidszorg valt daaronder; de daarmee verbonden kosten zijn al voor een belangrijk deel gedecentraliseerd. Afgezien van de verzekering tegen ziektekosten omvat een zorgstelsel ook de garantie van kwaliteit. Dit laatste is in het geval van de ouderenzorg regelmatig problematisch gebleken, vooral sinds met de vergrijzing kwantitatieve problemen het debat zijn gaan domineren. Daarbij blijkt ook het verzekeren van kwantitatief en kwalitatief voldoende woongelegenheid voor mensen op leeftijd steeds vaker een lastige opgave (222). Naast gezondheidszorg is ook onderwijs een van de zaken waarvoor de overheid aanhoudende zorg moet tonen (231). In (235) wordt gesproken van eisen van deugdelijkheid. Deugdelijk onderwijs is de kwalitatieve norm die de Grondwet stelt. Dat betekent meer dan een gerichtheid op vaardigheden; ook het scheppen van de noodzakelijke voorwaarden voor overdracht van kennis en inzicht behoort hiertoe. (Dit wordt in het Duits met de term Bildung aangeduid.) Ook ‘ontplooiing’ wordt in de Grondwet uitdrukkelijk genoemd (223): voor ‘maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrije tijdsbesteding’ moet de overheid voorwaarden scheppen. Daarmee valt eveneens de kunst onder grondwettelijke bescherming. Deze grondwetbepaling kan gemeenten inspireren in hun afweging van de betekenis van bijvoorbeeld muziekonderwijs (muziekscholen, instrumentenfondsen). Grondwettelijk relevante punten zijn: • Geven we in onze gemeente ook in de problematiek van vergrijzing en ouderenzorg voldoende aandacht aan de zorgplicht van de overheid (221) (201)? • Richt het gemeentelijk beleid zich ook op de maatschappelijke en culturele ontplooiing van de bevolking (223)? • Worden in debat en besluitvorming de onderwijsvrijheden gerespecteerd en is er oog voor de deugdelijkheid van het onderwijs (23)?