De Grondwetwijzer

Bewijsvoering

1. Grondwetgericht

VVD –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘De vrijheid van godsdienst is een essentiële pijler van ons land en staat niet voor niets in de grondwet. Dit betekent echter niet dat we toestaan dat mensen onder de noemer van godsdienstvrijheid onze samenleving ontwrichten.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Vrijheid is bovenal een kwestie van mentaliteit, van tolerantie en van respect voor de waarden zoals wij die hebben vastgelegd in onze grondwet en de daaruit volgende rechtstaat. Ideeën en praktijken die de open en diverse samenleving schaden, bestrijden wij. Discriminatie, uitsluiting en racisme horen niet in onze samenleving thuis.’

Daarbij spreekt de PvdA anderen op de grondwet aan.

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘We verbeteren de grondwettelijke verzoekschriftenprocedures in het parlement. Discriminatie is bij Grondwet verboden. Achterstelling van lesbo’s en homo’s, biseksuelen en transseksuelen is in strijd met de Grondwet en met de kernwaarde van gelijkwaardig­heid en mag dus nooit worden getolereerd. […] Nederland geeft prioriteit aan zijn grondwettelijke verplichting tot bevordering van de internationale rechtsorde.’

In het parlementair debat toont de SP zich echter niet grondwet-gericht.

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Onze grondwet is een vrucht van deze waarden. Ze bepaalt de ruimte waarin deze waarden tot zijn recht komen en begrenst de vrijheden wanneer deze andere vrijheden in de weg staan. De vrijheid van meningsuiting, van onderwijs, van vereniging, de godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod bieden alle Nederlanders de ruimte om te zijn wie ze zijn en stellen tegelijk ook grenzen.’

Het CDA beoordeelt coalitievorming echter niet op trouw aan de grondwet, zoals te zien was in 2010.

PVV: – –

De PVV neemt binnen en buiten het parlement standpunten in die in strijd zijn met de grondwet (zoals oproepen tot discriminatie en inbreuk op de godsdienstvrijheid).

D66: +

D66 is zich bovengemiddeld bewust van de grondwet; dat geldt meer voor de fractie in de Eerste Kamer dan voor die in de Tweede. Maar dat neemt niet weg dat ze er goed op scoren.

Verkiezingsprogramma D66: ‘In onze grondwet, in artikel 23, is vrijheid van onderwijs vastgelegd. Dit artikel kan echter ook een beperking opleveren voor de acceptatieplicht van leerlingen, voor samenwerking tussen scholen, voor waarborgen voor onderwijskwaliteit. D66 is altijd al kritisch over dit artikel in de grondwet en zal indien de genoemde problemen niet opgelost kunnen worden, opnieuw het initiatief nemen dit artikel aan te passen.’ Het is onduidelijk hoe men daarvoor een twee derde meerderheid wil krijgen. Met wie? ‘In de Nederlandse grondwet staat zelfs dat de krijgsmacht er is om de internationale rechtsorde te bevorderen. Rechters moeten de bevoegdheid krijgen om wetten te toetsen aan de Grondwet, zodat de controle op de macht beter gespreid is en individuele rechten beter beschermd zijn.’ Dit wetsvoorstel is onlangs verworpen. Willen ze dit opnieuw indienen? ‘Ook de zware procedure om de Grondwet te wijzigen wil D66 aanpassen, zodat wijzigingen sneller en democratischer kunnen plaatsvinden.’ Hoe uitzicht te scheppen op twee derde meerderheid?

CU: +

ChristenUnie hecht zowel in het verkiezingsprogramma als in de praktijk waarde aan de grondwet, met uitzondering van de beoordeling van ‘Raad’ in de Wet Raadgevend Referendum.

GroenLinks: 0

In het verkiezingsprogramma wordt gesproken over artikel 1 en het briefgeheim, en ze willen rechterlijke toetsing aan de grondwet. Het GroenLinks-congres heeft recent een ongrondwettige opstelling met betrekking tot de uitslag van het Oekraïnereferendum teruggedraaid.

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘De Grondwet legt niet alleen de staatkundige inrichting van Nederland vast, maar bevat ook veel rechten en plichten voor alle burgers, organisaties en de overheid zelf: de rechtsstaat. Dat overheid en burgers door rechten en verplichtingen aan elkaar verbonden zijn is een groot goed, waard om te behouden.’

SGP hecht zowel in het verkiezingsprogramma als in de praktijk waarde aan de grondwet, met uitzondering van de beoordeling van ‘Raad’ in de Wet Raadgevend Referendum. Het standpunt met betrekking tot godsdienstvrijheid is ongrondwettig.

2. Gelijke behandeling en non-discriminatie

VVD: 0

Met betrekking tot de VVD en non-discriminatie mag de praktijk minstens zo zwaar tellen als de voornemens.

Verkiezingsprogramma VVD: ‘In Nederland is iedereen gelijkwaardig. Of je nu man of vrouw, homo of hetero, autochtoon of allochtoon bent. Discriminatie is uit den boze. De vrijheid om te zijn wie je bent, betekent ook de vrijheid om te denken wat je wilt. Wij zijn daarom tegen een gedachtenpolitie, hoe intens we het ook met sommige mensen oneens kunnen zijn. Om tegen discriminatie te strijden, willen wij inzetten op voorlichting, onderwijs en handhaving van de wet.

[…] Immigranten met een tijdelijke verblijfsvergunning moeten niet meer direct volledige aanspraak kunnen maken op de gehele Nederlandse sociale zekerheid. In de praktijk betekent dit dat zij gedurende het tijdelijke verblijf in Nederland (maximaal vijf jaar) geen volledige bijstandsuitkering (inclusief toeslagen) meer kunnen aanvragen. In plaats daarvan, ontvangen zij gedurende deze periode een uitkering in natura en beperkt zak- en leefgeld. Dit is conform het bijstandsniveau van mensen die in Nederland in een asielzoekerscentrum verblijven. Om dit mogelijk te maken, moeten internationale verdragen worden aangepast.’ Hoe? Daar wordt niets over gezegd.

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘We maken ons zorgen over de opkomst van autoritaire leiders en discriminatie in de Europese Unie. Daarom willen wij consequent optreden tegen discriminatie, verharding en geweld, intimidatie en terreur. We willen stevige maatregelen tegen arbeidsdiscriminatie, en ook tegen verharding in buurten en wijken. Zo kunnen wij de krachten ontmoedigen en bestrijden die verdeeldheid zaaien en de samenleving dreigen te versplinteren. Ons kader hiervoor wordt gevormd door het respect voor mensenrechten en de waarde van onze rechtsstaat.’

SP: + +

Verkiezingsprogramma SP: ‘Bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt – op leeftijd, religie, sekse, afkomst of seksuele ge­aardheid – krijgt alle prioriteit. De arbeidsinspectie krijgt de mogelijkheid om meldingen van discrimina­tie te onderzoeken en overtreders te beboeten.

Discriminatie is bij Grondwet verboden. Het weigeren van leraren en leerlingen op grond van afkomst, huidskleur of seksuele voorkeur tolereren we niet.

[…] Zij zijn vluchtelingen en geen criminelen – en mogen dus ook niet als zodanig worden behandeld. Asielzoekers mogen werken om zichzelf nuttig te maken voor de samenleving en in hun onderhoud te voorzien.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘De Nederlandse vrijheden gelden voor iedereen’. Juist als we willen dat alle Nederlanders volwaardig bijdragen aan de samenleving moeten we zorgen dat iedereen – ongeacht zijn culturele achtergrond – daarvoor de ruimte krijgt. Het is onacceptabel dat kinderen met een andere culturele achtergrond minder kansen hebben in het onderwijs of dat sollicitanten worden afgewezen omdat zij een buitenlandse achternaam dragen. Racisme, discriminatie en antisemitisme zijn onder geen beding goed te praten en worden actief bestreden. Integratie gaat om het omarmen van de rechten en plichten die horen bij het Nederlanderschap. En deze rechten en plichten gelden voor iedereen!’

PVV: – –

De PVV neemt binnen en buiten het parlement standpunten in die in strijd zijn met de grondwet, waaronder oproepen tot discriminatie.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ’In dit conceptverkiezingsprogramma vindt u onze plannen en ideeën voor de komende vier jaar. Onze inzet voor een nieuwe regeerperiode. Geen valse beloftes, maar geloofwaardige politiek. Wij zullen laten zien dat politiek van vrijheid en verbondenheid het kan winnen van politiek van verdeeldheid en discriminatie.’

In de praktijk is D66 op dit gebied vooral parlementair actief in de Eerste Kamer.

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Artikel 1 van de Grondwet met het ‘recht op gelijke behandeling’ wordt uitgebreid met ‘handicap’ of ‘geaardheid’ zodat ook expliciet het verbod van discriminatie op deze grond wordt benoemd.’ Dit valt nu onder ‘of op welke grond dan ook’.

Groenlinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We bestrijden discriminatie. Bezorgde burgers hebben gelijk als zij verloedering en onveiligheid in de wijken aan de kaak stellen. Zij betalen de prijs van toenemende ongelijkheid en groeiende tegenstellingen. Maar het debat van de afgelopen tijd maakt één ding duidelijk: teveel mensen gaan over de schreef en erkennen de gelijke rechten van anderen niet. Racisme en discriminatie ondermijnen onze democratische rechtsstaat. In artikel 1 van de Grondwet over gelijke behandeling wordt expliciet gemaakt dat ook discriminatie op grond van homo- en heteroseksuele gerichtheid, genderidentiteit, leeftijd en handicap niet is toegestaan.’

SGP: – –

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Soms is er ook sprake van subtiele discriminatie of pesterijen, waardoor christenen zich gedwongen voelen om te vluchten.’

3. Godsdienstvrijheid

VVD: –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Van vrije meningsuiting, vrije godsdienstkeuze en gelijke rechten voor homo’s en hetero’s, al in een tijd dat andere landen in de wereld daar nog niet klaar voor waren. Daarnaast mag religie nooit een rechtvaardiging zijn voor de ondermijning van onze vrije liberale samenleving. De vrijheid van godsdienst is een essentiële pijler van ons land en staat niet voor niets in de grondwet. Dit betekent echter niet dat we toestaan dat mensen onder de noemer van godsdienstvrijheid onze samenleving ontwrichten. Religieuze genootschappen hebben nu een wettelijke uitzonderingspositie, waardoor zij niet verboden kunnen worden. Wij willen dat religieuze genootschappen die de democratie ondermijnen, als uiterste maatregel, wel degelijk verboden kunnen worden.’

Er staat niets over de bescherming van de godsdienstvrijheid van gelovigen, alleen over misbruik van die vrijheid.

PvdA: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

SP: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Aan de randen van Europa staan belangrijke mensenrechten als de vrijheid van meningsuiting, godsdienst en pers weer onder druk en uit oorlogsgebieden zijn vluchtelingen op drift en op zoek naar veiligheid.

[…] Ze bepaalt de ruimte waarin deze waarden tot zijn recht komen en begrenst de vrijheden wanneer deze andere vrijheden in de weg staan. De vrijheid van meningsuiting, van onderwijs, van vereniging, de godsdienstvrijheid en het discriminatieverbod bieden alle Nederlanders de ruimte om te zijn wie ze zijn en stellen tegelijk ook grenzen. Er is geen vrijheid zonder verantwoordelijkheid voor de ander.’

PVV: —

De PVV neemt binnen en buiten het parlement standpunten in die in strijd zijn met de grondwet, waaronder het inbreuk doen op de godsdienstvrijheid.

D66: 0

Verkiezingsprogramma D66: ‘Vrijheid van meningsuiting is, net als het recht om niet gediscrimineerd te worden en het recht op godsdienstvrijheid, een hoeksteen van onze vrije samenleving en democratie. Wij zijn zeer beducht op inperkingen van deze vrijheid.’ Waarom niet vrijheden?

ChristenUnie: + +

ChristenUnie hecht zowel in het verkiezingsprogramma als in het parlementair debat waarde aan de godsdienstvrijheid.

GroenLinks: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

SGP: 0

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Tegen het radicaal islamitische gedachtengoed moet stevig opgetreden worden. Die strijd mag echter niet aangegrepen worden om de organisatievrijheid van kerken te beknotten.’

De SGP pleit voor verbod op bouw van minaretten. De partij toetst met name aan godsdienstvrijheid voor christenen.

4. Tegen huiselijk geweld

VVD: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

PvdA: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘Meer aandacht is nodig voor het voorkomen van huiselijk geweld en eerwraak.’

CDA: + +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Een veilig thuis. Helaas vormt niet ieder gezin een veilig thuis voor de gezinsleden. Huiselijk geweld is het grootste geweldsprobleem in Nederland. Ieder jaar zijn in ons land 119.000 kinderen en 200.000 volwassenen, veelal vrouwen, het slachtoffer van ernstig huiselijk geweld of verwaarlozing. Om het geweld zo snel mogelijk te stoppen en de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken, wordt de meldcode ‘huiselijk geweld en kindermishandeling’ aangescherpt.’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. Er is een aantal zeer kwetsbare groepen die zorg ontberen en soms zorg ontwijken. Binnen de zorg moet er genoeg aandacht zijn voor kindermis handeling, ouderenmishandeling en huiselijk geweld. D66 wil dat aangiftebereidheid wordt verhoogd door maatregelen als anonieme aangifte en bescherming van mensen die aangifte doen, bijvoorbeeld van huiselijk geweld.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Ook op persoonlijk niveau ervaart niet iedereen veiligheid: te veel mensen en kinderen worden nog slachtoffer van huiselijk geweld en seksueel geweld. Bescherming tegen seksueel en huiselijk geweld Seksueel en huiselijk geweld is een groot probleem qua omvang in onze samenleving en qua impact op de slachtoffers. Vaak zijn de daders kennissen of familie van het slachtoffer. Maar de gevaren liggen ook op het terrein van internet en sociale media: Via grooming (digitaal kinderlokken) worden kinderen slachtoffer van pedofielen. En sexting wordt steeds vaker gebruikt om minderjarigen te dwingen tot seksuele handelingen, door chantage met hun naaktfoto’s.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Er komt een landelijk actieplan om de deskundigheid van hulpverleners ten aanzien van huiselijk, seksueel, eergerelateerd en anti-homogeweld te vergroten en de opvang te verbeteren.’

Daarbij is GroenLinks in het parlementair debat actief op dit onderwerp.

SGP: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

5. Wetgeving over referendum

VVD: +

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma. In het parlementair debat is de VVD actief voor handhaving van het huidige systeem (dat zijn beslag vindt in grondwetsartikel 81: ‘De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk.’).

PvdA: 0

De PvdA was de eerste initiatiefnemer van de Wet Raadgevend Referendum.

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘In de overtuiging dat het de betekenis van de representatieve democratie in haar functioneren verdiept, willen wij een correctief referendum invoeren waarmee, via een zorgvuldige procedure, ultiem de burger het laatste woord krijgt.’

Deze uitspraak is echter teruggeroepen door het PvdA-congres.

SP: – –

Verkiezingsprogramma SP: ‘We geven burgers recht op een raadgevend referendum, als versterking van de vertegenwoordigende democratie. We streven eveneens naar het zo snel mogelijk invoeren van een correctief referendum.’

CDA: 0

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Wij vinden het raadgevend referendum geen goed instrument. Het vergroot en verscherpt de tegenstellingen in de samenleving in plaats van dat het draagvlak voor een voorstel wordt vergroot. Door referenda groeit het cynisme over de politiek, zoals nu gebeurt door de manier waarop het kabinet met de uitslag van het Oekraïne-referendum omgaat. Daarom schaffen we het raadgevend referendum af.’

In het parlementair debat is het CDA voor automatische aanvaarding van de uitslag, in strijd met grondwetsartikel 81.

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Directe democratie: invoeren van het bindend referendum, burgers krijgen macht.’

D66: –

De D66 was mede-intiatiefnemer van de Wet Raadgevend Referendum.

Verkiezingsprogramma D66: ‘Daarnaast wil D66 dat de bevolking als noodrem de mogelijkheid krijgt om met een correctief bindend referendum wetsvoorstellen tegen te houden, nadat het parlement deze heeft aangenomen.’

D66 is teruggekomen op automatische aanvaarding van de uitslag van een referendum.

ChristenUnie: –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma. De ChristenUnie is tegen de Wet Raadgevend Referendum, maar voor automatische aanvaarding van de uitslag van het Oekraïnereferendum.

GroenLinks: 0

Verkiezingsprogramma Groenlinks: ‘Burgers krijgen meer zeggenschap met een correctief referendum.’

Dit standpunt is door het congres ongedaan gemaakt.

‘De opkomstdrempel voor het raadgevend referendum wordt geschrapt.’

SGP: 0

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Referenda passen echter niet in een stelsel van gekozen volksvertegenwoordigers. Bovendien scheppen ze meer verwarring dan helderheid. Daarom kan de referendumwet in de prullenbak.’

Toch is de SGP voor automatische aanvaarding van de uitslag van het Oekraïnereferendum.

6. Rechtsstaat

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Het is ontoelaatbaar dat rechterlijke uitspraken worden genegeerd door overheden.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Ons kader hiervoor wordt gevormd door het respect voor mensenrechten en de waarde van onze rechtsstaat. Het heeft ons de huidige rechtsstaat gebracht met voor iedereen dezelfde waarden, vrijheden en zekerheden. Ook maken we werk van het op orde brengen van ons eigen huis door het beschermen van de rechtsstaat en mensenrechten in de EU. Wij steunen democratische ontwikkeling, maatschappelijke initiatieven, rechtsstaatontwikkeling en institutionele versterking. We maken ons zorgen over de opkomst van autoritaire leiders en discriminatie in de Europese Unie. De EU moet meer nadruk leggen op het beschermen van de rechtsstaat en structurele monitoring van Europese landen.

SP: 0

Verkiezingsprogramma SP: ‘De capaciteit en expertise bij politie en Openbaar Ministerie worden uitgebreid en ook de rechterlijke macht krijgt meer deskundigheid.’

CDA: + +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Daarom zullen wij in de komende jaren meer investeren in politie, justitie en de rechterlijke macht. Een sterke samenleving kan niet zonder een goed functionerende democratie en een stabiele rechtsstaat. Zij vormen het fundament onder een vreedzame samenleving. Om dit fundament te versterken, is het tijd voor een inhaalslag. We gaan onze democratie en rechtsstaat weerbaar maken tegen personen en organisaties die hen proberen te ondermijnen. Wij hebben ons in de Tweede Kamer de afgelopen jaren consequent verzet tegen de kabinetsbezuinigingen op de rechtsstaat. Checks and balances Scheiding der machten. Dit is een belangrijk element van de rechtsstaat.’

PVV: –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma, maar de PVV toont in de parlementaire praktijk geen respect voor de onafhankelijkheid van de rechter.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Bovendien wil D66 dat het innemen van het Nederlanderschap altijd een beslissing is van de rechter. Daarom investeren wij wereldwijd in de opbouw van onafhankelijke rechterlijke macht, dragen wij bij aan missies gericht op de opbouw van een rechts staat, steunen we de organisatie van vrije verkiezingen, waarborgen vrije pers en media.

[…] Hoofdstuk 8: Sterke en moderne democratische rechtsstaat’

ChristenUnie: 0

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De democratische rechtsstaat, waarin de vrijheidsrechten worden onderhouden en beschermd, staat daarbij centraal. De ChristenUnie staat voor een democratische rechtstaat waarin vrijheden samengaan met verantwoordelijkheid.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Straffen zijn rechtvaardig en effectief en worden in beginsel door een rechter opgelegd. Op rechtsstaat en rechtspraak wordt niet beknibbeld. De rechtsstaat bescherm je niet door de rechtsstaat in te perken. Rechtsbescherming van mensen is cruciaal voor behoud van onze rechtsstaat.’

SGP: + +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘De Grondwet legt niet alleen de staatkundige inrichting van Nederland vast, maar bevat ook veel rechten en plichten voor alle burgers, organisaties en de overheid zelf: de rechtsstaat. Dat overheid en burgers door rechten en verplichtingen aan elkaar verbonden zijn is een groot goed, waard om te behouden. Nederland is een constitutionele monarchie met een parlementair stelsel. De verhoudingen binnen onze staatsinrichting zijn historisch gegroeid en hebben hun waarde bewezen. Nederland is een van de meest stabiele democratieën in de hele wereld. In een democratische rechtsstaat als de onze bepalen de regering en het parlement in overleg hoe binnen de Grondwettelijke kaders de onderlinge constitutionele verhoudingen zijn. Tweede Kamer en Eerste Kamer hebben daarom een waakhondfunctie om de vrijheden van de burgers te waarborgen en inbreuken op de Nederlandse soevereiniteit te voorkomen.

7. VN vluchtelingenverdrag

VVD: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma. In de parlementaire praktijk is de VVD kritisch over het verdrag.

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘De PvdA staat pal voor het VN-Vluchtelingenverdrag.’

SP: 0

Verkiezingsprogramma SP: ‘Met landen buiten de EU maken we afspraken om te stoppen met het doorlaten van duizenden migranten op weg naar Europa. Waar mogelijk worden asielzoekers opgevangen in de eigen regio. Nederland biedt daarbij ruimhartig hulp, ook in de vorm van capaciteitsopbouw. In Nederland binnengekomen asielzoekers hebben altijd recht op een humane opvang. Asielzoekers krijgen snel duidelijkheid over hun toekomst. Bij een beslissing over hun verblijfsvergunning wordt rekening gehouden met de (politieke) situatie in het land van herkomst en de individuele omstandigheden van de asielzoeker. Zij zijn vluchtelingen en geen criminelen – en mogen dus ook niet als zodanig worden behandeld. Asielzoekers mogen werken om zichzelf nuttig te maken voor de samenleving en in hun onderhoud te voorzien. De gezinsherenigingsprocedure voor vluchtelingen wordt versoepeld, door het wettelijk criterium ‘feitelijk behorend tot een gezin’ te schrappen en voor vluchtelingen geen drie maanden nareis-termijn meer te hanteren.’

CDA: –

Verkiezingsprogramma CDA: ‘In de wetenschap dat door de groei van de bevolking in Afrika, de instabiliteit en terreur in de wereld en de gevolgen van de klimaatverandering, de migratiedruk in de komende decennia alleen maar zal toenemen, hebben we solide en houdbare oplossingen nodig om nieuwe drama’s te voorkomen. Het huidige vluchtelingenverdrag is op deze problematiek en omvang niet geschreven en moet daarom worden aangepast, om meer opvang in de regio en tijdelijke opvang elders mogelijk te maken.

Veiligheid vraagt allereerst om een solide bewaking van de Europese buitengrenzen. De beperking van de huidige vluchtelingenstroom, de aanpak van mensenhandel en de strijd tegen het terrorisme vormen daarbij de belangrijkste prioriteiten. Voor vluchtelingen die werkelijk in nood verkeren bieden wij altijd hulp en bescherming. Dat kan in beginsel in de vorm van een ontheemdenstatus, waarbij enerzijds de vluchteling de ruimte krijgt om zich via opleiding of (vrijwilligers-)werk te ontwikkelen, maar anderzijds vanaf het begin af aan eerlijk en duidelijk wordt vermeld dat het verblijf hier tijdelijk is. Het perspectief blijft gericht op terugkeer en hun bijdrage aan de wederopbouw van het land van herkomst, als de situatie daar weer veilig is.

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Nul asielzoekers erbij en geen immigranten meer uit islamitische landen: grenzen dicht.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Maar soms wint de vrees voor lijf en leden of het juk van onderdrukkende regimes het van de onzeker heid en ongewisse lotsbestemming die migratie onvermijdelijk met zich meebrengt. Voor die mensen willen en moeten wij er zijn. De afgelopen jaren is er een heftig, en soms te heftig, maatschappelijk debat over vluchtelingen gevoerd. Voor mensen die in eigen land hun leven niet zeker zijn staat onze deur altijd open – dat is onze dure medemenselijke plicht. Vluchtelingen krijgen vanaf de eerste dag taalles en kans op werk. In Europa zetten we ons in voor een migratiebeleid dat zich, naast het vluchtelingenbeleid, richt op het aantrekken en selecteren van economische migranten met vaardigheden die aansluiten bij de vraag op onze arbeidsmarkt. Een aantal concrete maatregelen die het internationale denken en handelen demonstreren: we gaan er alles aan doen om ervoor te zorgen dat vluchtelingen vanaf de eerste dag kunnen meedoen in Nederland, door de taal te leren en door hen een kans te geven op werk. Om de druk op landen als Libanon en Jordanië te verlichten, zullen Europese landen, naast reguliere asielaanvragen aan onze buitengrenzen, via het UNHCR-hervestigingsprogramma vluchtelingen veilig naar Europa moeten laten komen. Wij moeten de mensen die naar ons land zijn gevlucht en die structureel onderdeel worden van onze samenleving echt mee laten doen.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Nederland is een veilige plek voor mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en onderdrukking. De Bijbel spoort ons aan de vreemdeling lief te hebben als onszelf “de vreemdeling mag je niet onderdrukken, heb hen lief als jezelf” (Leviticus 19:34 ) en de ander geen kwaad te doen onderdruk geen vreemdelingen en armen en wees er niet op uit een ander kwaad te doen” (Zacharia 7:10 ). Vanuit mededogen en recht bieden we opvang aan asielzoekers: “De Here uw God is de God, die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven” (Deuteronomium 10:18-20 ). De ChristenUnie wil in dit vraagstuk blijven vasthouden aan de waarden van gerechtigheid die in het Vluchtelingenverdrag en de mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We vangen vluchtelingen op. […] We marchanderen niet met mensenrechten. Binnen de Europese Unie zet Nederland zich in voor een betere naleving van het VN-Vluchtelingenverdrag, mensenrechtenverdragen en EU-asielrichtlijnen.’

SGP: –

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Internationale regels en verdragen, waaronder in ieder geval het Vluchtelingenverdrag, zijn onvoldoende afgestemd op de huidige omvang van de vluchtelingenstromen. Deze verdragen moeten bij de tijd gebracht worden. Bescherming moet zich allereerst richten op registratie en opvang in de regio en op bedreigde groepen die nu buiten de gangbare vluchtelingenstroom vallen. Om ongewenste migratie tegen te gaan en erbarmelijke situaties in Europese opvangkampen te voorkomen moet het opzetten van opvang- en registratieposten buiten Europa met kracht doorgezet worden.

  • De toetsing van asielverzoeken dient zoveel mogelijk buiten Europa plaats te vinden. Niet alleen het toetsen van de asielaanvraag gaat dan sneller en eenvoudiger, ook het perspectief op (veilige) terugkeer verbetert.
  • Nederland ziet erop toe dat vanuit Europa voldoende geld ter beschikking wordt gesteld voor opvang in de regio’s van herkomst en veilige derde landen.
  • Politieke en humanitaire samenwerking met buurlanden van conflictgebieden is onontbeerlijk ten behoeve van goede opvang in de regio en ter regulering van irreguliere migratie.’

8. Toegang tot Europa en asielprocedures

VVD: – –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Daarom zorgen we voor voldoende veilige en goede opvang in de regio zelf, zodat we asielaanvragen in Europa overbodig maken. Dit betekent wel dat we moeten investeren in betere en duurzame opvang in die regio.

Wij willen controle krijgen over de migratiestromen. Met adequate opvang in de regio maken we asielaanvragen in Europa overbodig voor mensen van buiten Europa. Met die aanvragen willen we dan ook stoppen. Zolang er nog asiel kan worden aangevraagd in Europa, willen we het stapelen van asielaanvragen stoppen. Dat doen we door ervoor te zorgen dat herhaalde aanvragen verkort worden afgedaan en het beroep niet in Nederland mag worden afgewacht. Hoger beroep bij herhaalde aanvragen willen we afschaffen. Verblijf in Nederland kan zo niet worden gerekt.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Er stranden te veel vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden in opvangkampen aan de randen van Europa, zoals nu in Griekenland gebeurt. Helaas zijn niet alle Europese landen even bereid om vluchtelingen op te vangen. De heilloze weg van ieder land voor zich moet echt voorbij zijn. Het vluchtelingenvraagstuk is een Europees vraagstuk dat een gezamenlijke Europese oplossing vereist. Alleen zo kunnen we vluchtelingen een veilig thuis bieden. Onze opvangcapaciteit is niet grenzeloos. Wij vinden dat het zorgen voor humane opvang van vluchtelingen een gedeelde verantwoordelijkheid is van alle landen in de Europese Unie. Samen kunnen we ervoor zorgen dat mensen die huis en haard hebben moeten verlaten vanwege repressie of oorlog een nieuw bestaan kunnen opbouwen, hetzij in de buurlanden, hetzij in Europa. We zijn daarom voor een eerlijke spreiding van vluchtelingen die Europa bereiken. Om integratie te bevorderen willen wij rechtvaardigde maar ook snelle procedures. Daarmee voorkomen we tijdverlies maar vooral onzekerheid. Een rechtvaardige asielprocedure betekent oog hebben voor kwetsbare mensen en kinderen. Wij willen dat alle Europese landen hetzelfde asielbeleid gaan voeren en dat de vluchtelingen die in Europa aankomen, eerlijk worden verdeeld over de EU-landen. EU-landen die hier niet aan meewerken willen wij stevig aanpakken door ze minder EU-subsidies te geven. Wij tornen niet aan de tijdelijke verblijfsvergunning. Vluchtelingen die een verblijfsvergunning krijgen mogen in eerste instantie vijf jaar blijven. Daarna bekijken we hoe de situatie in het land van herkomst is en of het asiel nog nodig is.’

SP: –

Verkiezingsprogramma SP: ‘Als we misstanden elders verminderen, hoeven ook minder mensen noodgedwongen hun land te ont­vluchten. Internationale solidariteit en samenwerking ter voorkoming of beëindiging van conflicten is dan ook van het grootste belang. Hierbij hoort ook het stoppen van het voor arme landen schadelijke beleid van onze regering en onze bedrijven. Nederland intensiveert de hulp aan de Europese landen aan de buitengrens van de Europese Unie om te zorgen voor beheersbare migratie, met respect voor de rechten van vluchtelingen. Daar staat tegen­over dat we in Europa ook meer zullen vragen van de landen die onze steun krijgen. Met landen buiten de EU maken we afspraken om te stoppen met het doorlaten van duizenden migranten op weg naar Europa. Waar mogelijk worden asielzoekers opgevangen in de eigen regio. Iedereen heeft recht op noodzakelijke medische zorg. Uitgeprocedeerde asielzoekers en onverzekerde daklozen mogen daarom niet worden uitgesloten van medische hulp.’

CDA: 0

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Bij de opvang van asielzoekers in ons eigen land houden wij voortdurend rekening met het draagvlak en de spankracht in de regio. Wij kiezen voor een gelijkmatige verdeling van kleinschalige vluchtelingencentra over het land. Binnen Europa moeten bindende afspraken worden gemaakt zodat iedere lidstaat een fair deel van de vluchtelingen op zich neemt. Wie niet opvangt, kan geen aanspraak meer maken op Europese gelden. Voor reguliere migranten geldt een strikt beleid van toelating en inburgering. Wie Nederlander wil worden moet zijn oorspronkelijke nationaliteit loslaten. Op landen die het onmogelijk maken de eigen nationaliteit op te geven wordt diplomatieke druk uitgeoefend.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Intrekken alle al verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd, AZC’s dicht.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Om vluchtelingen menswaardig op te vangen is Europese samenwerking onmisbaar. Nu moet er eindelijk het door D66 bepleite Europese asielbeleid komen, Europese aanmeldcentra, een goede verdeling van de lasten over de lidstaten en een sterke rol voor EASO, het Europese asielbureau. D66 wil dat de Europese Unie de komende jaren een aanzienlijk deel van haar begroting besteedt aan het in goede banen leiden van deze vluchtelingencrisis en een vluchtelingen Eurocommissaris aanstelt. Lidstaten die meer vluchtelingen opnemen moeten daarvoor financieel beloond worden.

D66 wil daarom de opvang van asielzoekers in Nederland radicaal anders vormgeven: we willen permanente opvangreserve (ook in rustigere tijden); kleinschaligere opvang; en een zo kort mogelijke procedure, die is gericht op het belang van het kind. De asielprocedure moet zo worden ingericht dat het aantal verhuisbewegingen van kinderen tijdens de procedure zo klein mogelijk is. Dit komt ook ten goede aan de kwaliteit van onderwijs voor asielkinderen.

Het is van belang dat mensen, vrouwen net zo goed als mannen, zo snel mogelijk kunnen meedoen in de maatschappij. Daarvoor is een korte en efficiënte asielprocedure cruciaal.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De grote impact van het aantal vluchtelingen dat naar Europa komt vraagt allereerst om acties in de landen van herkomst. Daarom investeert de ChristenUnie in ontwikkelingssamenwerking en noodhulp. Ook moet de stroom van vluchtelingen naar en binnen Europa en Nederland beheersbaar worden gemaakt. De ChristenUnie stelt daarom de volgende maatregelen voor:

  • Verbeteren van opvang in de regio. Investeren in het verbeteren van de opvangkampen van UNHCR en Nederlandse ontwikkelingsorganisaties in landen als Libanon, Syrië en Turkije.
  • Ruimhartig uitnodigingsbeleid voor kwetsbare vluchtelingen uit de regio, zoals religieuze minderheden en LHBT’ers. Verhogen van het aantal van 500 mensen per jaar.
  • Europees systeem voor verdeling van vluchtelingen met selectie aan de poort en menswaardige opvang in Italië en Griekenland. (zie ook hoofdstuk Europa) De ChristenUnie hanteert daarom de volgende uitgangspunten: Europese controle bij de buitengrenzen waar intake en eerste selectie kan Plaatsvinden Keihard aanpakken van mensenhandelaren en -smokkelaars. Deze netwerken zorgen ervoor dat mensen levensgevaarlijke reizen afleggen en veel mensen op zee de dood vinden.
  • Voortzetting en uitbreiding van Europese missies die netwerken van mensenhandelaren oprollen.
  • Verbeteren van de kwaliteit van opvangcentra in Italië en Griekenland door ondersteuning vanuit de Europese Unie. In veel opvangcentra is de humanitaire situatie schrijnend door het ontbreken van basisvoorzieningen zoals drinkwater en voedsel of moeten gezinnen buiten overnachten.
  • Structuurfondsen van de EU gebruiken als stimulering voor de opvang van asielzoekers. Lidstaten die veel mensen opvangen, krijgen meer middelen uit de structuurfondsen. Er komt een gezamenlijke Europese lijst van “veilige landen” ten behoeve van het terugkeerbeleid.
  • Economische migranten die geen bescherming nodig hebben, worden teruggestuurd. Het Blue Card-systeem wordt uitgebreid door lidstaten prioriteiten voor hun arbeidsmarkt te laten aangeven naast de al bestaande mogelijkheden voor kennismigranten.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘De asielprocedure is individueel, eerlijk en zorgvuldig. GroenLinks wil dat de asielprocedure individueel, rechtvaardig en zorgvuldig is. De opvang moet fatsoenlijk zijn en als een asielverzoek wordt afgewezen is de terugkeer veilig en met kans op een nieuw bestaan. Er komt meer geld voor opvang van vluchtelingen in de regio zodat mensen die lang in opvangkampen verblijven duurzame bescherming, veiligheid, onderwijs en zorg krijgen. Nederland zet zich ruimhartig in voor veilige routes en hervestiging van kwetsbare vluchtelingen in Europa via de UNHCR.’

SGP: –

Verkiezingsprogramma SGP:

  • ‘Grensbewaking is een zaak van de lidstaten. Griekenland moet vanwege de geïsoleerde ligging van het Schengengebied en het gezamenlijk asielbeleid worden uitgesloten, anders blijft het land de achilleshiel van Europa.
  • Er moet meer worden geïnvesteerd in mobiel toezicht op vreemdelingen en mensensmokkel. Mensensmokkelaars moeten keihard worden aangepakt.
  • Het indienen van herhaalde, vaak kansloze asielaanvragen moet worden ontmoedigd, onder meer door beperking van de vergoeding voor rechtsbijstand.
  • De mogelijkheden om gezinsleden te laten delen in de verblijfsvergunning worden niet uitgebreid. Op basis van de Europese regels hanteert Nederland een nareistermijn van drie maanden.
  • Generale pardonregelingen zijn onwenselijk, wat nog eens extra geldt wanneer die een blijvend karakter hebben. De minister heeft de bevoegdheid om indien nodig in individuele gevallen uitzonderingen te maken.
  • Bij gezinshereniging moeten strengere eisen (kunnen) worden gesteld aan het inkomen en de leeftijd van migranten.
  • Bij uitzonderingen op het reguliere vreemdelingenbeleid mag mee gewogen worden of iemand al in Nederland is ‘geworteld’. Maar dan wél als één van de elementen bij de beoordeling van het verzoek en niet als garantie.
  • Omdat christenen in islamitische landen extra gevaar lopen, moet Nederland openstaan voor juist voor deze meest bedreigde groep vluchtelingen.
  • Bekeringsverhalen van asielzoekers moeten zorgvuldig worden getoetst.’

9. Grondrechten bij terrorismebestrijding

VVD: – –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Het uitreizen naar het buitenland, met als doel het plegen van of het bijdragen aan een terroristisch misdrijf, moet strafbaar worden. Wie zich aansluit bij een terroristische organisatie, verliest het recht om Nederlander te zijn. We trekken dan het Nederlanderschap in, of iemand nu strafrechtelijk veroordeeld is of niet. Strijders die terugkeren, willen we bovendien meteen opsluiten. Hier moet wel een rechtsbasis voor zijn. Bijvoorbeeld door vrijwillig verblijf op terroristisch grondgebied strafbaar te stellen Daarbij maken we dan uitzonderingen mogelijk voor bijvoorbeeld journalisten of hulpverleners.

Voorop moet staan dat de haat van de jihad nooit een vaste plek in de Nederlandse samenleving verovert. Mensen die zich tegen onze vrijheden en onze waarden keren, verdienen het niet om Nederlander te zijn. Het is absurd dat je als overheid verplicht bent om terroristen de nationaliteit van een staat te laten behouden, terwijl ze het bestaansrecht van diezelfde staat fundamenteel ontkennen. Een IS-terrorist heeft er helemaal geen behoefte aan om onderdeel van een staat te zijn. Hij erkent maar één staat: de Islamitische Staat. Internationale verdragen rondom staatloosheid moeten daarom een uitzonderingsclausule krijgen voor terroristen die zich met geweld tegen de vrijheid, de samenleving en de staat keren. Zo kan het Nederlanderschap ook worden ingetrokken bij terroristen met alleen de Nederlandse nationaliteit. Dag in dag uit werken onze veiligheidsdiensten aan het voorkomen en terugdringen van radicalisering, jihadisme en terrorisme in Nederland. Ook in het kader van cybersecurity doen ze heel belangrijk werk. De bevoegdheden van de veiligheidsdiensten moeten echter uitgebreid en aangepast worden aan nieuwe technologische ontwikkelingen en communicatiemiddelen, zodat zij dat belangrijke werk ook in de toekomst kunnen blijven doen. Het recht op privacy is echter niet absoluut. Als iemand een terroristische daad of een andere ernstige misdaad heeft gepleegd – of als er zeer sterke aanwijzingen zijn dat hij dat gaat doen verspeelt hij zijn recht op privacy. De veiligheid van Nederland en van individuele Nederlanders staat dan immers voorop. Dit mag niet willekeurig worden toegepast, maar alleen bij gerichte opsporingsactiviteiten en operaties. Het aftappen van telefoons van bijvoorbeeld terrorismeverdachten valt daaronder.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PVDA:

  • ‘Betere samenwerking van veiligheidsdiensten in Europees verband tegen terrorisme is nodig om een nog sterkere vuist te maken tegen de internationale onveiligheid. De inlichtingendiensten mogen extra investeringen doen in meer capaciteit en nieuwe technologie.
  • Vroegsignalering via school, leerplichtambtenaar, familie, politie, gebedshuizen, enzovoort is noodzakelijk om radicalisering tegen te gaan. Projecten in het kader van deradicalisering krijgen meer steun.
  • We focussen op de strijd tegen IS en aanverwante organisaties. Dat is op dit moment de grootste terroristische bedreiging voor Europa.
  • De PvdA houdt zich ten alle tijden aan het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Ook als het om terrorismebestrijding gaat.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘In geen geval mogen asielzoekers worden opgesloten in detentiecentra als daar geen gegronde reden voor is. Terrorisme dient effectief te worden bestreden, door betere internationale samenwerking van inlichtingendiensten en het opsporen en bevriezen van financieringsbronnen van terroristische organisaties. En door het aanpakken van de structurele oorzaken van terrorisme (zoals armoede, onderdrukking en haatzaaierij). Aan nog meer Europese richtlijnen die onze privacy inperken hebben we geen behoefte.’

CDA: –

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Wij willen daarom ruimere bevoegdheden voor politie en justitie om binnen te dringen in netwerken van verdachten, inclusief de bevoegdheid om gegevens te kopiëren of ontoegankelijk te maken, observaties uit te voeren en communicatie af te tappen. In onderzoeken naar ernstige strafbare feiten als ontvoering, zedenzaken, terrorisme of levensdelicten kan de verdachte via een encryptiebevel gedwongen worden om versleutelde gegevens te ontsluiten. We geven geen podium of visum aan radicale predikers en sluiten moskeeën die activiteiten organiseren of toelaten die in strijd zijn met onze rechtsorde. Terugkerende jihadstrijders worden preventief in hechtenis genomen om eerst onderzoek te kunnen doen naar hun verblijf in het oorlogsgebied en het risico dat ze vormen voor onze samenleving.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV:

– Preventief opsluiten radicale moslims

– Criminelen met een dubbele nationaliteit denaturaliseren en uitzetten

– Syriëgangers niet meer terug laten keren naar Nederland

– Alle moskeeën en islamitische scholen dicht, verbod koran.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D6: ‘Versterk de rechtsstaat die ons beschermt. De bestrijding van criminaliteit en terrorisme moet plaatsvinden binnen een sterke en weerbare rechts – staat die onze grondrechten beschermt. D66 verzet zich dan ook hevig tegen politici die deze rechten en vrijheden te gemakkelijk willen inperken. Als de angst regeert, dan winnen de terroristen. De checks and balances binnen onze rechtsstaat zijn de afgelopen jaren op de achtergrond geraakt. Om deze trend te keren, moeten de verantwoordelijkheden voor de handhaving van de openbare orde, opsporing, vervolging en rechtspraak weer gescheiden worden. Vreemdelingenbewaring In uiterste gevallen is het nodig om in de vreemdelingenbewaring machtsmiddelen in te zetten, maar D66 wil dit beperken en daar heel hoge barrières en heldere grenzen aan stellen. D66 wil geen kinderen in de cel, grensdetentie afschaffen, geen isolatie tenzij strikt noodzakelijk en geen visitatie.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Administratieve detentie of administratieve aanhouding is het arresteren en vasthouden van personen door de staat zonder proces, meestal uit veiligheidsoverwegingen of incasso-overwegingen. Voorarrest verruimen, geen administratieve detentie, van teruggekeerde jihadgangers en terrorismeverdachten. Binnen de mensenrechtelijke kaders en met een regelmatige toets door de rechter.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Bij de bestrijding van terrorisme komt de nadruk te liggen op het verzamelen van inlichtingen uit menselijke bronnen en gerichte digitale surveillance in plaats van massasurveillance. De veiligheidsdiensten zetten geen ‘sleepnet’ in om grootschalig communicatie af te tappen. Zij publiceren jaarlijks het aantal taps dat zij hebben geplaatst.’

SGP: – –

Verkiezingsprogramma SGP:

  • Het moet strafbaar zijn om uit te reizen naar een gebied dat in handen is van een terroristische organisatie. Hierdoor is het mogelijk een terugkerende strijder op te pakken en te vervolgen.
  • Wie zich schuldig maakt aan terroristische misdrijven, verliest – bij bezit van een dubbele nationaliteit – het Nederlanderschap.
  • Omdat staatloosheid niet mogelijk is, moet de Nederlandse nationaliteit bij mensen met een Nederlandse nationaliteit zoveel mogelijk worden ‘uitgekleed’. In ieder geval verliest zo iemand het kiesrecht, het recht om ambtenaar te zijn en alle rechten op welke uitkering dan ook. De rechter kan hiervoor een termijn bepalen.’

10. Gemeentelijke autonomie

VVD: – –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Uitgeprocedeerde asielzoekers zijn geen vluchtelingen. Zij hebben alle procedures doorlopen, zijn definitief afgewezen en moeten daarom Nederland verlaten. Dit zijn uitspraken van Nederlandse rechters waar zij, net als iedereen, naar moeten luisteren. Ook gemeenten moeten hier gehoor aan geven, door gemeentelijke opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen te beëindigen. Gemeentelijke opvang neemt de prikkel voor vertrek weg en geeft een verwarrend signaal af. Het is niet eerlijk om deze mensen valse hoop te bieden. Zij hebben er zelf voor gekozen om naar Nederland te komen en het is ook hun verantwoordelijkheid om weer te vertrekken. Deze verantwoordelijkheid mag niet worden afgeschoven op de samenleving. Het is ontoelaatbaar dat rechterlijke uitspraken worden genegeerd door overheden. Wij willen ervoor zorgen dat mensen die geen echte vluchteling zijn en mensen die hier illegaal verblijven ook echt ons land verlaten. Daarom willen we illegaal verblijf – en het faciliteren daarvan – strafbaar stellen. Zo kunnen we voorkomen dat bijvoorbeeld gemeenten toch opvang bieden en op die manier verkeerde verwachtingen scheppen en tegenstrijdige signalen afgeven aan deze mensen over hun kansen in Nederland.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Wij willen dat de gemeenten zelf over de invulling van de opvang gaan. Zo kunnen zij zaken als taalonderwijs en begeleiding naar (vrijwilligers)werk goed waarborgen.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘Gemeenten hebben het recht om noodopvang te bieden, het Rijk zorgt daarbij voor financiële middelen.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Aan de andere kant willen wij gemeenten de mogelijkheid bieden om in bijzondere omstandigheden iemand versneld in aanmerking te laten komen voor het Nederlanderschap. Dat kan bijvoorbeeld als iemand een grote of bijzondere bijdrage levert aan de samenleving. Als kroon op de integratie hechten wij een groot belang aan een plechtige inburgeringsceremonie om de naturalisatie tot Nederlander te markeren.’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Bed, bad en brood D66 wil dat het kabinet meer werk maakt van de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers, in Nederland en in Europees verband. Maar gemeenten mogen bed-, bad- en broodvoorzieningen blijven aanbieden.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Opvang asielzoekers in Nederland De ChristenUnie is voor opvanglocaties waarbij gemeenten inspraak hebben in de precieze omvang en locatie van de opvang binnen de gemeentegrenzen. Draagvlak en democratische besluitvorming op lokaal niveau is belangrijk. Solidariteit tussen gemeenten is ook van belang. Alle gemeenten behoren hun verantwoordelijkheid te nemen en open te staan voor opvanglocaties. De rijksoverheid biedt voldoende compensatie, zodat gemeenten niet in financiële moeilijkheden komen door de kosten van opvang/onderwijs/bijstand.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Opvang in Nederland wordt kleinschalig georganiseerd. Gemeenten krijgen het aantal asielzoekers dat ze moeten opvangen toegewezen op basis van inwonertal. In overleg met bewoners regelen gemeenten zelf de opvang en het begin van integratie.’

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP:

  • Bij het regelen van opvang in Nederland moet nadrukkelijk aandacht zijn voor het draagvlak in gemeenten.
  • Er moet ruimte zijn voor kleinschalige opvang, gelet op de omvang van veel lokale gemeenschappen. Tevens moet rekening worden gehouden met het aantal houders van een verblijfsvergunning in een gemeente.’

11. Bewoonbaarheid van Groningen

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Schade die als gevolg van gaswinning in Groningen en elders aan het eigendom van omwonenden ontstaat, moet worden gecompenseerd. De veiligheid voor de omwonenden bij de gasproductie moet bovendien altijd voorop staan. Als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat de gaswinning daarvoor moet worden aangepast, dan doen we dat.’

De parlementaire praktijk heeft zich minder positief getoond.

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA:

  • De verhouding tussen lusten en lasten van de gaswinning in Groningen is de afgelopen decennia ontspoord. Terwijl heel Nederland flink heeft geprofiteerd van de jarenlange opbrengsten, lijden de bewoners in het bevingsgebied aan schades, verliezen sommigen huis en haard en verdrinken anderen in ellenlange procedures. De schadeafhandeling moet bij de NAM worden weggehaald en onder publieke verantwoordelijkheid plaatsvinden. Schade moet ruimhartig worden vergoed en huizen, scholen en monumenten preventief versterkt. Maar dat is niet genoeg.
  • De gaswinning in Groningen is in de afgelopen kabinetsperiode voor het eerst significant teruggebracht om recht te doen aan de veiligheid in het gebied. Wij willen dat de gaswinning in de komende tijd zo snel mogelijk zo ver mogelijk wordt teruggebracht, door de alternatieven voor het in Nederland benodigde laagcalorische gas die er zijn volledig te gebruiken en door de export af te bouwen. Wij willen een onafhankelijk toezicht op de gaswinning.
  • Groningen verdient perspectief. Daarom stellen we voor een vast deel van de opbrengst van de gaswinning te investeren in de regio. Er wordt een fonds gevuld door een derde van de gasbaten apart te zetten. Het fonds wordt voor de helft gebruikt voor investeringen in de regionale sociaaleconomische structuur en voor de andere helft voor investeringen in een toekomstige duurzame energievoorziening van Nederland. Om de investeringsagenda zeker te stellen garandeert het Rijk deze afspraak voor de komende tien jaar.’

SP: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

CDA: + +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Heel Nederland heeft de afgelopen decennia geprofiteerd van het Gronings gas. Nu de lasten van de gaswinning zichtbaar worden, moeten we bereid zijn om de Groningers royaler te laten delen in de opbrengsten. De Groningers moeten daar net zo veilig kunnen wonen als in de rest van Nederland. Daarom moeten het kabinet en de NAM ervoor zorgen dat de inwoners en bedrijven in Groningen die schade lijden of hebben geleden door de gaswinning, volledig worden gecompenseerd. Investeringen zijn nodig om ervoor te zorgen dat Groningen ook in de toekomst een vitale, leefbare provincie blijft met voldoende bedrijvigheid en werkgelegenheid.’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘In Groningen moeten mensen even veilig kunnen wonen als in de rest van Nederland. Daarop moet de gaswinning worden aangepast. Mensen in Groningen hebben er niet om gevraagd, maar zitten wel met de gevolgen. D66 wil dat schade veroorzaakt door vormen van mijnbouw, zoals gaswinning, altijd vergoed wordt. Er moet één aanspreekpunt voor schade zijn, waar mensen terecht kunnen. Besluitvorming hierover moet onafhankelijk van de NAM plaatsvinden en er moet snel een onafhankelijk onderzoeksprogramma komen, zodat we voor besluiten over de gaswinning ook niet afhankelijk zijn van de informatie van de NAM. Daarnaast moet schade aan huizen vergoed en snel gerepareerd worden. Huizen, scholen, ziekenhuizen en dijken moeten veilig en duurzaam worden gemaakt. D66 wil in Groningen bijzondere aandacht voor het behoud van het cultureel erfgoed.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De ChristenUnie wil snelle afbouw van de gaswinning, directe versterking van woningen op kosten van de NAM, onafhankelijke schadebeoordeling en ruimhartige compensatie voor gedupeerden. De verwarming van huizen en gebouwen is in 2035voor 90% onafhankelijk van aardgas. De gaskraan in Groningen wordt zo snel mogelijk teruggedraaid. In 2018 gaat de gaswinning in Groningen terug naar 21 miljard kuub en in jaarlijkse stappen omlaag via 12 miljard kuub naar nul. De export van gas wordt afgebouwd. De conversiecapaciteit wordt uitgebreid om geïmporteerd gas om te zetten. De NAM komt met een ruimhartige compensatie voor waardedaling van woningen, voor versterking van woningen, scholen, bedrijven en dijken en voor investeringen in leefbaarheid. Er is bijzondere aandacht nodig voor het behoud en herstel van cultureel erfgoed in de provincie Groningen. In heel Nederland wordt mijnbouwschade adequaat vergoed na een onafhankelijke schadebeoordeling, dus ook in Drenthe, Friesland, Overijssel en Limburg. Opkoopregeling voor mensen in de provincie Groningen die vastzitten in een uitzichtloze situatie met een onverkoopbaar huis. De provincie wordt een voorloper bij de toepassing van innovatieve energietransitie en besparing. Dit levert een impuls voor de economie en werkgelegenheid op.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘De gaswinning in Groningen wordt teruggeschroefd naar maximaal 21 miljard kuub per jaar. Indien het nodig is voor de veiligheid, gaat de winning nog verder omlaag.’

SGP: + +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Inwoners van Loppersum en andere Groningse plaatsen zitten nog steeds in spanning: wat gebeurt er bij een volgende beving? De jaarlijkse gaswinning uit het Groningenveld moet verder omlaag als de veiligheid dat vereist. Leveringsverplichtingen aan het buitenland worden afgebouwd. Inwoners van Groningen verdienen steun bij het versterken van hun huizen en het herstellen van schade.’

12. Milieu en klimaat

VVD: +

De VVD komt naast dit algemene gedeelte ook met veel concrete voorstellen.

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Vermindering van de uitstoot van CO2 vraagt wel om een internationale aanpak, want Nederland heeft slechts een klein aandeel in de wereldwijde uitstoot. Bovendien bestaat het risico dat bedrijven simpelweg verhuizen naar landen waar de regels minder streng zijn en waar meer CO2 kan worden uitgestoten. Hier wordt het klimaat niet beter van, want CO2 houdt zich niet aan landsgrenzen. Wij willen daarom ook geen extra Nederlandse regels (en subsidies) boven op internationale of Europese afspraken. Het klimaat is belangrijk. Nederland is in belangrijke mate gevormd door onze eeuwenlange interactie met water. Onze toegang tot rivieren en zeeën heeft ons veel opgeleverd. Tegelijkertijd voeren we voortdurend een strijd om droge voeten te houden. Aan die strijd zal voorlopig geen einde komen. We zien dat wereldwijd het klimaat verandert, met stijgende zeespiegels en hevigere regenbuien tot gevolg. Nederland is koploper in de wereld als het gaat om onze kennis en langjarige investeringen in waterbeheer. Ook onze boeren leveren een belangrijke bijdrage aan het omgaan met de gevolgen van klimaatverandering, bijvoorbeeld door gewassen te telen die veel minder water nodig hebben. Dat is een uitkomst voor gebieden die juist met extreme droogte te maken krijgen. Door het exporteren van Nederlandse kennis kunnen we onze economie stimuleren en bovendien de effecten van klimaatverandering helpen tegengaan. De overheid moet zo min mogelijk proberen ons leven te beïnvloeden

zonder dat het klimaat daarmee daadwerkelijk wordt geholpen. Wij zijn dus tegen maatregelen om ons minder vlees te laten eten, minder vliegvakanties te laten boeken of de auto vaker te laten staan. In plaats daarvan moet de overheid problemen bij de bron aanpakken, door werk te maken van het verminderen van de uitstoot van CO2. Zo profiteert het klimaat het meest. Daarbij willen wij ruim baan voor innovatie en de garantie dat iedereen zijn of haar eigen keuzes kan blijven maken. We dragen allemaal bij aan de bescherming van ons milieu. We zamelen ons glas en papier apart in, zetten onze GFT-bak aan de straat en ruimen na een dag in het park of aan het strand onze rommel op. We vinden het normaal om op deze manier een steentje bij te dragen. Ook neemt het besef toe dat veel afval kan dienen als grondstof voor nieuwe producten. Dankzij recycling zijn er minder grondstoffen nodig, wat uiteindelijk goed is voor het milieu. Een beter milieu gaat heel goed samen met economische kansen voor Nederland. De Nederlandse recyclingsector is bijvoorbeeld nu al toonaangevend in de wereld. Wij willen dat de overheid deze ontwikkeling ondersteunt door zich meer in te zetten voor normen en minder voor allerlei verboden en betuttelende, belemmerende regels en procedures waarmee we geen milieuwinst boeken.’

PvdA: + +

Een hoofdstuk binnen het verkiezingsprogramma van de PvdA heet ‘Naar een economie en energievoorziening van de 21ste eeuw: duurzaam en circulair’ en bevat veel concrete punten ter bevordering van milieu en klimaat.

SP: + +

Verkiezingsprogramma SP: ‘We moeten ons land schoon en leefbaar houden, nu en voor de toekomst. Wat we nu kapotmaken, krijgen we nooit meer terug. Het aandeel duurzame energie laten we daarom stevig stijgen, bijvoorbeeld door meer voorwaarden te stellen aan energieleveranciers. De overheid neemt de komende jaren haar verantwoordelijkheid voor energiezuinig produceren en meer duurzame stroom- en gasproductie. De komende vier jaar komt er een moratorium op kolencentrales en kerncentrales. We stimuleren dat mensen vaker kiezen voor zuinige en duurzame energie. Bovendien nemen we maatregelen om het belastingstelsel flink te vergroenen en te besparen op het gebruik van energie. We doen voorstellen om afval meer milieuvriendelijk te verwerken en grondstoffen opnieuw te gebruiken. Ook gaan we asbestvervuiling beter inventariseren en bestrijden. Vervuilde grond gaan we beter reinigen. Bovendien versterken we het toezicht op milieuvervuiling en de handhaving van milieuregels. We zorgen dat burgers direct financieel voordeel krijgen als ze kiezen voor groene energie.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Een duurzame toekomst vraagt om een forse investering in de economie en infrastructuur van ons land. Om dat mogelijk te maken richten we een ontwikkelingsbank voor Technologie, Innovatie & Duurzaamheid op als aanjager voor de verandering. Deze bank kan geld aantrekken op de kapitaalmarkt en daarmee kunnen we onder meer alle woningen, bedrijven en gebouwen voor het jaar 2035 duurzaam isoleren, wijk voor wijk en straat voor straat. Isolatie van gebouwen is namelijk een van de meest effectieve manieren om de uitstoot van CO2 terug te dringen. De overheid, bedrijven en corporaties staan voor een gezamenlijke opdracht om deze transitie in te vullen. Een tweede stap op weg naar een duurzame toekomst is de groei naar een circulaire economie waarbij uiteindelijk alle producten na gebruik hergebruikt worden. Afval wordt een grondstof met een nieuwe bestemming. Met onze innovatieve afvalbranche en topuniversiteiten als Delft en Twente kunnen we leidend zijn in de beweging naar een circulaire economie. Dat levert ook nieuwe bedrijvigheid en werkgelegenheid op. Het nieuwe kabinet moet met het bedrijfsleven, de afvalbranche en de wetenschap de handen ineenslaan om deze broodnodige omslag te maken. Om onze energievoorziening te verduurzamen zetten we in op energiebesparing, CO2-reductie en investeren we in de opwekking van duurzame energie. Op grond van de klimaatafspraken in Parijs wordt ook van Nederland een extra inspanning gevraagd. Wij verwelkomen lokale initiatieven voor duurzame energie op voorwaarde dat de omwonenden daar zelf profijt van hebben, bijvoorbeeld door een lagere energierekening of een jaarlijkse investering in de lokale gemeenschap. Ook wanneer windmolens die met subsidie zijn neergezet na afloop van de subsidieperiode met winst worden doorverkocht, vloeit een deel van de opbrengst terug naar de samenleving. Dergelijke winsten kunnen ook via de nieuwe ontwikkelingsbank opnieuw worden geïnvesteerd in innovatieve projecten voor hernieuwbare energie.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.

[…] Halvering motorrijtuigenbelasting.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘De afgelopen jaren hebben we ons als oppositiepartij al bewezen op dit gebied. We hebben ons ingespannen om kolencentrales te sluiten en we hebben gezorgd voor schone bussen. Schaliegas blijft op ons initiatief in ieder geval tot 2023 onder de grond. D66 heeft structureel € 200 miljoen extra per jaar geregeld voor natuur. We hebben het verwerken van afvalstoffen naar opnieuw bruikbare grondstoffen, de zogenaamde grondstoffenrotonde, gerealiseerd en voor € 2 miljard aan fiscale vergroening zeker gesteld. Op die lijn gaan we door. Kolencentrales en niet-duurzame landbouw, die sowieso tot het verleden gaan behoren, zetten we versneld aan de kant en maken plaats voor de toekomst. Klimaatverandering is en blijft een enorme uitdaging die wij als mensheid moeten oplossen. Het raakt ons allemaal, bedreigt het welzijn en de welvaart van iedereen en vraagt actie van elk van ons. De afgelopen decennia is er veel tijd verspild aan het ontkennen van het probleem en het wijzen op het gebrek aan actie van anderen. Gelukkig is er tegelijkertijd veel techno logische voortgang geboekt. Groene energie wordt met rasse schreden goedkoper en over zo’n vijftien jaar zal bijvoorbeeld zonne-energie in combinatie met batterijen goedkoper zijn dan vieze stroom. Tegelijkertijd zijn schone oplossingen voor lucht- en scheepvaart en voor bepaalde zware industrieën nog minder uitgekristalliseerd. Europa speelt hier een leidende rol in het agenderen van de uitdaging en het werken aan de oplossing. Daarbij is energie onaf hankelijkheid een factor van belang – wij willen niet afhankelijk zijn van Rusland of Saoedi- Arabië. Binnen Europa hangen wij als Nederland in daden echter achteraan en dat heeft effect op ons recht van spreken. D66 wil meer ambitie en hardere afspraken, waardoor we onze bijdrage leveren, maar ook de grote kansen pakken die de aanpassing van de fundamenten van de economie ons biedt. Door voorop te lopen maken wij het mogelijk voor Neder – landse ondernemers om tot de winnaars van de nieuwe economie te behoren. Daarom wil D66 een wettelijk ‘no net loss’-principe. Er mag geen netto verlies aan natuur optreden. Dus ieder verlies aan natuur moet elders gecompenseerd worden. Dat zorgt ervoor dat in elk project de echte kosten van natuurverlies meegewogen zullen worden en het ontmoedigt vernielende projecten in gebieden van hoge natuurwaarde. Dit geeft een grote prikkel voor ieder project om het verlies zo klein mogelijk te maken en een grote stimulans voor projecten van natuurherstel. D66 wil dit principe in Nederland en in Europa invoeren. We zouden het ook willen toepassen bij met Nederlands en Europees geld gefinancierde projecten buiten Europa. Het ontwikkelingsbeleid van Nederland en Europa mag niet tot een verdere vernietiging van de natuur leiden. Dat moet dus een hard criterium worden. Nederland spant zich in Europees verband specifiek in om ontbossing in grondstofketens uit te bannen. Het EU Deforestation Free Action Plan moet uitmonden in regelgeving om ontbossing in grondstofketens uit te bannen. Het is van belang dat Nederland zich hiervoor inspant. Vrijheid bestaat alleen op een leefbare planeet. Daarom hebben we wereldwijd Sustainable Develop -ment Goals (SDG’s) afgesproken. Deze moeten nationaal, dus ook in Nederland, en internationaal voortvarend nagestreefd worden. Bij de SDG’s gaat het om alle aspecten van duurzame ontwikkeling en niet alleen om armoedebestrijding. Zorg voor milieu en biodiversiteit zijn een onlosmakelijk deel van deze duurzame ontwikkeling. Daarom financieren wij bescherming van bestaande en nieuwe beschermde natuurgebieden en soorten op land en zee; we bestrijden milieucriminaliteit en stroperij en strijden tegen (de gevolgen van) klimaat verandering. De gewenste energietransitie vraagt om structureel en voorspelbaar energiebeleid. Ons energieverbruik moet omlaag. In 2030 wil D66 dat drie miljoen huizen klimaatneutraal zijn. Om datte bereiken moeten, zowel bij huurwoningen als bij koopwoningen, grote stappen worden gezet. Bestaande sociale huurwoningen zullen energie – zuiniger en dus geïsoleerd moeten worden. Woning – corporaties worden gestimuleerd dit te doen, doordat zij in ruil voor verbeteringen een vergoeding mogen vragen.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De ChristenUnie is hoopvol over de duurzame toekomst van Nederland. Een schone en circulaire economie levert veel op voor ons en voor volgende generaties: een gezondere lucht, een beter klimaat en een sterkere economie. Met onze innovatieve bedrijven en hoogwaardige kennis hebben we een uitstekende uitgangspositie om duurzame koploper in de wereld te worden. Wij willen zo snel mogelijk af van olie, gas en kolen en ruim baan voor schone energie. Energiebesparing in de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit wordt topprioriteit. Auto’s zonder uitstoot en energieneutrale huizen worden de norm. Materialen die de Schepping ons geeft willen wij niet verspillen, maar terugwinnen en hergebruiken. Wij kiezen voor de bescherming van waardevolle natuur en een verantwoorde omgang met ruimte en landschap in Nederland.

Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is nodig voor een sterke economie. De groeiende mobiliteit mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van onze leefomgeving en de leefbaarheid.

De ChristenUnie wil de milieubelasting door het verkeer verkleinen en gericht investeren in de sterke punten van verschillende vormen van vervoer. Het verkeer wordt slimmer, schoner en zuiniger. Juist in de natuur herkennen we de grootsheid van Gods schepping. In de Bijbel lezen we hoe God geniet van Zijn schepping en hoe de schepping God, de Schepper, eert. De natuur heeft daarmee intrinsieke waarde. God heeft mensen geroepen om zich om Zijn schepping te bekommeren. Als we de natuur geweld aan doen, schaden we onszelf en onze leefomgeving. We zien echter dat milieuvervuiling de natuur aantast, dat de soortenrijkdom onder druk staat en dat natuur in Nederland in de verdrukking kan komen door economische activiteiten. Na jaren van terugloop zien we in ons land een voorzichtig herstel van de soortenrijkdom. Dit herstel is hoopgevend en laat zien dat gericht natuurbeleid werkt. Mondiaal is het beeld echter zorgelijker. Natuur is veelal kwetsbaar en kan niet voor zichzelf spreken. Er zijn dus regels nodig om de natuur te beschermen, om de belangen van de natuur af te wegen tegen andere belangen, en om samenhang te creëren met andere belangen, zoals verduurzaming van de economie maar ook het tegengaan van klimaatverandering. De ChristenUnie wil dat ook volgende generaties kunnen genieten van de grootsheid van Gods schepping.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Ons land is verslaafd aan fossiele brandstoffen: aan gas, kolen en olie. Erger nog, de overheid subsidieert deze verslaving. Investeringen in groene innovatie, schone energie en kennis zijn veel lager dan in andere Europese landen. De Nederlandse economie is niet klaar voor de toekomst. Milieuvervuiling en plastic soep in de oceanen tekenen onze verspillende economie. De koers wordt gedicteerd door de lobbyisten van de gevestigde orde. Internationale concurrentie wordt misbruikt als argument om vernieuwing tegen te houden. GroenLinks wil af van deze status quo. Het kan anders. We weten dat de oude economie niet gaat zorgen voor werk en welvaart in de toekomst. Na jarenlang bezuinigen is het tijd om te investeren in de modernisering van de economie. Het bruto binnenlands product is niet heilig. GroenLinks staat voor een breed begrip van welvaart: groene groei, binnen duurzame grenzen; slimme groei, gebaseerd op kennis en innovatie; inclusieve groei, die zorgt voor goede banen en eerlijke inkomens. Dat is wat telt. We willen een ambitieus klimaatbeleid Met het klimaatakkoord van Parijs gaan we wereldwijd afscheid nemen van fossiele energie. GroenLinks wil dat Europa daarbij het voortouw neemt. In Nederland gaan we wissels omzetten. In ons land lopen we al jarenlang achter met ons klimaatbeleid. Daarom voeren we een ambitieuze Klimaatwet in. We leggen de klimaatdoelen voor de lange termijn vast en regelen dat jaarlijks maatregelen genomen worden die garanderen dat we deze doelen halen. De Klimaatwet geeft voor de lange termijn zekerheid aan vooruitstrevende organisaties en bedrijven om te investeren in innovatie, duurzame

energie en nieuwe werkgelegenheid. De overheid is een belangrijke aanjager van economische vooruitgang. GroenLinks wil investeren in modernisering van onze economie. We jagen banengroei aan. Door te investeren in schone energie, openbaar vervoer en energiezuinige woningen, trekken we een veelvoud van private investeringen los. De overheid stimuleert onderzoek en innovatie door het bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Start-ups, als aanjagers van innovatie, worden extra gefaciliteerd. Technologische ontwikkeling, zoals robotisering en 3D-printen, biedt kansen om de economie schoner en eerlijker te organiseren. We moeten toe naar een economie gericht op hergebruik en hernieuwbare grondstoffen waarbij deze zo efficiënt mogelijk worden benut. Een circulaire economie maakt gebruik van de Nederlandse toppositie op het gebied van kennis van biobased materialen. Als grootste markt ter wereld kan Europa de standaard zetten voor producten die minder schaarse grondstoffen vergen, langer meegaan, beter te repareren en recyclen zijn. Zo zorgen we dat bedrijven niet langer grondstoffen gebruiken die medeoorzaak zijn van oorlogen, uitbuiting en milieuvernietiging.’

SGP: + +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Gods schepping is het waard om zuinig op te zijn. Als rentmeesters dienen we daar zorgvuldig mee om te gaan. Hier ligt -letterlijk en figuurlijk- een schone opgave voor ons allemaal. De zorg voor het goed omgaan met schaarse grondstoffen, energie, zuiver water, een gezonde lucht en een schone, vruchtbare bodem is allereerst een verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Dat neemt niet weg dat óók de overheid een taak heeft bij het voorkomen van verontreiniging en uitputting. Dat kan bijvoorbeeld door goed gedrag te stimuleren en zelf het goede voorbeeld te geven. En door uit te gaan van het alleszins redelijke en eerlijke principe: de vervuiler betaalt. Energie die je niet gebruikt, hoef je ook niet op te wekken. Energiebesparing tikt daarom aan: minder fossiele brandstoffen met alle problemen van dien en minder gas uit Groningen. De SGP zet energiebesparing daarom op één! Als rentmeester moeten we zorgvuldig om gaan met grondstoffenvoorraden, energiebronnen en met de natuur. De CO2-uitstoot door autoritten, gasketels en fabrieken heeft invloed op het klimaat. Over de mate waarin en de gevolgen op de lange(re) termijn valt te discussiëren. Alleen al uit voorzorg is het wijs om de mogelijke consequenties serieus te nemen. Er is nog een andere reden om zuinig te zijn met energie. Voor veel van de door ons gebruikte energie zijn we afhankelijk van andere landen, dikwijls ver weg. Iedereen weet dat dat landen en gebieden zijn waar niet alleen veel spanningen zijn, maar die ook nog eens geregeerd worden door personen en families waar een luchtje aan zit en soms ronduit gevaarlijk zijn. Nadeel is natuurlijk ook dat we zo de kas spekken van buitenlandse oliesjeiks en gasbaronnen. Hierdoor zijn we kwetsbaar geworden, en dat wordt nog eens versterkt door de noodzakelijke beperking van de aardgaswinning in Groningen. De aardbevingsdreiging daar moet immers omlaag om de Groningers te beschermen tegen nóg meer aardbevingen. Die kwetsbaarheid moeten we niet willen, zeker niet tegen de achtergrond van de wetenschap dat steeds meer ontwikkelingslanden in toenemende mate een beroep gaan doen op de toch al spaarzame grondstoffen en energiebronnen. De praktijk leert dat fossiele energie nog te goedkoop is om een serieuze prikkel voor besparing en verduurzaming te zijn. Dat moet veranderen, zeker als je op de lange duur af wilt van het gebruik van vervuilende, beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. Daarom zal er een omschakeling moeten plaatsvinden, en dat kan alleen als we bereid zijn om te investeren en te innoveren. Het huidige beleid kijkt vooral naar het halen van de doelstelling van 14% duurzame energie in 2020. Dat is eenzijdig en leidt tot kortzichtigheid. Het gaat om een zo duurzaam mogelijke energievoorziening op langere termijn, mits voldoende betrouwbaar en economisch haalbaar. Nu worden miljarden euro’s uitgetrokken voor het subsidiëren van bestaande technieken zoals windmolenparken. Dat staat in schril contrast met het budget voor innovatie en energiebesparing. Te veel geld gaat naar de korte termijn, te weinig naar oplossingen voor de lange termijn. Beter koersen op het lange termijn doel voorkomt ook zwalkend beleid. Daar hebben bedrijven schoon genoeg van.’

13. Akkoord van Parijs concreet

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD: ‘De internationale afspraken (Parijs) om de CO2-uitstoot te verlagen, moeten worden nagekomen.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘De inzet van het klimaatakkoord van Parijs juichen wij toe maar zeker is ook dat het grote inspanningen van ons allen zal vragen. Daarom moet de uitvoering van het Klimaatakkoord van Parijs snel op gang komen. Juist in de komende vijf jaar moeten de belangrijkste besluiten worden genomen om het doel van een klimaat-neutrale economie uiterlijk in 2050 te kunnen realiseren. Wij willen dat het klimaatakkoord van Parijs doorwerkt in ambitieuzere Europese doelstellingen voor vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, met bijbehorende doelen voor energiebesparing en duurzame energie. Wij willen dat de temperatuurstijging maximaal 2°C bedraagt en we streven naar een maximum van 1,5°C. Voor Europa en Nederland betekent dit een reductiedoelstelling van 55 procent in 2030 en 95 procent in 2050. De overheid verankert deze ambitieuze doelen in de Klimaatwet. Zo geven we de benodigde langjarige zekerheid aan investeerders en samenleving.

Mochten inspanningen van VS en China, ondanks Parijs, toch niet in lijn zijn met die van de EU, dan zetten we ons in voor CO2-grensheffingen. Het Klimaatakkoord van Parijs biedt hoop. Nu moeten de woorden in daden worden omgezet.’

SP: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Op grond van de klimaatafspraken in Parijs wordt ook van Nederland een extra inspanning gevraagd. Wij verwelkomen lokale initiatieven voor duurzame energie op voorwaarde dat de omwonenden daar zelf profijt van hebben, bijvoorbeeld door een lagere energierekening of een jaarlijkse investering in de lokale gemeenschap.’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Het klimaatakkoord van Parijs vinden we een goed akkoord. Het is goed dat alle landen in de wereld de uitdaging erkennen en zich hebben gecommitteerd aan een ambitie. En het is goed dat we de temperatuur stijging willen beperken tot maximaal 1,5 graad. Deze afspraken en doelen mogen geen loze woorden blijken, maar moeten vertaald worden in concrete handhaafbare verplichtingen in Nederland en in Europa. Na het klimaatakkoord van Parijs moeten Europa en Nederland de ambities verhogen – in 2030 moet onze CO2-uitstoot tenminste 50% lager zijn, in 2050 95% lager. De lucht- en scheepvaart vragen om mondiale afspraken die aansluiten bij de afspraken van de klimaattop in Parijs. Het klimaatakkoord van Parijs stemt ons optimistisch. Dit akkoord bevat een innovatieve aanpak om elk land voor zich te laten werken aan verbetering. Alle landen hebben zich verplicht om nationale klimaatplannen op te stellen en over ambitie en voortgang aan elkaar te rapporteren. D66 denkt dat deze methode ook kan helpen om de al bestaande afspraken over behoud van natuur en biodiversiteit tot resultaten te laten leiden. Deze aanpak kunnen we al direct toepassen met onze Europese partners.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Het Klimaatakkoord van Parijs is daarom een belangrijke wereldwijde afspraak.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Met het klimaatakkoord van Parijs gaan we wereldwijd afscheid nemen van fossiele energie. GroenLinks wil dat Europa daarbij het voortouw neemt. In Nederland gaan we wissels omzetten. In ons land lopen we al jarenlang achter met ons klimaatbeleid. Daarom voeren we een ambitieuze Klimaatwet in. We leggen de klimaatdoelen voor de lange termijn vast en regelen dat jaarlijks maatregelen genomen worden die garanderen dat we deze doelen halen. De Klimaatwet geeft voor de lange termijn zekerheid aan vooruitstrevende organisaties en bedrijven om te investeren in innovatie, duurzame energie en nieuwe werkgelegenheid.’

SGP: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

14. Internationale rechtsorde

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD: ‘De veiligheidsparaplu die de Verenigde Staten ons decennialang heeft geboden, is niet langer vanzelfsprekend. De Amerikanen verschuiven hun blik richting Azië, waardoor wij zelf meer garant moeten gaan staan voor de eigen veiligheid. Het Nederlandse belang moet hierbij leidend zijn, waarbij we tegelijkertijd streven naar een internationale rechtsorde die zorgt voor rust en stabiliteit. De uitkomst telt, niet de mooie woorden daaromheen. Als we bij het veiligstellen van strategische belangen zaken moeten doen met ondemocratische regimes met een ander wereldbeeld, dan moeten we dat niet schuwen. Soms is dat de enige manier om migratiestromen verder in te dammen of terroristische aanslagen in ons land te voorkomen. Ook zo beschermen we onze vrijheid en veiligheid. Om overal ter wereld effectieve diplomatie te kunnen bedrijven, willen we onze ambassades versterken in landen waar economische kansen of juist bedreigingen voor onze veiligheid liggen. Speciale aandacht gaat uit naar onze traditionele bondgenoten, naar landen in de ring rond Europa en naar opkomende economieën. Thema’s waarop we ons primair concentreren, zijn veiligheid, migratie, terrorisme en handel. Om zo veel mogelijk te bereiken, werken we intensief samen met andere Europese lidstaten. Onze militairen verdienen het te weten waarvoor zij vechten. Bovendien dragen heldere taken bij aan hun effectiviteit. De absolute kerntaak van onze krijgsmacht is en blijft het verdedigen van ons eigen grondgebied en dat van onze bondgenoten in de NAVO en de EU. Soms zijn vredesmissies – waar ook ter wereld – de enige manier om ontwrichtende oorlogen te beëindigen. In dat geval vinden wij ze dus noodzakelijk. Onze militairen vervullen daarbij primair een militaire rol: wederopbouw en ontwikkelingstaken zijn niet hun belangrijkste verantwoordelijkheid. Missie is missie en vechten is vechten: wij zijn tegen het aanbrengen van allerlei extra voorbehouden en uitzonderingen die het optreden van onze militairen onnodig hinderen. Het heeft onze voorkeur als de missies waaraan Nederland deelneemt, worden gesteund door een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Maar we laten ons niet in een dwangbuis stoppen: als mensen op gruwelijke wijze worden vermoord of gemarteld of als onze eigen veiligheid en belangen in gevaar zijn, moeten we kunnen optreden zonder zo’n mandaat. Dat kan zeer legitiem zijn.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Vrede brengen en vrijheid beschermen is de belangrijkste opdracht in deze tijd waarin instabiliteit en onveiligheid zo’n grote invloed hebben op zoveel mensenlevens.

Mensenrechten en democratie:

  • Wij steunen democratische ontwikkeling, maatschappelijke initiatieven, rechtsstaatontwikkeling en institutionele versterking. Het inzetten van alle instrumenten (zoals stille diplomatie, publieke druk, of actieve steun aan moedige mensenrechtenverdedigers) vraagt om meer capaciteit op ambassades.
  • Wij willen dat Nederland zich inzet voor een strenger EU-wapenexportbeleid. Voor repressieve regimes als Saoedi-Arabië, dat mensenrechten schendt en zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden, willen we een algehele exportstop. Wij steunen de huidige strenge interpretatie van Europese regels voor wapenexport die in Nederland wordt toegepast.
  • Nederland heeft in het bijzonder een voortrekkersrol te vervullen als het gaat om rechten van vrouwen, kinderen, LHBTI en mensenrechtenverdedigers. Ook journalisten, die wereldwijd steeds meer gevaar lopen, kunnen op onze steun rekenen.
  • Boycots en sancties zetten we bij voorkeur gericht in, bijvoorbeeld tegen personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen. Dit doen we door het weigeren van inreisvisa of het bevriezen van banktegoeden.
  • We maken ons zorgen over de opkomst van autoritaire leiders en discriminatie in de Europese Unie. De EU moet meer nadruk leggen op het beschermen van de rechtsstaat en structurele monitoring van Europese landen. Landen die de verkeerde kant op bewegen, riskeren sancties zoals uitsluiting van Europese subsidies.
  • We staan pal voor de vrijheid van landen als Oekraïne, Georgië en Moldavië om hun eigen toekomst te kunnen bepalen. Ook in andere landen in Oost-Europa en de Balkan blijven Nederland en de EU investeren in transformatieprocessen, bijvoorbeeld door de economie en de democratische rechtstaat te versterken. Een stabielere omgeving zorgt voor een veiliger Europa.
  • De Arabische lente heeft niet gebracht wat we hadden gehoopt. Hervormers en moedige mensenrechtenverdedigers moeten echter op onze steun kunnen blijven rekenen. Een land als Tunesië, dat als enige de democratische belofte waar lijkt te maken, krijgt assistentie bij de opbouw van instituties en door het openstellen van de Europese markt.
  • Met Den Haag als vestigingsplaats van een groeiend aantal hoven en tribunalen profileert Nederland zich als voortrekker in de bevordering van de internationale rechtsorde en voorkoming van straffeloosheid. Als lid van de VN Veiligheidsraad zet Nederland zich specifiek in voor mensenrechten, duurzame ontwikkeling en gerechtigheid.
  • Diplomatie blijft essentieel om voor onze eigen waarden en belangen op te komen en om een bijdrage te leveren aan een veilige en eerlijke wereld. We houden het ambassadenetwerk op peil en breiden uit waar kansen zich voordoen of als de politieke situatie daar om vraagt.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘We moeten de internationale rechtsorde bevorderen, in het belang van vrede, veiligheid, welvaart en welzijn van alle wereldburgers. Samenwerken over de grenzen verbindt landen en verkleint de kansen op conflicten. Door internationale samenwerking maken we de wereld stabieler, veiliger en welvarender. Een Europa van vrede en veiligheid is een baken voor de rest van de wereld. Een Europa dat vooral bezig is met het verspreiden van een neoliberale politiek brengt die samenwerking juist in groot gevaar.

Nederland geeft prioriteit aan zijn grondwettelijke verplichting tot bevordering van de internationale rechtsorde. Met tal van internationale organen en tribunalen moet Nederland het land van de vrede zijn en dat in alles uitstralen. We werken aan een kleinere krijgsmacht. Deelnemen aan militaire missies in het buitenland wordt beperkt tot die missies welke op uitdrukkelijk verzoek van de Verenigde Naties plaatsvinden, waarbij Nederland ook nog altijd zijn eigen afweging maakt.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Daarom blijven we met een open, realistische blik kijken naar de wereld om ons heen. We blijven bouwen aan coalities om onze economische positie te versterken en onze waarden te beschermen. We blijven bereid om onze bijdrage te leveren aan de internationale rechtsorde, de mensenrechten en aan vrede, stabiliteit en ontwikkeling in andere delen van de wereld. Uit solidariteit, maar ook in het besef dat de problemen anders ons allemaal zullen raken. Internationale samenwerking draagt bij aan de veiligheid in de wereld, daar en hier. De noodzaak om bij te dragen aan stabiliteit en ontwikkeling in andere landen is nog onverminderd groot; de media tonen ons de gevolgen van klimaatverandering, honger, ziekte en andere humanitaire rampen. Wij kiezen ervoor om diplomatie, Defensie, handel en ontwikkeling samen te brengen in een geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar, zelfredzaam te maken en een menswaardig bestaan te bieden. Wij verbinden maatschappelijke organisaties, bedrijven en de overheid, zowel hier als in de ontvangende regio’s. Op die manier worden internationale samenwerking en solidariteit met de bevolking van fragiele staten verbonden in een wederzijds belang en kunnen nieuwe conflicten en problemen worden voorkomen. Op de middelen voor internationale samenwerking is de afgelopen decennia te veel bezuinigd. Daarom worden de financiering van de Nederlandse bijdrage omgevormd op basis van deze nieuwe aanpak en tevens beantwoorden aan afspraken die in internationaal verband zijn gemaakt over de bijdrage aan de ontwikkeling van specifieke landen en regio’s. Daarnaast willen we burgers en organisaties intensiever betrekken bij de financiering van specifieke projecten op het gebied van internationale samenwerking.’

PVV: – –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma, maar de PVV stelt ten aanzien van vluchtelingen en vreemdelingen maatregelen voor die haaks staan op de internationale rechtsorde.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Kiezen voor rechtsorde, veiligheid, mensenrechten en democratie D66 streeft naar een vrije en rechtvaardige wereld. Dat betekent dat we streven naar een wereld waarin de progressieve liberale waarden centraal staan. Zonder een goed functionerende rechtsstaat en democratie bestaat vrijheid namelijk niet. Nederland als land van vrede en recht Nederland staat internationaal bekend om zijn respect voor mensenrechten en zijn inzet voor de internationale rechtsorde. In de Nederlandse grondwet staat zelfs dat de krijgsmacht er is om de internationale rechtsorde te bevorderen. In het bijzonder staat de stad Den Haag in binnen- en buitenland bekend als internationale stad van vrede en recht.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De wereld is in beweging en is er niet veiliger op geworden. Wrede regimes, onderdrukking, burgeroorlogen en terrorisme zorgen voor grote vluchtelingenstromen. Mensen vluchten bovendien voor armoede, honger en droogte, veroorzaakt door mondiale ongelijkheid en klimaatverandering. Een recordaantal van meer dan 60 miljoen mensen is wereldwijd op de vlucht. De erbarmelijke omstandigheden in landen als Syrië, Irak, Eritrea en Zuid-Soedan verhogen de druk op opvangkampen in de omliggende landen. Er is meer geld nodig voor menswaardige opvang in en rondom crisisregio’s, vanwege de grote tekorten en de grote druk op de opvangkampen. Onder andere de Nederlandse hulporganisaties doen belangrijk werk in deze gebieden. Er zijn geen eenvoudige oplossingen voor het vluchtelingenprobleem. Maar we kunnen en willen ons niet terugtrekken achter de dijken. De ChristenUnie streeft vanuit een Bijbelse opdracht naar recht en gerechtigheid en blijft werken aan vrede en veiligheid. Het belang van de rechtsstaat en mensenrechten staat daarbij voorop. Dat vraagt allereerst om het (regionaal) opvangen van mensen in acute nood. We mogen hen niet in de steek laten. Het werken aan vrede en veiligheid vraagt ook om een hoger budget voor Defensie, na de jarenlange bezuinigingen op onze krijgsmacht. Sinds de val van de muur in 1989 hebben we ons vredesdividend compleet opgerookt. De ChristenUnie ziet de NAVO norm als uiteindelijk doel en wil de komende kabinetsperiode structureel 2 miljard euro per jaar extra in Defensie investeren. Zo kan Nederland een bijdrage leveren aan het beschermen van nationale belangen, het bevorderen van de internationale rechtsorde, waarin geweld en agressie wordt tegengegaan, geestelijke vrijheden en culturele rechten van minderheden wordt geëerbiedigd, verdragen worden nageleefd en verantwoord gebruik van de aarde wordt nagestreefd.’

GroenLinks: +

Het woord ‘rechtsorde’ komt niet in het verkiezingsprogramma voor.

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We delen één wereld 7. Het buitenlands beleid van Nederland is gericht op eerlijke verdeling van welvaart, duurzaamheid en het versterken van democratie en mensenrechten. Vredes-, mensenrechten- en ontwikkelingsdiplomatie krijgen voorrang boven economische diplomatie. Ontwikkelingssamenwerking gaat over het belang van mensen in ontwikkelingslanden, niet om het economisch belang van het Nederlands bedrijfsleven. Nederland steunt het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden: burgerbewegingen, mensenrechten- en milieuactivisten en vrouwenemancipatie. De internationale gemeenschap deelt de verantwoordelijkheid om mensen te beschermen en genocide en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen. Als alle niet-militaire opties zijn overwogen en onvoldoende effectief zijn gebleken, kunnen militaire interventies nodig zijn ter bescherming van mensen tegen gruwelijk en grootschalig geweld. Een militaire interventie is volkenrechtelijk gelegitimeerd en gaat altijd hand in hand met diplomatie, humanitaire hulp en wederopbouw die bijdraagt aan een stabiele, veilige situatie voor de burgers ter plekke, ook op de lange termijn. Voor dergelijke vredesmissies moet Nederland internationaal en als onderdeel van de Europese Unie ook militair verantwoordelijkheid blijven nemen.’

SGP: 0

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 leek het erop dat de wereld ineens een stuk veiliger was geworden. Van dat optimisme is nog maar weinig over. Door de opmars van Isis in Syrië en Irak, maar ook door de opstelling van Rusland, is een ‘gordel van instabiliteit’ ontstaan, die ook onze veiligheid in Nederland bedreigt. Om een vuist te vormen tegen het barbaarse geweld van islamitische of andere terroristen, waren en zijn Nederlandse soldaten actief in onder meer Afghanistan, Irak, Syrië en Mali. Helaas zijn zulke missies hard nodig. Niet alleen om bruut geweld tegen bijvoorbeeld christenen tegen te gaan, maar ook om te voorkomen dat landen die op instorten staan, zoals Libië, zomaar een conflict ingezogen worden, met alle ellende en vluchtelingenstromen van dien. Militaire interventies uit het recente verleden bleken niet altijd positief uit te pakken. Om dit soort teleurstellingen in de toekomst te voorkomen is een gedegen politieke en militaire strategie met realistische doelstellingen onontbeerlijk.’

15. Vredesoperaties

VVD: + +

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Soms zijn vredesmissies – waar ook ter wereld – de enige manier om ontwrichtende oorlogen te beëindigen. In dat geval vinden wij ze dus noodzakelijk. Onze militairen vervullen daarbij primair een militaire rol: wederopbouw en ontwikkelingstaken zijn niet hun belangrijkste verantwoordelijkheid. Missie is missie en vechten is vechten: wij zijn tegen het aanbrengen van allerlei extra voorbehouden en uitzonderingen die het optreden van onze militairen onnodig hinderen. Het heeft onze voorkeur als de missies waaraan Nederland deelneemt, worden gesteund door een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Maar we laten ons niet in een dwangbuis stoppen: als mensen op gruwelijke wijze worden vermoord of gemarteld of als onze eigen veiligheid en belangen in gevaar zijn, moeten we kunnen optreden zonder zo’n mandaat. Dat kan zeer legitiem zijn.

Militaire veiligheidsoperaties zijn ook een vorm van ontwikkelingshulp, omdat die bijdragen aan stabiliteit. Die stabiliteit hebben landen nodig om economisch te kunnen groeien.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Niet alleen ver weg, ook dichtbij huis in Nederland en aan de NAVO-buitengrens nemen de dreigingen toe. Juist in deze tijd kiezen we daarom voor een krijgsmacht die goed is toegerust op deelname aan de collectieve verdediging van het NAVO-grondgebied, vredesmissies in het buitenland en bijdragen aan nationale veiligheid en crisisbeheersing in Nederland. Deze taken kunnen alleen worden volbracht met fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, goed materieel en voldoende training voor onze militairen. Wij willen het defensiebudget verhogen zodat de basisgereedheid op orde wordt gebracht en zodat operaties die duurzame ontwikkeling mogelijk maken in kwetsbare landen blijvend gesteund worden.’

SP: –

Verkiezingsprogramma SP: ‘We werken aan een kleinere krijgsmacht. Deelnemen aan militaire missies in het buitenland wordt beperkt tot die missies welke op uitdrukkelijk verzoek van de Verenigde Naties plaatsvinden, waarbij Nederland ook nog altijd zijn eigen afweging maakt. Daarbij wordt onder meer gekeken naar garanties voor het respecteren van het internationaal recht, waaronder de Conventies van Genève en de mensenrechten. De minimumleeftijd voor deelname door militairen wordt, overeenkomstige de wens van de Verenigde Naties, verhoogd naar 21 jaar. Elke missie wordt gevolgd door een grondige parlementaire evaluatie.

[…] Effectieve missies ter bestrijding van piraterij steunen we, uitbreiding ervan met operaties aan land moet met grote terughoudendheid worden bezien. De Nederlandse militairen en politie-instructeurs in Afghanistan trekken we terug. In plaats daarvan kiezen we voor civiele steun aan de opbouw van dat land.’

CDA: 0

Vredesmissies worden in het verkiezingsprogramma niet genoemd; alles staat in het teken van ‘onze veiligheid’.

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Daarom blijven we met een open, realistische blik kijken naar de wereld om ons heen. We blijven bouwen aan coalities om onze economische positie te versterken en onze waarden te beschermen. We blijven bereid om onze bijdrage te leveren aan de internationale rechtsorde, de mensenrechten en aan vrede, stabiliteit en ontwikkeling in andere delen van de wereld. Uit solidariteit, maar ook in het besef dat de problemen anders ons allemaal zullen raken. Wij kiezen ervoor om diplomatie, Defensie, handel en ontwikkeling samen te brengen in een geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar, zelfredzaam te maken en een menswaardig bestaan te bieden. Wij verbinden maatschappelijke organisaties, bedrijven en de overheid, zowel hier als in de ontvangende regio’s. Op die manier worden internationale samenwerking en solidariteit met de bevolking van fragiele staten verbonden in een wederzijds belang en kunnen nieuwe conflicten en problemen worden voorkomen. Op de middelen voor internationale samenwerking is de afgelopen decennia te veel bezuinigd. Daarom worden de financiering van de Nederlandse bijdrage omgevormd op basis van deze nieuwe aanpak en tevens beantwoorden aan afspraken die in internationaal verband zijn gemaakt over de bijdrage aan de ontwikkeling van specifieke landen en regio’s. Daarnaast willen we burgers en organisaties intensiever betrekken bij de financiering van specifieke projecten op het gebied van internationale samenwerking. We investeren ook in onze militairen: mannen en vrouwen die onder moeilijke omstandigheden belangrijk werk verrichten. Zij vechten voor onze vrijheid.’

PVV: – –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma. De PVV heeft echter nog nooit voor zo’n missie gestemd.

D66: +

Verkiezingsprogramma D66: ‘In de Nederlandse grondwet staat zelfs dat de krijgsmacht er is om de internationale rechtsorde te bevorderen.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Vrijheid is het verdedigen waard. Onze vrijheid, en de vrijheid van onze medemens. Overeenkomstig de oproep van de profeet Micha zoeken we naar vrede en recht voor onze stad, ons land en een wereld in nood. De krijgsmacht draagt bij aan de verdediging van vrede, vrijheid en gerechtigheid. En zo nodig vecht ze daarvoor. De krijgsmacht zet zich daarmee ook in voor de grondwettelijke opdracht om de internationale rechtsorde, vrede en veiligheid in de wereld te bevorderen. De veiligheidssituatie in de wereld geeft geen aanleiding om de defensie-inspanningen te verminderen. NL is de 6e economie van Europa en is als handelsnatie gebaat bij een vrije en veilige wereld. Ook is Den Haag de internationale stad van vrede en recht. Onze krijgsmacht moet daarbij passen. De ChristenUnie staat voor een veelzijdig inzetbare krijgsmacht: een krijgsmacht die kan beschermen, interveniëren en stabiliseren. Een krijgsmacht die samen met die van onze bondgenoten over de capaciteiten beschikt die nodig zijn voor het verdedigen van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, en een bijdrage kan leveren aan handhaving van de internationale rechtsorde die past bij onze positie in de wereld (vredesmissies). Uitzending van militairen moet altijd in het perspectief staan van het waarborgen van vrede en veiligheid en de bevordering van mensenrechten, waaronder de godsdienstvrijheid.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘De internationale gemeenschap deelt de verantwoordelijkheid om mensen te beschermen en genocide en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen. Als alle niet-militaire opties zijn overwogen en onvoldoende effectief zijn gebleken, kunnen militaire interventies nodig zijn ter bescherming van mensen tegen gruwelijk en grootschalig geweld. Een militaire interventie is volkenrechtelijk gelegitimeerd en gaat altijd hand in hand met diplomatie, humanitaire hulp en wederopbouw die bijdraagt aan een stabiele, veilige situatie voor de burgers ter plekke, ook op de lange termijn. Voor dergelijke vredesmissies moet Nederland internationaal en als onderdeel van de Europese Unie ook militair verantwoordelijkheid blijven nemen.’

SGP +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Om een vuist te vormen tegen het barbaarse geweld van islamitische of andere terroristen, waren en zijn Nederlandse soldaten actief in onder meer Afghanistan, Irak, Syrië en Mali. Helaas zijn zulke missies hard nodig. Niet alleen om bruut geweld tegen bijvoorbeeld christenen tegen te gaan, maar ook om te voorkomen dat landen die op instorten staan, zoals Libië, zomaar een conflict ingezogen worden, met alle ellende en vluchtelingenstromen van dien. Militaire interventies uit het recente verleden bleken niet altijd positief uit te pakken. Om dit soort teleurstellingen in de toekomst te voorkomen is een gedegen politieke en militaire strategie met realistische doelstellingen onontbeerlijk.’

16. Armoedebestrijding en eerlijke handel

‘Nederland voldoet dit jaar al feitelijk niet meer aan de VN-norm om 0,7 procent van het bruto binnenlands product te besteden aan armoedebestrijding. Door de sterk gestegen kosten voor asielopvang is het budget met bijna een vijfde geslonken, waarmee in praktijk 0,52 procent resteert voor echte ontwikkelingshulp. Zo’n sterke daling was volgens de voorgenomen bezuinigingen in het regeerakkoord pas voorzien vanaf 2016’. (de Volkskrant, 24 september 2015)

VVD: – –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Wij willen ontwikkelingshulp veel sterker gaan richten op thema’s die ook belangrijk zijn voor ons eigen land. Ook vinden wij handel minstens zo belangrijk als hulp. Het stelt landen namelijk in staat om op basis van gelijkwaardigheid en eigen kracht vooruit te komen. Hierbij speelt het Nederlandse bedrijfsleven een belangrijke rol, waarbij ons diplomatieke netwerk ondersteunend is. Ontwikkelingshulp mag geen vrijblijvend cadeautje zijn. Er mag van hulpontvangende landen een inspanning worden terugverwacht. Wij willen daarom dat ontwikkelingssamenwerking voorwaardelijk is: als landen actief meewerken, kunnen als tegenprestatie extra voordelen in het vooruitzicht worden gesteld. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van handelsbeperkingen. Als landen niet meewerken of Nederlands beleid zelfs actief ondermijnen – bijvoorbeeld door uitgeprocedeerde asielzoekers niet terug te nemen of door niet mee te werken aan het inrichten van opvang in de regio – moeten daar gerichte dwangmaatregelen tegenover staan. Bijvoorbeeld het wegnemen van hulp, het opleggen van handelsbeperkingen of zelfs het instellen van sancties. De huidige verslavende werking van ontwikkelingshulp moet worden doorbroken. Hulp heeft regelmatig het effect dat landen achterover gaan leunen, omdat ze de problemen toch niet zelf hoeven op te knappen. Begrotingssteun leidt tot perverse prikkels en houdt hulpafhankelijkheid in stand. Het is dus een slechte vorm van hulp. Wij willen deze vorm van ontwikkelingshulp dan ook helemaal schrappen, zowel bilateraal als in EU-verband. Ontwikkelingshulp kan alleen levens helpen verbeteren als het gericht wordt ingezet op een aantal kernthema’s. Bovendien kunnen op die manier miljarden euro’s structureel worden vrijgemaakt. Daarom willen wij veel gerichter inzetten op noodhulp, de (verplichte) bijdragen aan multilaterale organisaties zoals de VN en de EU, de opvang van eerstejaars asielzoekers in Nederland en opvang in de regio. Daarmee blijven wij bijdragen aan het creëren van perspectief, zodat mensen niet langer hun eigen land hoeven te verlaten voor een beter leven. Bij het aanjagen van lokale economieën speelt handel een belangrijke rol. Daarom ondersteunen wij het Nederlandse bedrijfsleven bij internationale handel, bijvoorbeeld door het organiseren van handelsmissies.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Investeren in ontwikkelingssamenwerking is van belang om groeiende ongelijkheid tegen te gaan die mensen doet migreren. We zijn voor 0,7procent van het BNP voor zuivere ontwikkelingssamenwerking. Dit is exclusief klimaatfinanciering en kosten voor eerstejaarsopvang van asielzoekers in Nederland. We handhaven de huidige speerpunten: veiligheid en rechtsorde, water, voedselzekerheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. De PvdA wil zich in het bijzonder inzetten voor gelijke rechten voor vrouwen en meisjes.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘ 23. Nederland draagt er zorg voor dat internationale solidariteit de hoeksteen vormt van het internationale beleid. Vrede en veiligheid hebben de beste kansen in een duurzame en eerlijke mondiale samenleving. Het nakomen van de internationaal overeengekomen Millenniumdoelen is een hoge verplichting van de hele wereld en mag niet afhankelijk gemaakt worden van tijdelijke economische tegenwind.

  • In plaats van de eenzijdige gerichtheid in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op vrijhandel, streven we naar een meer samenhangend beleid. Daarin verbinden we het beleid op het gebied van voedsel, water, energie en grondstoffen met elkaar. En zetten we in op bestrijding van armoede, in combinatie met economische groei en de ontwikkeling van een fatsoenlijk rechtsstelsel dat de mensenrechten respecteert.
  • We kunnen arme landen het beste helpen door internationale eerlijke handelsregels, eerlijke prijzen en functionerende belastingdiensten. Daaraan geeft Nederland de komende jaren voorrang.
  • De armste landen in de wereld horen in handelsverdragen de ruimte te krijgen hun eigen economie, met inbegrip van hun eigen industrieën en landbouw, op te bouwen, door die tijdelijk te beschermen. Daarmee voorkomen we dat hun voedselzekerheid permanent wordt bedreigd. Nederland bepleit aanscherping van Europese richtlijnen tegen voedselspeculatie.
  • ‘Landroof’, waarbij buitenlandse bedrijven schaarse landbouwgrond opkopen, maakt boeren en burgers in arme landen tot slachtoffer en ontneemt hun de mogelijkheid voor zichzelf te zorgen. Nederland gaat tegengas geven door met pensioenfondsen, banken en verzekeraars af te spreken geen geld in dergelijke roofbedrijven te steken. Landen en volkeren moeten namelijk hun eigen ontwikkelingspad uit kunnen zetten.
  • Voor Nederlandse bedrijven met dochterondernemingen geldt dat zij aansprakelijk zijn voor de werkwijze van het dochterbedrijf in andere landen. De overheid bevordert dat bedrijven die in het buitenland worden beschuldigd van schending van mensenrechten of arbeidsrechten, of daar milieudelicten plegen, in ons land worden vervolgd.
  • Nederland draagt bij aan het opzetten van certificeringssystemen, om te garanderen dat zoveel mogelijk producten die vanuit arme landen in Europa worden verkocht sociaal en vanuit milieuoogpunt verantwoord worden geproduceerd. Nederland biedt meer ondersteuning aan het werk van de Internationale Arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties om werknemersrechten beter te beschermen.
  • Nu lopen arme landen jaarlijks 160 miljard dollar aan belastinginkomsten mis. Het ontwikkelen van een houdbaar belastingstelsel en het tegengaan van belastingontwijking door multinationals zou tal van arme landen veel nieuwe investeringsruimte bieden. Door hun die middelen wel te gunnen, kunnen zij zichzelf sneller en sterker ontwikkelen. En worden zij minder afhankelijk van hulp. Nederland moet af van haar omstreden rol bij het faciliteren van deze grootscheepse belastingontwijking en zet zich voortaan in voor verbeterde internationale uitwisseling van informatie over belastingplichtigen om belastingontwijking en -ontduiking effectief tegen te gaan. We helpen met onze kennis en expertise de armste landen bij het opzetten van een functionerende belastingdienst.
  • We dragen niet bij aan een nieuw Europees Ontwikkelingsfonds dat vanaf 2014 actief wordt, zolang dat zich niet aantoonbaar beperkt tot zaken die qua schaalgrootte het beste op EU-schaal geregeld kunnen worden.
  • We kiezen voor een budget voor ontwikkelingssamenwerking van 0,8 procent van het bruto nationaal product (wat we met zijn allen jaarlijks voortbrengen). Via bilaterale hulp richten we ons op die landen die de hulp het hardste nodig hebben. Elke vorm van verspilling daarbij pakken we aan.’

CDA: –

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Herkomstlanden die na het herstel van de vrede meewerken aan de terugkeer van hun landgenoten geven we steun; landen die niet meewerken krijgen geen ontwikkelingshulp en komen niet in aanmerking voor handelsverdragen of andere vormen van samenwerking. Wij kiezen ervoor om diplomatie, Defensie, handel en ontwikkeling samen te brengen in een geïntegreerde aanpak om mensen in ontwikkelingslanden weerbaar, zelfredzaam te maken en een menswaardig bestaan te bieden. Wij verbinden maatschappelijke organisaties, bedrijven en de overheid, zowel hier als in de ontvangende regio’s. Op die manier worden internationale samenwerking en solidariteit met de bevolking van fragiele staten verbonden in een wederzijds belang en kunnen nieuwe conflicten en problemen worden voorkomen.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘De beste kans op ontwikkeling bieden wij door mensen de kans te geven handel te drijven en dooroneerlijke belastingpraktijken tegen te gaan. D66 wil verder gaan met de investeringen in duurzame handel en ondernemerschap. D66 wil ook dat de Europese Unie eenzijdig handelsbarrières afbouwt voor (land bouw)producten uit ontwikkelingslanden om boeren daar een eerlijke kans te geven hun goederen te exporteren. Met OESO-partners en in de EU werken wij samen aan betere regels om belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘We maken minimaal 1 miljard extra vrij om te investeren in regionale opvang, veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling in crisisgebieden. De uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking groeien daarmee weer in de richting van 0,7% van ons BNP.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Het buitenlands beleid van Nederland is gericht op eerlijke verdeling van welvaart, duurzaamheid en het versterken van democratie en mensenrechten. Vredes-, mensenrechten- en ontwikkelingsdiplomatie krijgen voorrang boven economische diplomatie. Ontwikkelingssamenwerking gaat over het belang van mensen in ontwikkelingslanden, niet om het economisch belang van het Nederlands bedrijfsleven. Nederland steunt het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden: burgerbewegingen, mensenrechten- en milieuactivisten en vrouwenemancipatie.

  • Er gaat meer geld naar ontwikkelingssamenwerking.

De bestedingen gaan omhoog naar de internationaal afgesproken norm van 0,7% van het BNP. De kosten voor opvang van asielzoekers worden niet betaald uit het ontwikkelingsbudget. Klimaatsteun voor ontwikkelingslanden komt bovenop de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking.

  • Alle aspecten van internationaal beleid, zoals handelspolitiek, worden getoetst op hun gevolgen voor ontwikkelingslanden en bijdrage aan de duurzameontwikkelingsdoelen. Belastingontduiking en -ontwijking ten koste van ontwikkelingslanden worden aangepakt en deze landen krijgen daar een stem in.
  • Handels- en investeringsverdragen mogen niet ten koste gaan van onze democratie en milieu- en sociale standaarden. We willen af van aparte claimrechtspraak voor multinationals. Nederland verzet zich tegen de goedkeuring van handelsverdragen die milieu- en sociale standaarden verlagen en claimrechtspraak bevatten, zoals het CETA-verdrag met Canada. In Europees verband zet Nederland in op een multilaterale handelsagenda en grondige aanpassingen van de mandaten aan de Europese Commissie om handelsverdragen te sluiten zodat eerlijke handel en de bescherming van mens en milieu centraal komen te staan. Nederland pleit binnen de Europese Unie voor het stopzetten van de onderhandelingen met de Verenigde Staten over het handels- en investeringsverdrag TTIP. Als de EU en de VS toch een akkoord bereiken over TTIP, wordt het verdrag in een referendum voorgelegd aan de burgers, bij voorkeur Europawijd.’

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Onverwachte (natuur)rampen of politieke crises leggen een grote druk op het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Deze noodhulp heeft uit de aard der zaak altijd voorrang op andere projecten. Maar de druk op het budget voor ‘reguliere’ ontwikkelingssamenwerking mag niet te groot worden. Overigens: hulp is een zaak van zowel de regering als van particulieren en organisaties die de handen uit de mouwen steken.

Door financieel bij te springen en door hulp bij bijvoorbeeld het opbouwen van een rechtsstaat, kan Nederland bijdragen aan veiligheid en welvaart in andere landen. Doordat rechtsbescherming uitbuiting en diefstal tegengaat, ontstaat een veilige situatie voor school, werk en leven. Zo hebben ook programma’s in het kader van andere Werelddoelen, zoals op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, landbouw en sociale gelijkheid meer kans van slagen.

Speerpunten:

  • Bij de Nederlandse hulpverlening in het buitenland moet steun aan de zwaksten en meest kwetsbaren (weduwen, weeskinderen, daklozen, mensen met een beperking) extra aandacht krijgen.
  • Gezond voedsel en schoon water zijn eerste vereisten voor iedereen. Daarom moet Nederland díe voorzieningen topprioriteit maken van het ontwikkelingsbeleid. Dat kan onder meer door in te zetten op het (agrarisch) beroepsonderwijs.
  • Ook (beroeps)onderwijs, als voorwaarde voor werk en innovatie, moet binnen het ontwikkelingsbeleid meer prioriteit krijgen.
  • Armoedebestrijding is niet alleen een kwestie van economische groei, maar ook van bijvoorbeeld onderwijs, goed bestuur, en gedegen wetshandhaving. Nederlandse hulpprojecten moeten daar ook aandacht aan besteden.
  • In Europa en in Nederland moeten wetten en beleid met mogelijk grote gevolgen voor ontwikkelingslanden voor invoering op die impact worden getoetst.
  • Als Nederland en Europa minder fossiele brandstoffen verstoken, heeft dat een positieve uitwerking op de klimaatverandering, en zo óók op de leef- en werkomgeving in ontwikkelingslanden. Nederland moet daarom aandacht besteden aan duurzaam beleid.

Nederland moet niet bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, maar wel investeren in meer private betrokkenheid van burgers, bedrijven en organisaties. Dit kan o.a. via fiscale maatregelen.

  • Grote internationale hulporganisaties, bijvoorbeeld binnen de Verenigde Naties, blijken vaak niet erg efficiënt en effectief. Nederland moet daarom minder steun geven aan dit soort organisaties.
  • Hulporganisaties uitgaande van een christelijke levensvisie blijken in de praktijk vaak wél efficiënt, en met name op lokaal niveau ook effectief. Daarom verdienen ze royale medewerking van de regering. De enorme bureaucratie waar ze mee te maken hebben moet zo snel mogelijk verdwijnen.
  • Nederland moet zoeken naar een betere balans tussen financiering van grote internationale hulporganisaties en van kleinere NGO’s. Hoe dan ook, altijd moet na te gaan zijn aan wie en wat het geld is besteed en of het ook effectief was.

Internationale handel kan ten goede komen aan de allerarmsten, maar dat is niet automatisch het geval. Wanneer Nederlandse ondernemers en investeerders als goede rentmeesters rekening houden met de lokale politieke en sociale situatie en kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, kunnen handel en hulp elkaar prima versterken. Daarvoor is nodig dat overheden, bedrijven en NGO’s goed samenwerken.

  • Nederlandse bedrijven kunnen bijdragen aan de economische groei van ontwikkelingslanden, maar moeten zich daarbij wel houden aan de afspraken voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.\
  • Nederland werkt internationaal samen voor een betere belastingheffing in ontwikkelingslanden en het bestrijden van belastingontwijking door multinationals.
  • Bij het afsluiten van internationale (handels)verdragen zoals CETA en TTIP dienen centraal.’

17. Internationale mensenrechten

VVD: –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Het wereldwijd kunnen beschikken over goede diplomaten stelt ons ook in staat om ons overal ter wereld sterk te maken voor mensenrechten. Daarbij staat de effectiviteit van wat we doen centraal. Dat betekent dat mensenrechten niet bepalen met welke landen we relaties onderhouden, maar dat we ons wel sterk maken voor die rechten binnen de relaties die we hebben. Procedures rondom het verlenen van exportvergunningen mogen ondernemers die zaken willen doen in het buitenland niet in de weg zitten. Wij willen dat procedures zo snel mogelijk worden doorlopen, zodat bedrijven in een vroeg stadium weten of ze een vergunning krijgen en daarop kunnen anticiperen. Nederland hanteert hierbij strikte regels, onder andere ten aanzien van milieu en mensenrechten. Die regels vinden wij belangrijk. Tegelijkertijd willen wij ook rekening houden met een gelijk speelveld ten opzichte van ondernemers uit andere landen. Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, mogen Nederlandse exporteurs niet onnodig worden gehinderd door de overheid. Om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven opdrachten mislopen die vervolgens naar bedrijven uit andere landen gaan, zetten wij in op eenvoudigere procedures rondom de verstrekking van exportvergunningen.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Mensenrechten en democratie

  • Wij steunen democratische ontwikkeling, maatschappelijke initiatieven, rechtsstaatontwikkeling en institutionele versterking. Het inzetten van alle instrumenten (zoals stille diplomatie, publieke druk, of actieve steun aan moedige mensenrechtenverdedigers) vraagt om meer capaciteit op ambassades.
  • Wij willen dat Nederland zich inzet voor een strenger EU-wapenexportbeleid. Voor repressieve regimes als Saoedi-Arabië, dat mensenrechten schendt en zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden, willen we een algehele exportstop. Wij steunen de huidige strenge interpretatie van Europese regels voor wapenexport die in Nederland wordt toegepast.
  • Nederland heeft in het bijzonder een voortrekkersrol te vervullen als het gaat om rechten van vrouwen, kinderen, LHBTI en mensenrechtenverdedigers. Ook journalisten, die wereldwijd steeds meer gevaar lopen, kunnen op onze steun rekenen.
  • Boycots en sancties zetten we bij voorkeur gericht in, bijvoorbeeld tegen personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen. Dit doen we door het weigeren van inreisvisa of het bevriezen van banktegoeden.
  • We maken ons zorgen over de opkomst van autoritaire leiders en discriminatie in de Europese Unie. De EU moet meer nadruk leggen op het beschermen van de rechtsstaat en structurele monitoring van Europese landen. Landen die de verkeerde kant op bewegen, riskeren sancties zoals uitsluiting van Europese subsidies.
  • We staan pal voor de vrijheid van landen als Oekraïne, Georgië en Moldavië om hun eigen toekomst te kunnen bepalen. Ook in andere landen in Oost-Europa en de Balkan blijven Nederland en de EU investeren in transformatieprocessen, bijvoorbeeld door de economie en de democratische rechtstaat te versterken. Een stabielere omgeving zorgt voor een veiliger Europa.
  • De Arabische lente heeft niet gebracht wat we hadden gehoopt. Hervormers en moedige mensenrechtenverdedigers moeten echter op onze steun kunnen blijven rekenen. Een land als Tunesië, dat als enige de democratische belofte waar lijkt te maken, krijgt assistentie bij de opbouw van instituties en door het openstellen van de Europese markt.
  • Met Den Haag als vestigingsplaats van een groeiend aantal hoven en tribunalen profileert Nederland zich als voortrekker in de bevordering van de internationale rechtsorde en voorkoming van straffeloosheid. Als lid van de VN Veiligheidsraad zet Nederland zich specifiek in voor mensenrechten, duurzame ontwikkeling en gerechtigheid.
  • Diplomatie blijft essentieel om voor onze eigen waarden en belangen op te komen en om een bijdrage te leveren aan een veilige en eerlijke wereld. We houden het ambassadenetwerk op peil en breiden uit waar kansen zich voordoen of als de politieke situatie daar om vraagt.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘In plaats van de eenzijdige gerichtheid in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op vrijhandel, streven we naar een meer samenhangend beleid. Daarin verbinden we het beleid op het gebied van voedsel, water, energie en grondstoffen met elkaar. En zetten we in op bestrijding van armoede, in combinatie met economische groei en de ontwikkeling van een fatsoenlijk rechtsstelsel dat de mensenrechten respecteert. We zien scherp toe op naleving van het Internationaal Verdrag tegen Clustermunitie en streven naar verdere beperking van de wapenwedloop en wapenexport. Aan landen die mensenrechten schenden of in een spanningsgebied liggen, levert Nederland in ieder geval geen wapens. De Nederlandse finan­ciële sector laten we niet beleggen in de wapenindustrie. Wapenbeurzen houden we buiten de deur. Privatisering van defensieonderdelen vinden we onwenselijk. Voor Nederlandse bedrijven met dochterondernemingen geldt dat zij aansprakelijk zijn voor de werk­wijze van het dochterbedrijf in andere landen. De overheid bevordert dat bedrijven die in het buiten­land worden beschuldigd van schending van mensenrechten of arbeidsrechten, of daar milieudelicten plegen, in ons land worden vervolgd.’

CDA: 0

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Daarom blijven we met een open, realistische blik kijken naar de wereld om ons heen. We blijven bouwen aan coalities om onze economische positie te versterken en onze waarden te beschermen. We blijven bereid om onze bijdrage te leveren aan de internationale rechtsorde, de mensenrechten en aan vrede, stabiliteit en ontwikkeling in andere delen van de wereld. Uit solidariteit, maar ook in het besef dat de problemen anders ons allemaal zullen raken.’

PVV: – –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma. De PVV laat in de politieke praktijk echter zien geen belang te hechten aan mensenrechten.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘We vergroten daartoe de uitgaven voor het Nederlands mensenrechtenfonds. Mensenrechten mogen bovendien niet ondergeschikt worden gemaakt aan handel. Het bevorderen van de mensenrechten wereldwijd is alleen geloofwaardig als Nederland zelf volledige verantwoording aflegt over het eigen verleden. Daarom wil D66 dat er een onderzoek komt naar het geweld, van beide zijden, tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog. Investeren in rechtsstatelijkheid en mensenrechten.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De ChristenUnie kiest voor: Mensen- en kinderrechten. Het betrekken van de omgang met mensenrechten bij de evaluatie van handelsovereenkomsten en subsidieregelingen. De ChristenUnie wil in dit vraagstuk blijven vasthouden aan de waarden van menselijke waardigheid en gerechtigheid die in vluchtelingen- en mensenrechtenverdragen is vastgelegd. Mensenrechtenvoorwaarden EU ook toepassen in overige handelsverdragen. Mensenrechtenbeleid: coherent, geloofwaardig De ChristenUnie ziet de bescherming van mensenrechten als leidraad voor het optreden van Nederland in internationale instelling als de VN, de Europese Unie, de OVSE en de Raad van Europa. Daarin willen we consequent zijn. Je kunt je niet enerzijds kritisch uitlaten over de doodstraf op afvalligheid, bekering, of homoseksualiteit in islamitische landen en anderzijds handelsmissies faciliteren naar deze landen. Dat betekent: Mensenrechten integreren in alle beleidsterreinen – van ontwikkelingssamenwerking tot handel en defensie. Geloofwaardige mensenrechtendialoog. Dus geen migratiedeal waarbij de bescherming van fundamentele mensenrechten wordt uitgeruild tegen het nationale belang. Of Nederland als belastingparadijs waardoor ontwikkelingslanden veel inkomsten mislopen.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We marchanderen niet met mensenrechten. Binnen de Europese Unie zet Nederland zich in voor een betere naleving van het VN-Vluchtelingenverdrag, mensenrechtenverdragen en EU-asielrichtlijnen. Het buitenlands beleid van Nederland is gericht op eerlijke verdeling van welvaart, duurzaamheid en het versterken van democratie en mensenrechten. Vredes-, mensenrechten- en ontwikkelingsdiplomatie krijgen voorrang boven economische diplomatie. De internationale gemeenschap deelt de verantwoordelijkheid om mensen te beschermen en genocide en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen.’

GroenLinks laat in het parlementair debat zien veel belang te hechten aan mensenrechten.

SGP: 0

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Binnen de VN-Mensenrechtenraad moet meer aandacht komen voor de bescherming van de positie van christenen.’

18. Europa

VVD: 0

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Voor een goed vestigingsklimaat is het van belang dat er geen Europese belastingen bijkomen. De belastingen in Nederland zijn immers al hoog genoeg. Bovendien gaan we zelf over onze belastingen. Zo kunnen we zelf beslissen wat het beste voor Nederland is en de meeste banen en welvaart oplevert. Dit moet ook in de toekomst zo blijven. Daarom zijn wij tegen een Europese vennootschapsbelasting (ccctb), een Europese financiële transactiebelasting (ftt) en andere vormen van directe Europese belastingen. Zulke belastingen schaden ons vestigingsklimaat, waardoor banen onnodig verdwijnen.

Europa biedt Nederland ontzettend veel kansen. De Europese interne markt is een van de grootste ter wereld. Daardoor kunnen onze ondernemers hun producten en diensten vrij aanbieden en verkopen. Dat is een groot goed, want het levert Nederland veel banen en welvaart op. Voor een goed vestigingsklimaat moet de Europese interne markt verder worden versterkt. Dit geldt vooral voor de digitale en dienstenmarkt, want deze sectoren bieden de Nederlandse kenniseconomie veel mogelijkheden om te groeien. Denk bijvoorbeeld aan het verder harmoniseren van Europese regels rondom online ondernemen en de wederzijdse erkenning van diploma’s en beroepskwalificaties. Of aan het verwijderen van roaming-tarieven, waardoor mobiel bellen of internetten over de grens voordeliger wordt. Of aan het opheffen van geo-blocking waardoor je overal in Europa toegang hebt tot je eigen online content. Om relevant te zijn en te blijven moet de Europese Unie zich exclusief richten op belangrijke, grensoverschrijdende kerntaken: interne markt, internationale handel, energie en klimaat en migratie. Wat we in Nederland beter zelf kunnen, blijven we ook zelf doen. Brussel moet zich in ieder geval niet bemoeien met nationale aangelegenheden zoals pensioenen, zorg, wonen, ruimtelijke ordening, belastingen en uitkeringen. Dat regelen we in Nederland zelf. Elke nieuwe belasting die direct door Brussel wordt geheven, wijzen wij af.

Om de wereld voor te blijven of te kunnen bijbenen, moet de Europese Unie durven op te treden. Dat betekent doortastend zijn. Als belangrijke besluiten voor Nederland uitblijven omdat we het onderling niet eens kunnen worden, gaan we met een kleiner gezelschap van gelijkgestemde landen verder. Wij zijn voor een Europa van verschillende snelheden en bestemmingen. Een gezamenlijk buitenland- en veiligheidsbeleid juichen wij toe op die terreinen waar dat meer effect heeft dan afzonderlijk optreden. Denk bijvoorbeeld aan het indammen van migratiestromen en nauwere samenwerking bij de bestrijding van terrorisme. Een strenge bewaking van onze buitengrenzen is hierbij van groot belang. Europese voorstellen beoordelen we op kwaliteit en kwantiteit. Brussel moet regels opstellen die de economie stimuleren en de veiligheid verbeteren. Bestaande regels die dit in de weg staan, worden in kaart gebracht door de Europese Commissie en vervolgens geschrapt of aangepast. Voorstellen worden tijdens de onderhandelingen tussen de landen en het Europees Parlement vaak zo sterk aangepast dat onduidelijk is wat de gevolgen zijn voor bijvoorbeeld het midden- en kleinbedrijf. Wij willen daarom dat een onafhankelijke toezichthouder in het leven wordt geroepen die voortdurend in kaart brengt wat de gevolgen van deze wijzigingen zijn, voordat ze worden aangenomen. Samenwerking is niet vrijblijvend en regels zijn er om door iedereen te worden nageleefd. Te vaak zien we dat EU-lidstaten zich niet houden aan regels of begrotingsafspraken, maar vervolgens niet worden teruggefloten. Andere lidstaten ondervinden daar nadeel van. Aan die onbalans moet een einde worden gemaakt. Landen die stelselmatig hun afspraken niet kunnen of willen nakomen, worden geschorst en mogen pas weer meedoen als ze volledig aan de regels voldoen. Als dat niet lukt, doen ze definitief niet meer mee. Afspraken en regels zijn het fundament van de Europese samenwerking. Alle landen zijn er bij gebaat als die regels strikt worden gehandhaafd. De interne markt is de hoeksteen van de Europese samenwerking en van groot belang voor een handelsland als Nederland. Die interne markt staat of valt met eerlijke concurrentie. Daarom willen wij dat er strenger wordt opgetreden tegen landen die hun eigen bedrijven beschermen tegen de gezonde concurrentie uit andere lidstaten. Aan protectionisme moet een einde komen. Bij schendingen van de interne markt moet de Europese Commissie een effectieve scheidsrechter zijn en juridische maatregelen nemen tegen die landen. Nederland dient dat zelf ook te doen in gevallen waarin Nederlandse bedrijven door buitenlandse overheden worden tegengewerkt als ze in die landen zaken willen doen. Om onze eigen ondernemers niet zelf in de wielen te rijden, voeren we Europese regels bovendien niet extra streng uit in Nederland.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PVDA:

  • De Brexit en de heersende onvrede ook buiten het Verenigd Koninkrijk hebben zeker niet alleen, maar wel voor een deel te maken met het niet goed functioneren van de Europese Unie. De EU is er nog teveel voor de markt, te weinig voor de mensen. Dat moet anders. Het is geen tijd voor grote federalistische stappen of terugtrekken achter de dijken, maar voor daadkrachtig optreden. De Europese Unie moet weer zij aan zij staan met de burgers van de EU, en mensen hoop op een betere toekomst bieden. Dit kan door zich te richten op cruciale zaken zoals het bevorderen van werkgelegenheid en goed werk, het beheersbaar maken van het vluchtelingenvraagstuk en de migratie, en het aanpakken van belastingontwijking.
  • Steeds meer mensen slaan op de vlucht slaan en hebben hun hoop gevestigd op een beter bestaan in Europa. Wij willen een gemeenschappelijk Europees asiel- en migratiebeleid. Vluchtelingen moeten een eerlijke kans op asiel en humane opvang krijgen. Dat is een verantwoordelijkheid van alle lidstaten samen (zie ook hst. 2).
  • Goed werk en een eerlijke beloning waarbij Europeanen niet tegen elkaar worden uitgespeeld is de basis voor zekerheid. Wij strijden daarom voor een eerlijke Europese detacheringsrichtlijn.
  • Wij willen dat het Stabiliteits- en Groeipact meer ruimte biedt voor extra investeringen. In landen waar de werkloosheid hoog is, boven de 5-procent, komt er ruimte om extra investeringen te doen ter bestrijding van werkloosheid die ook jongeren hard treft. Deze moet hand in hand gaan met maatregelen om de economie te versterken en de corruptie en belastingontwijking te bestrijden.
  • Wij willen complexe en arbitraire regels binnen het Stabiliteits- en Groeipact afschaffen. De veelheid aan budgettaire regels op tekort, schuld, uitgaven en het structurele saldo worden eenvoudiger.
  • Wij vinden hervorming van het Europese budget hard nodig om de solidariteit te versterken en te investeren in de toekomst: minder naar landbouw, meer naar duurzame groei.
  • Belastingen zijn het sterkste wapen tegen ongelijkheid. Wij willen internationale belastingontwijking tegengaan, zoals ook in hoofdstuk vijf is te lezen, en wij beginnen in Europa. Internationale bedrijven moeten verplicht worden openbaar te maken waar ze actief zijn en hoeveel belasting ze betalen per land.
  • Gezonde banken in de Eurozone zijn nodig om nieuwe reddingsoperaties met belastinggeld te voorkomen. De bankenunie moet worden afgemaakt met een gezamenlijk verzekeringssysteem om verstrengeling tussen landen en banken tegen te gaan, de splitsing tussen commerciële en particuliere activiteiten van banken moet worden voltooid en de kapitaalbuffers moeten naar minstens 10 procent (zie ook hst. 4).
  • Het bouwen van een energie-unie is van groot belang, niet alleen om duurzaamheid te bevorderen, maar ook om de onafhankelijkheid van Rusland te vergroten en de strategische positie van de Europese Unie als geheel te versterken. Hernieuwbare energie en energiezuinigheid moeten de speerpunten zijn van een nieuw Europees Energieakkoord (zie ook hst. 4).
  • Kandidaat-lidstaten moeten fundamentele vrijheden en rechten respecteren voordat ze lid kunnen worden van de EU. Daarover valt niet te onderhandelen. Afspraken over toekomstige toetredingsperspectieven voor de landen op de Westelijke Balkan worden nagekomen. Verplichtingen met andere landen worden voorlopig niet aangegaan.
  • We maken ons grote zorgen over de toegenomen repressie en onrust in Turkije en zullen dit blijven aankaarten. De inperking van de vrijheden in Turkije staat haaks op de fundamenten van de EU. De EU onderhandelt met Turkije over EU-lidmaatschap, maar de onderhandelingen hebben een open einde en Turkije kan alleen lid worden als het daadwerkelijk aan alle voorwaarden voldoet.’

SP: –

De SP is in de politieke praktijk sceptisch over Europa. De partij was tegen het associatieverdrag met Oekraïne.

Verkiezingsprogramma SP: ‘In Europa komt er een minimumtarief voor de winstbelasting. In plaats van steeds verdere overdracht van nationale soevereiniteit aan de Europese Unie gaan we inzetten op grotere effectiviteit van de samenwerking in Europa. De Brusselse regelzucht wordt aan banden gelegd en het principe van subsidiariteit wordt streng toegepast. Europese samenwerking kan alleen met steun van de bevolking. Bij belangrijke besluiten dienen zij zich daarom uit te kunnen spreken, bijvoorbeeld via referenda. Over onze nationale begroting, ons sociale stelsel en onze pensioenen, onderwijs en zorg, huisvesting en openbaar vervoer beslissen we zelf en laten we Brussel niet de baas spelen. Het mandaat van de Europese Centrale Bank (ECB) wordt verruimd en niet langer alleen gericht op het bestrijden van inflatie, maar ook op het bevorderen van werkgelegenheid. Er komt democratisch toezicht op de ECB. Om Europese samenwerking weer tot lonkend perspectief voor burgers in Europa te maken, moeten de financiële markten in Europa aan banden worden gelegd. Ingrijpende regulering van financiële markten is noodzakelijk ter stabilisering van de Europese economie. In plaats van de oren te laten hangen naar wat de markten dicteren, gaat de politiek weer de regie nemen, nationaal en Europees. De wildgroei aan doorgaans ondoorzichtige Europese agentschappen wordt een halt toegeroepen en de Brusselse bureaucratie gaat aan banden. De overdreven salarissen van EU-ambtenaren worden in lijn gebracht met die van nationale ambtenaren. We stoppen met het geldverslindende verhuiscircus van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘We hebben als Nederland een krachtig en slagvaardig Europa nodig om onze belangen te beschermen en onze positie te versterken. In een turbulente wereld delen wij onze waarden met andere Europese landen. En juist omdat Europa en de Europese Unie voor ons zo belangrijk zijn, moeten we stevig zijn in de analyse van de problemen en niet bang zijn in de keuze voor verstrekkende oplossingen. Wij kiezen voor een sterker en vitaler Europa, dat zich concentreert op haar kerntaken en vaker dan nu samenwerking zoekt in kleinere kopgroepen. Veiligheid en economische stabiliteit zijn voor ons de belangrijkste taken van de Europese Unie. Dat zijn de dossiers waarop dringend een gezamenlijke Europese aanpak nodig is om het vertrouwen in de Europese Unie te herstellen en de toekomst van de Unie als waardengemeenschap te borgen. Op de andere dossiers, zoals natuurbeleid of een betere samenwerking op energiegebied, blijft een Europese aanpak uiteraard mogelijk – ofwel met alle Unielanden gezamenlijk, ofwel in een (regionale) kopgroep.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Nederland weer onafhankelijk. Dus uit de EU.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Wij kiezen voor een Europa waarin mensen en landen zich aan elkaar verbinden op grensoverschrijdende thema’s en landen tegelijk hun zelfstandigheid en eigen karakter behouden waar dat zinvol en wenselijk is. Een federaal Europa laat per definitie alle ruimte voor de diversiteit van nationale, regionale en menselijke verschillen en identiteiten. Bevoegdheden liggen dan ook daar waar zij het best uitgevoerd kunnen worden en de beste waarborg voor persoonlijke vrijheid bieden. Beslissingen worden het liefst zo dicht mogelijk bij mensen genomen, maar soms zijn problemen te groot om lokaal of nationaal op te lossen. Wij hebben moeite met de trage, ondoorzichtige en gecompliceerde besluitvorming in Europa. Het stoort ons hoe politieke strijd in één land de hele Unie lam kan leggen. Europese leiders gaan te vaak van Eurotop naar Eurotop, zonder dat mensen tastbare resultaten zien. Dit ligt niet aan Europa, maar aan de lidstaten die over de werking van Europa beslissen. Dit ligt daarmee ook aan de Nederlandse regering en aan Nederlandse politici. D66 wil dat besluiten in Europa sneller, transparanter en simpeler genomen worden. Mensen willen meer zicht en meer grip op wat er in Europa gebeurt. Vanuit ons democratisch DNA willen wij mensen ook meer te zeggen geven. Daarom willen we minder veto’s, een steviger mandaat voor het Europees Parlement en de Europese Commissie en uiteindelijk een gekozen voorzitter. Voor deze verbeteringen is verdragswijziging nodig.

Europa moet effectiever investeren in economische groei. Overheidsbegrotingen, ook die van de Europese Unie zelf, moeten daarom fundamenteel anders. D66 wil af van de starre Europese zevenjaarsbegroting, waarin vooral geld naar landbouwsubsidies en regiofondsen gaat. Wij willen flexibelere begrotingen gericht op innovatie, duurzame infrastructuur en

kennis. Een echte begroting, gebaseerd op eigen middelen in plaats van het gehakketak om bijdragen van lidstaten. Nederland moet daarin vol inzetten op een grotere ontvangst vanuit de Europese fondsen – gebaseerd op de beste voorstellen en niet op basis van handjeklap rond verdeelsleutels. Dat is belangrijk voor onderzoek, innovatie en regionale investeringen in Nederland Europa is essentieel voor ambitieuze schone en digitale groei. In en met Europa zorgen wij voor één digitale markt waarin het echt eenvoudig is over grenzen digitaal zaken te doen. We bouwen aan een energiemarkt die snel kan verduurzamen, maken afspraken met handelspartners waarin we onnodige barrières opheffen, met oog voor mens, natuur en milieu en maken Nederland en Europa tot een plek waar talent zich maximaal ontwikkelt en waar internationaal talent zich graag vestigt. Om vluchtelingen menswaardig op te vangen is Europese samenwerking onmisbaar. Nu moet er eindelijk het door D66 bepleite Europese asielbeleid komen, Europese aanmeldcentra, een goede verdeling van de lasten over de lidstaten en een sterke rol voor EASO, het Europese asielbureau. D66 wil dat de Europese Unie de komende jaren een aanzienlijk deel van haar begroting besteedt aan het in goede banen leiden van deze vluchtelingencrisis en een vluchtelingen Eurocommissaris aanstelt. Lidstaten die meer vluchtelingen opnemen moeten daarvoor financieel beloond worden.

Daarom wil D66 dat de Europese grens- en kustwacht snel operationeel wordt. D66 wil ook dat de Europese Unie eenzijdig handelsbarrières afbouwt voor (landbouw)producten uit ontwikkelingslanden om boeren daar een eerlijke kans te geven hun goederen te exporteren. Met OESO-partners en in de EU werken wij samen aan betere regels om belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan. Wij hechten aan de aantrekkelijkheid van Nederland.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De ChristenUnie gelooft in Europa als continent van vrede, veiligheid, welvaart en solidariteit . Maar de ChristenUnie gelooft niet in een uitdijende Europese Unie met steeds meer Brusselse bevoegdheden. De Europese Commissie moet weer ondersteunend worden aan de lidstaten door onder andere het vergaand terugdraaien van het initiatiefrecht . Het is tijd voor een serieus herontwerp van het Europese gebouw om te voorkomen dat we de essentiële Europese samenwerking kwijtraken door afbrokkelend draagvlak in onze samenlevingen. Het is tijd dat we de diepe waarde weer laten zien van vrede door samenwerking, kracht door eensgezindheid, welvaart door handel en gezondheid door hoge standaarden voor mens en milieu. Het wordt tijd om de ergernis over bemoeizucht, bureaucratie en verlies aan soevereiniteit kwijt te raken, doordat de Europese Unie echt verandert. De eurozone is nog steeds niet in veilig vaarwater. Wij zijn tegen een eenzijdig verlaten van de eurozone, maar als het nodig is de euro op te geven om de Unie te redden dan zijn we daar voor. Gelijk speelveld in de industrie. Europese regels over concurrentie en staatssteun worden geregeld omzeild en geschonden door EU-lidstaten. China dumpt staal op onze markt en verkoopt het ver onder de kostprijs, waardoor onze maakindustrie wordt gedupeerd. Europa moet strenger optreden tegen oneerlijke concurrentie en staatssteun. De EU zet zich bovendien in voor bescherming van onze maakindustrie tegen dumping. Nederland moet nu al invloed uitoefenen op het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), dat na 2020 ingaat. De ChristenUnie wil dat de landbouwgelden zoveel mogelijk op het boerenerf terecht komen en gerichter worden ingezet. Daarbij denken we aan versterking van de regionalisering van de voedselproductie binnen (Noordwest-)Europa, gericht op verdere verduurzaming en voedselzekerheid. Europese regionalisering van de voedsel- en veevoerproductie vermindert de afhankelijkheid van soja-import en milieudruk en vergroot de verbondenheid tussen producent en consument. Ook innovatie en een klimaatslimme landbouw worden wat de ChristenUnie betreft belangrijke onderdelen van het nieuwe GLB.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Vrede, daarom is de Europese samenwerking begonnen. Europa gaat niet alleen om markt en munt. GroenLinks kiest voor een Europa dat groener, socialer en democratischer is. Waar Europeanen de vruchten plukken van vrij reizen, werken en studeren over grenzen heen. Een Europa dat zorgt voor een eerlijke arbeidsmarkt en investeert in nieuwe werkgelegenheid. En waar handelsverdragen niet achter gesloten deuren worden gesloten ten koste van mens en milieu, zoals nu met TTIP. Om het vertrouwen te herstellen is een nieuw verdrag onvermijdelijk. De Europese bevolking moet zich daarover kunnen uitspreken. Ons Europa, gedragen door de Europese bevolking, speelt een rol op het wereldtoneel. De grote uitdagingen van de toekomst zoals klimaatverandering en migratie, kunnen we als een verenigd Europa aan.

We maken Europa groener, socialer en democratischer:

  1. De Europese Unie moet groener, socialer en democratischer. We pleiten voor een nieuw Europees Verdrag. Dit nieuwe verdrag zorgt voor betere controle door het Europees Parlement en een grotere betrokkenheid van nationale parlementen bij de Europese besluitvorming. Er komt meer solidariteit in de eurozone door middel van een Europees Monetair Fonds en euro-obligaties. Een gezamenlijk belastingbeleid richt zich op het tegengaan van belastingontwijking en op vergroening van belastingen. Het landbouwbeleid wordt duurzaam hervormd. Dit verdrag wordt voorgelegd aan de burgers, bij voorkeur in een Europawijd referendum.
  2. De Europese Unie krijgt een rechtvaardig asiel- en migratiebeleid, met een geharmoniseerde asielprocedure. Alle lidstaten doen mee aan de eerlijke verdeling en opvang van vluchtelingen. Bij niet meewerken volgen sancties. Tijdelijke arbeidsmigranten kunnen makkelijker in Europa werken en weer terugkeren met speciale visa.
  3. De regering ijvert voor grotere openbaarheid in de Europese Unie via een transparantere wetgevingsprocedure, meer toegang tot documenten, grotere openbaarheid van Eurotoppen en Eurogroeptoppen. De Europese Wet openbaarheid van bestuur moet worden verbeterd.
  4. Nederland zet zich in voor hervorming van het Stabiliteits- en Groeipact waarin houdbare financiën, werkgelegenheid en duurzame ontwikkeling op gelijke voet staan. Dit hervormde pact biedt meer flexibiliteit en begrotingsruimte om te investeren in arbeidsparticipatie, onderwijs, innovatie en duurzame energie. Het Europees Parlement krijgt medebeslissingsrecht over de jaarlijkse prioriteiten van het economische beleid en controlerecht over de sociaaleconomische sturing die de Europese Commissie geeft aan de lidstaten.
  5. Nederland houdt zich aan de toetredingsafspraken die zij in EU-verband heeft gemaakt: landen mogen toetreden als zij voldoen aan de gestelde voorwaarden: democratie, rechtsstaat en mensenrechten moeten zijn gewaarborgd. Deze onderwerpen verdienen een centrale plek in de onderhandelingen met kandidaatlidstaten. Daar wordt niet op afgedongen. GroenLinks maakt zich grote zorgen over Turkije. Zolang Turkije mensenrechten, persvrijheid en vrijheid van meningsuiting niet respecteert, is lidmaatschap van de Europese Unie uitgesloten en hebben onderhandelingen over toetreding geen zin.
  6. Nederland neemt het voortouw bij samenwerking en specialisatie van de krijgsmachten van de EU-landen, om hun efficiency en inzetbaarheid te vergroten. Zo wordt, in samenhang met de versterking van het gemeenschappelijk buitenlands beleid, toegewerkt naar een Europese defensiemacht. Deze staat onder controle van het Europees Parlement. De NAVO mag geen belemmering vormen voor Europese militaire integratie. Nederland pleit voor afschaffing van de kernwapentaak van de NAVO.’

SGP: – –

Verkiezingsprogramma SGP:

  • Om de euro te behouden en een eind te maken aan een onbetaalbare en onhoudbare ‘transferunie’ waarbij miljarden van noordelijke naar zuidelijke lidstaten blijven vloeien, moet de euro gesplitst worden in groepen landen die wat betreft het structurele tekort of overschot op de betalingsbalans vergelijkbaar zijn.
  • Daartoe moet de Eurogroep per vertrekkend land zorgen voor gedetailleerde EMU-exit-procedures waarin de noodzakelijke te nemen stappen tijdens zo’n exit beschreven worden.
  • Een EMU-exit leidt niet automatisch tot een EU-exit.
  • Wanneer landen als Griekenland de eurozone niet verlaten, moet Nederland onderzoeken hoe we samen met landen als Oostenrijk, Duitsland en de Scandinavische landen komen tot een nieuwe monetaire samenwerking.
  • Nederland moet zich in Europa inzetten voor een gelijk speelveld tussen de Europese lidstaten.
  • Zolang boeren en tuinders hun noodzakelijke investeringen om te kunnen blijven concurreren en vergroenen onvoldoende via de markt terug kunnen verdienen, moet het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid blijven. Inclusief ‘directe inkomenssteun’.
  • De ‘vergroening’ van het Europees landbouwbeleid is goed voor iedereen, maar moet wel behapbaar blijven. De rekening mag niet eenzijdig bij boeren neergelegd worden.
  • Om grote schommelingen in landbouwprijzen en overschotten te voorkomen, kan regulering van markt en productie nodig zijn.
  • Het zijn vooral boeren die het platteland ‘beheren’. Europese subsidie voor plattelandsontwikkeling is nodig voor innovatie op het boerenerf.

Europese regels, zoals over het aanlanden van vis, de pk’s van kotters en de palingvisserij, moeten in héél Europa identiek worden toegepast en daadwerkelijk gehandhaafd.

Om CO2-emissie zwaarder te belasten dient het Europese CO2-emissiehandelssysteem aangescherpt te worden. Een bodemprijs is nodig, zodat bedrijven daadwerkelijk gestimuleerd worden om energie te besparen en CO2-emissie te beperken. Nederland moet inzetten op het beter functioneren van het emissiehandelssysteem. De bijna dogmatische ideologie dat de EU één dient te worden en haar invloedssfeer en macht steeds verder uit moet breiden, is bij veel Europese burgers en ondernemers op haar retour. Alleen de Europese elite lijkt niet in de gaten te hebben dat het maatschappelijk draagvlak voor het ‘project Europa’ er sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) nog niet zo slecht voor heeft gestaan. Als gevolg van onder meer de financiële en de vluchtelingencrisis dringt steeds meer het besef door dat de EU bestaat uit een groot aantal staten die veel gemeenschappelijk hebben, maar waartussen ook wezenlijke verschillen bestaan. Deze zijn vaak terug te voeren op een andere geografische ligging, geschiedenis, cultuur en economische ontwikkeling. Juist de miskenning van deze verschillen zet de EU onder druk. Vanzelfsprekend zijn de EU-lidstaten mede debet aan de crises in de EU. Zij hebben de EU zo sterk gemaakt. Toch blijven veel Europese regeringen besluiten nemen die zorgen voor een verdere uitbouw en verdieping van de EU. Vaak spreken zij met dubbele tong: EU-kritisch in hun nationale parlementen, maar ‘eurofiel’ in Brussel. Zelfs de Brexit, symbolisch dieptepunt van de crisis in de EU, brengt niet op andere ideeën. Daarom moet Nederland het voortouw nemen, en de huidige malaise aangrijpen om de EU grondig en realistisch te hervormen. De EU van de toekomst moet er radicaal anders uitzien dan de EU die we tot nu toe hadden. We mogen niet vergeten dat de samenwerking tussen Europese staten een steentje bijdroeg en bijdraagt aan de vrede, veiligheid en welvaart in Europa. Maar de EU moet veel eenvoudiger en flexibeler. De macht moet meer komen te liggen bij nationale parlementen. Op terreinen als de interne markt zijn harde basisafspraken tussen lidstaten nodig, maar het is goed als op andere terreinen sommige lidstaten wel, en andere daarbij niet of minder samenwerken. Meer vrijheid, minder uniformiteit.

  • Nederland strijkt de Europese vlag op alle overheidsgebouwen.
  • EU-verdragen waarbij nationale bevoegdheden worden afgestaan aan Brussel kunnen voortaan alleen nog worden aangenomen als daar in zowel de Tweede als Eerste Kamer een twee-derde meerderheid voor is.
  • Nederland moet minder geld afdragen aan de EU.
  • De lidstaten moeten volledig vrij zijn om zelf te beslissen over wezenlijke zaken als abortus en euthanasie en huwelijksmoraal.
  • Er worden geen Europese gelden vrijgemaakt voor onderzoek waarbij menselijke embryo’s worden gedood.
  • Door de Europese richtlijn gelijke behandeling gaat een dikke streep omdat deze afgedwongen gelijkheid de vrijheid te veel verdringt.
  • Er komt geen EU belastingheffing.
  • Bij het afsluiten van handelsverdragen moet gekeken worden hoe een gelijk speelveld voor kwetsbare (landbouw)sectoren gehandhaafd blijft.
  • De macht van het Europese Hof van Justitie moet beperkt worden.
  • Europese Verdragen moeten niet uitgelegd worden volgens het “steeds hechtere Unie”-principe, maar het subsidiariteitsbeginsel.
  • Europese verdragen en richtlijnen moeten in dat licht bij de tijd worden gebracht dan wel worden geschrapt.
  • Er moet periodiek een stofkam door de Europese verdragen en richtlijnen om te bezien of deze nog bij de tijd zijn, of beëindigd dienen te worden. Daarbij moet nadruk liggen op het voorkomen van dubbelingen tussen EU-verdragen.’

19. Werk voor iedereen

VVD: 0

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Wij willen meer ondersteuning bij werkloosheid. Sociale voorzieningen, zoals een uitkering voor werkloosheid, moeten er zijn om de eerste klap op te kunnen vangen op de momenten dat het echt tegenzit. Daarom willen we dat je in de eerste drie maanden na het verlies van je baan een hogere werkloosheiduitkering krijgt. Je verliest dan niet meteen zekerheid doordat je terugvalt in inkomen. Met een hogere werkloosheiduitkering in de beginfase kan de looptijd van de uitkering worden verkort. Dit stimuleert om sneller weer aan de slag te gaan. Meer maatwerk bij werkloosheid kan ook helpen om sneller aan de slag te gaan. Om de kans op werk te vergroten, willen wij dat er meer persoonlijk contact is tussen werkzoekenden en het UWV. Ook willen we het makkelijker maken om sneller aan het werk te komen als je eenmaal in een uitkering zit. Als je vanuit een uitkering gedeeltelijk wilt gaan werken, dan moet dat mogelijk zijn met gedeeltelijk behoud van die uitkering. Wij willen dat oudere werkzoekenden meer kansen hebben om aan de slag te komen. Wanneer je na jarenlange inzet werkloos raakt, verdien je het om zo snel mogelijk weer werk te vinden. Daarom willen we dat oudere werkzoekenden langer de tijd krijgen om met gedeeltelijk behoud van hun uitkering aan de slag te gaan als zelfstandige. Verder willen we extra geld uittrekken voor persoonlijk contact tussen het UWV en werkzoekenden, waardoor ouderen beter kunnen worden geholpen. Daarnaast bieden we werkgevers een no-risk polis als ze oudere werkzoekenden in dienst nemen. Ook de belastingkorting die werkgevers krijgen bij het in dienst nemen van ouderen willen we behouden.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Het gaat weer goed met de werkgelegenheid. Voor het eerst kent Nederland meer dan 10 miljoen banen. De werkloosheid daalde van maart t/m augustus 2016 met 60.000 mensen en er kwamen ruim 100.000 banen bij in die periode. Toch zijn er nog steeds teveel mensen die geen baan kunnen vinden, met name onder ouderen. De PvdA wil daarom verder met het creëren van goed werk, eerlijk werk en meer werk. Mede daarom investeren we geleidelijk aan in 100.000 nieuwe banen in de publieke sector. Wij komen op voor mensen die niet uit eigen keuze flexwerker of zzp’er zijn geworden, maar noodgedwongen, doordat werkgevers veel vast werk in flexwerk hebben omgezet. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel schoonmakers, bouwvakkers en mensen in de thuiszorg. Voor hen pakt het verlies van de zekerheid van een vaste baan vaak zeer nadelig uit. Hun positie willen wij verbeteren. Wij willen dat zij een reële kans hebben op een vaste baan of een hogere functie. Wij willen het aantrekkelijker maken om mensen in vaste dienst te houden of te nemen, bijvoorbeeld met belastingmaatregelen. We kiezen voor ‘gelijk loon voor gelijk werk’ en strijden tegen verdringing, uitbuiting en concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Ook zzp’ers uit overtuiging hebben te maken met een zwakke onderhandelingspositie tegenover opdrachtgevers over tarieven, en met kostbare arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Wij willen hen meer zekerheden bieden. Wij zien wel dat er behoefte is aan het vervullen van belangrijke publieke functies: de conciërges en assistenten op scholen, toezicht in bus en tram, ondersteuning van sport en cultuurverenigingen en het schoonhouden van de openbare ruimte. De PvdA wil dat die publieke taken weer worden vervuld. Tegelijk zien we dat er teveel mensen tegen hun zin langdurig aan de kant staan. Daarom introduceren we geleidelijk aan 100.000 nieuwe banen tussen de 100 procent en 120 procent minimumloon. De banen zijn additioneel en er is geen verdringing. Wij willen de bestaande fiscale stimulansen uitbreiden om oudere werknemers aan te nemen. Zo wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om ervaren werknemers aan te nemen. De harde afspraken over banen voor mensen met een arbeidsbeperking in reguliere bedrijven en bij de overheid moeten worden gehandhaafd. Als de overheden en bedrijfsleven onvoldoende presteren, dan gaat de quotumwet in. Overheden worden verplicht om de komende jaren 25.000 werkplekken aan te bieden aan mensen met een arbeidsbeperking. Bedrijven creëren er de komende jaren minimaal 100.000. Voor mensen die niet regulier aan het werk kunnen, worden 30.000 nieuwe beschutte werkplekken gecreëerd.’

SP: + +

Verkiezingsprogramma SP: ‘We erkennen de grote rol die sociale partners spelen bij de sociaaleconomische organisatie van ons land. Zonder hun steun is goed beleid niet mogelijk. Sociale partners krijgen daarom voldoende ruimte om voor eind 2013 een nieuw sociaal contract te sluiten. Daarin wordt een samenhangend pakket voorgesteld voor werkgelegenheid, inkomenszekerheid, sociale zekerheid en pensioen – onder de randvoorwaarde van financiële haalbaarheid. In dit sociaal contract worden in ieder geval afspraken gemaakt over het bestrijden van jeugdwerkloosheid, het aan het werk houden en krijgen van oudere werknemers en het voorzien in een goede en houdbare AOW- en pensioenvoorziening. Jeugdwerkloosheid is slecht voor onze jongeren en schadelijk voor onze samenleving. De overheid zorgt ervoor dat iedere jongere onder de 27 jaar kan werken of naar school gaat, zonder dat zij hun sociale rechten verliezen. Schooluitval wordt bestreden door intensievere begeleiding en – voor hen die dat nodig hebben – praktijkgerichte lessen. Opleidingen houden meer rekening met de te verwach­ten vraag naar arbeidskrachten, onder meer door het stimuleren van technische opleidingen in VMBO, MBO en HBO. Er komt een betere afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven. Van het bedrijfsleven worden meer initiatieven gevraagd voor stage en scholing, bijscholing en omscholing van (aanstaand) personeel. De werkloosheid onder jongeren pakken we aan. Uitval in het onderwijs wordt bestreden door inten­sievere begeleiding. Leerlingen die dat nodig hebben, krijgen praktijkgerichte lessen. Alle leerlingen mogen stage lopen en hun opleiding afronden.

Tegengaan van armoede kan het beste door het bieden van fatsoenlijk werk tegen fatsoenlijk loon, het voorkomen van werkloosheid en door een solidair stelsel van sociale zekerheid.

We handhaven de ontslagbescherming. De duur van de werkloosheidsuitkering (WW) wordt niet ver­kort. Werkgevers het eerste halve jaar van de WW laten betalen is vaak onmogelijk, vanwege gebrek aan geld in het bedrijf. Dit bevordert ook het aannemen van mensen op tijdelijke contracten. De sol­licitatieplicht van werklozen wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Wij vinden de zekerheid van een vaste contract belangrijk, zeker nu we zien dat op de arbeidsmarkt een ongelijk speelveld is ontstaan tussen werknemers in vaste dienst en zzp’ers. De eerste betalen voluit mee aan de collectieve voorzieningen van onze verzorgingsstaat, terwijl zzp’ers vaak aanzienlijke fiscale kortingen krijgen zonder mee te betalen aan collectieve regelingen voor ziekte en arbeidsongeschiktheid. Om deze ongelijkheid te overbruggen willen we duurzame arbeidsrelaties bevorderen en de doorgeschoten flexibilisering keren. Juist in een eerlijke economie is een duurzame relatie tussen werkgever en werknemer een gezamenlijk belang dat bijdraagt aan de wederzijdse betrokkenheid, loyaliteit en productiviteit. De eerste stap naar een eerlijke arbeidsmarkt is de introductie van één basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden. Zowel mensen met een vast als met flexcontract dragen daar financieel aan bij en kunnen bij arbeidsongeschiktheid een beroep doen op deze regeling. De maatregel werkt dus averechts en wat ons betreft kan het niet zo zijn de theoretische bescherming tegen ontslag ertoe leidt dat je helemaal geen vaste baan meer krijgt. Daarom willen wij meer ruimte voor de kantonrechter om arbeidscontracten te ontbinden, zodat ondernemers weer sneller kiezen voor een vast contract. Daarnaast moeten er meer mogelijkheden komen voor meerjarige arbeidscontracten, want een vijfjaars-contract is misschien geen vaste baan, maar wel veel beter dan elke twee jaar weer op straat staan. Voor de hierboven voorgestelde verlaging van belasting op laagbetaald werk en de substantiële verlaging van de lasten voor werkgevers vragen we als tegenprestatie van de werkgevers een toezegging om het aantal banen voor mensen met een arbeidsbeperking te verhogen. Tegelijk willen we de regelingen waar werkgevers een beroep op kunnen doen wanneer zij mensen met een arbeidsbeperking in dienst nemen – loonkostensubsidie of loondispensatie – versterken en vereenvoudigen. Hierin dient de overheid het goede voorbeeld te geven. Het quotum voor arbeidsgehandicapten wordt afgeschaft.’

PVV: –

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Investeringen in inzetbaarheid en het terugdringen van de risico’s van werkgeverschap komen zeker ook ouderen ten goede. Door meer scholing, meer nadruk op inzetbaarheid als onderdeel van de huidige carrière en met een activerende WW. Door meer nadruk op een leven lang leren in het onderwijs zorgen we voor een nog beter aanbod van opleidingen. Denk bijvoorbeeld aan gerichte beroepsopleidingen via ROC’s. Ook willen we dat het UWV structureel meer persoonlijke aandacht besteedt aan bemiddeling en scholing van ouderen en andere mensen met een grote kans op langdurige werkloosheid. We willen daarnaast sommige specifieke regels voor ouderen veranderen. Regels die vaak zijn vastgelegd in CAO’s. Wij willen dat loon zoveel mogelijk betaald wordt op basis van prestatie en op basis van toegevoegde waarde in plaats van leeftijd, omdat dit laatste oudere werknemers relatief duur maakt en hun arbeidsmarktpositie verslechtert. We willen dat jongeren gelijkwaardiger worden betaald. De verhoging van het minimumjeugdloon is een goede eerste stap. Niet te rechtvaardigen beloningsverschillen tussen jongeren en ouderen moeten worden rechtgetrokken. Dat verlaagt de druk bij werkgevers om vooral jongere mensen aan te nemen. Ook bovenwettelijke ontziemaatregelen voor ouderen zoals extra verlofdagen en vrijstelling van ploegendienst dragen bij aan die druk. Wij willen deze ombuigen naar keuzemogelijkheden die voor alle werknemers beschikbaar zijn. Tegelijk moet het normaler worden dat een werknemer een stapje terug doet in werklast en beloning. Soms is het beter voor werknemer en werkgever om een takenpakket te herijken wanneer bijvoorbeeld de fysieke vermogens van een werknemer achteruitgaan. Dit moet meer bespreekbaar worden en een integraal onderdeel uitmaken van het HR-beleid van werkgevers. De overheid geeft als werkgever bij dit alles het goede voorbeeld.

[…] Jongeren onder de 25 zijn twee keer zo vaak werkloos. Vooral jongeren met een niet-westerse achtergrond komen moeilijk aan een baan. Voor een eerste stap naar economische zelfstandigheid en de start van een carrière is het belangrijk dat jongeren snel een baan kunnen vinden. Dit doen we door de wisselwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te versterken en het verbeteren van studiekeuzes. Maar ook door jongeren te helpen met het versterken van hun netwerk en het verbeteren van hun sollicitatie- en arbeidsmarkt vaardigheden. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij het schrijven van een sollicitatiebrief of bij het voeren van een sollicitatiegesprek. Voor werkgevers maken we het financieel aantrekkelijk om werkloze jongeren in dienst te nemen. […] Meer kansen op de arbeidsmarkt voor mensen met een arbeidsbeperking. Meer kansen op werk voor mensen met een niet-westerse achtergrond.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Jongeren sneller een vaste baan, een werkloze oudere weer aan het werk, jonge ouders die meer naar eigen inzicht arbeid en zorg kunnen combineren en verdelen. Dat is ons ideaal. Op de huidige arbeidsmarkt is het nodige aan te merken. Ondanks de bemoedigende banengroei telt Nederland nog steeds honderdduizenden werklozen. Er zijn onnodige verschillen tussen scholingskansen van laag- en hoogopgeleiden en de kansen van werknemers om vooruit te komen. Voor mensen met een beperking is het nog steeds moeilijk om aan een baan te komen. Oudere werklozen komen lastig weer een de slag. Er zijn te veel mensen die ondanks een baan dichtbij of onder de armoedegrens leven. De lasten op arbeid zijn te hoog en vormen een belemmering voor werkgelegenheidsgroei. Het combineren van arbeid en (mantel)zorg kent te veel hindernissen. Er zijn grote tegenstellingen tussen mensen met een vast contract, en zij die steeds onzeker zijn of hun contract wordt verlengd. Van de werknemers werken er twee miljoen mensen met een tijdelijk contract. Daarnaast zijn er een miljoen zzp-ers. Qua flexwerkers is Nederland koploper in Europa. De ChristenUnie vindt dat aan deze problemen moet worden gewerkt.

Voor werkgevers moet het voordeliger worden mensen in dienst te nemen. Naast inspanningen om opleidingsmogelijkheden te verbeteren is ook hervorming van ons belastingstelsel voor lagere lasten op arbeid voor werkgever én werknemer belangrijk om kansen van mensen te vergroten. De ChristenUnie wil daarom niet alleen een goede sociale zekerheid, maar juist de randvoorwaarden scheppen waarbinnen mensen zelf aan hoop en perspectief kunnen werken. Dat doet recht aan mensen en geeft ruimte aan ieders talent. Verklein verschil werknemer en ZZP’er. Veel zelfstandigen zonder personeel (ZZP) zijn nauwelijks verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid of ziekte. Naast het feit dat dit grote risico’s met zich meebrengt, maakt dit ZZP’ers ook goedkoper dan werknemers. Hierdoor ontstaat er een ongewenst, ongelijk speelveld op de arbeidsmarkt. De ChristenUnie is daarom voor een verplichte verzekering voor ZZP’ers voor arbeidsongeschiktheid en ziekte – met een wachttijd van 8 weken – die een inkomen op het bestaansminimum garandeert. ZZP’ers kunnen zich bijverzekeren tot de hoogte van hun inkomen. Het treffen van een pensioenregeling blijft de eigen verantwoordelijkheid van de ZZP’er. Flexibele contracten moeten geleidelijk meer zekerheid gaan bieden. Tijdelijke contracten bij eenzelfde werkgever moeten daarom in duur oplopen. Een tweede contract duurt minimaal een half jaar langer dan de eerste, het derde contract ten minste een jaar langer dan de tweede. Meer vaste contracten. Versoepeling van de uitzonderingsregeling op de preventieve toets die geldt voor in zwaar weer verkerende bedrijven. Nu zijn de regels wel heel erg streng waardoor onnodig vaak een faillissement volgt en onnodig veel werknemers op straat komen te staan. De ChristenUnie wil daarnaast onderzoeken of het aanpassen van de preventieve toets een bijdrage kan leveren aan de groei van vaste dienstverbanden en daarmee aan de verkleining van de kloof tussen flex en vast. Activerende WW, sneller aan de slag. De transitievergoeding na ontslag wil de ChristenUnie verplicht inzetten voor opleiding of begeleiding naar een nieuwe baan.

Werknemers en werkgevers moeten deze benutten om zo snel mogelijk weer aan de slag te gaan. Duurzaam inzetbaar. Voor iedereen op de arbeidsmarkt is scholing cruciaal. De ChristenUnie zet zich in voor een scholingsbeurs voor werkenden die een beroepsopleiding hebben gevolgd . Juist voor hen is het belangrijk dat ze duurzaam inzetbaar zijn. De ChristenUnie bepleit meer ruimte voor leerrechten voor werkenden en voor mensen die tijdelijk – bijvoorbeeld vanwege ouder-, zorg- of zwangerschapsverlof – niet werken.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Iedereen wil zekerheid, eerlijk loon en delen in de welvaart. Iedereen wil zinvol werk doen, werk waar je trots op bent en dat door de samenleving gewaardeerd wordt. Werk verbreedt je blik en emancipeert. Daarom investeert GroenLinks in economische vernieuwing en werkgelegenheid. We zorgen voor veel meer banen voor mensen met weinig kansen en breiden scholingsmogelijkheden uit. Iedereen krijgt een scholingsbudget, ongeacht of de werkgever in je wil investeren. We stoppen de doorgeslagen flexibilisering en zorgen voor meer zekerheden voor flexwerkers en zzp’ers.

We maken het aantrekkelijker om mensen langer in dienst te nemen. Ook zzp’ers gaan zich verzekeren voor arbeidsongeschiktheid en kunnen gemakkelijker voor hun pensioen sparen. Iedereen krijgt een scholingsbudget, ongeacht of de werkgever in je wil investeren. Voor iedereen gaat de AOW als basispensioen omhoog.

We werken samen, we zorgen voor zekerheid:

  1. Onze investeringen in de publieke sector zorgen voor banen in het onderwijs, in de zorg en bij de politie. Dat zijn kerntaken van de overheid. De loonkosten voor werkgevers voor laagbetaalde arbeid worden verlaagd, zodat bedrijven meer mensen in dienst nemen.
  2. We verlagen de lasten op arbeid voor zowel de werkgevers als de werknemers. Dat zorgt voor meer werkgelegenheid voor lage en middeninkomens. Mensen met een laag loon houden netto meer over en kunnen gemakkelijker kiezen om in deeltijd te werken.
  3. We maken vaste contracten aantrekkelijker. Voor tijdelijke contracten moeten werkgevers een hogere prijs betalen onder andere via hogere WW-premies. Ook flexwerkers krijgen recht op een transitievergoeding vanaf de eerste dag dat zij werken. In samenhang met aanpassing van fiscale faciliteiten komt er voor zzp’ers, op een minimumniveau, een verplichte collectieve basisvoorziening voor arbeidsongeschiktheid. Flexwerkers en zzp’ers kunnen gemakkelijker voor hun pensioen sparen. We maken een tweede meerjarig contract mogelijk, zodat mensen langer in dienst kunnen blijven bij een werkgever.
  4. Er komt een collectieve verzekering voor loondoorbetaling bij ziekte voor werkgevers met weinig werknemers. Zo wordt het loon bij ziekte in het tweede jaar betaald. Hiermee helpen we kleine en startende ondernemers.
  5. De AOW als basispensioen wordt fors verhoogd. Hierdoor zal iedereen met een klein of geen aanvullend pensioen later voldoende inkomen hebben. Het pensioenstelsel wordt gemoderniseerd. Pensioendeelnemers gaan individueel sparen en collectief beleggen, waardoor de verdeling tussen generaties en tussen lager- en hogeropgeleiden rechtvaardiger wordt. De solidariteit tussen jong en oud en mensen met hoge en lage inkomens wordt gegarandeerd door de grootste beleggingsrisico’s en de kans op lang leven te delen.
  6. We maken een einde aan de schijnconstructies waarbij mensen niet eerlijk betaald krijgen voor het werk dat ze doen: stages kunnen alleen in het kader van een studie of als een student daarnaast nog studeert, er komt meer controle op schijnzelfstandigheid en we maken een einde aan constructies waardoor buitenlandse werknemers goedkoop werken. Vanaf achttien jaar heeft iedereen recht op het wettelijk minimumloon.
  7. Bedrijven en organisaties krijgen een quotum voor het in dienst nemen van mensen met een beperking. Voor wie desondanks niet bij een reguliere werkgever terecht kan, blijven sociale werkplaatsen behouden. Er komen meer beschutte werkplekken en gemeenten krijgen daarvoor budget.
  8. We stimuleren levenslang leren en ontwikkeling en gaan laaggeletterdheid tegen, ook op latere leeftijd. Alle werknemers krijgen een individueel scholingsbudget. Deze scholingsrechten worden door werkgevers gefinancierd.’

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Het verkleinen van de kloof tussen zelfstandigen en werknemers draagt bij aan een meer gezonde arbeidsmarkt. Jongeren komen dan eerder in aanmerking voor een vaste baan. En oudere werknemers worden minder als risico gezien en kunnen weer sneller aan de slag komen. Door een basale bescherming van zzp’ers wordt voorkomen dat mensen noodgedwongen als zelfstandige starten. Of dat zij tegen te lage tarieven concurreren door zichzelf te benadelen bij voorzieningen voor ziekte of werkloosheid. Het gaat om een arbeidsmarkt waarop zowel sprake is van eerlijke kansen en concurrentie alsmede ruimte voor ondernemerschap. Nieuwe initiatieven moeten niet onnodig belemmerd worden.

  • Om te voorkomen dat bij ontslag extreme ontslagkosten ontstaan, moet de rechter weer een ruimere mogelijkheid krijgen om tot een evenwichtige belangenafweging van werkgever en werknemer te komen.
  • Het is niet rechtvaardig dat een werkgever bij ontslag slechts bij hoge uitzondering mag afzien van het betalen van een vergoeding. Bijvoorbeeld in situaties van pensionering van de werkgever of wanneer ontslag overwegend aan de werknemer toe te rekenen valt, dient de vergoeding beperkt te kunnen worden.
  • Omdat het snel verkrijgen van duidelijkheid bij conflicten over arbeidsrelaties cruciaal is, wordt de mogelijkheid van hoger beroep weer ongedaan gemaakt.
  • Het moet weer mogelijk worden om meer opeenvolgende arbeidsovereenkomsten te sluiten. De tussenpozen mogen best korter zijn.
  • Er wordt extra ruimte geboden voor het sluiten van meerjarige overeenkomsten. Werknemers krijgen daardoor meer zekerheid.
  • In situaties als seizoensarbeid en vervanging wegen ziekte van leraren moet meer ruimte geboden worden om tijdelijke contracten in te zetten.
  • Om oneerlijke concurrentie door arbeidskrachten uit andere lidstaten van de EU te bestrijden, moeten ervoor gezorgd worden dat zij zoveel mogelijk hetzelfde loon uitbetaald krijgen als Nederlandse werknemers.
  • Ook in Nederland moet het loon van oudere werknemers beter kunnen aansluiten bij hun inzet, mogelijkheden en beschikbaarheid. Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid van de sociale partners.

Veel burgers blijken niet in staat zelfstandig een baan te vinden en op eigen kracht een minimuminkomen te verdienen. Denk bijvoorbeeld aan jongeren met een beperking. Zij verdienen, net als iedereen, een plek op de arbeidsmarkt. Van deze mensen mogen we verwachten dat zij zich naar vermogen inzetten, maar de overheid moet hen daarbij wel een handje helpen. Dat kan soms relatief eenvoudig door werkgevers bepaalde voorzieningen en financiële regelingen aan te bieden. In andere gevallen vraagt het om uitgebreidere ondersteuning. Gemeenten moeten vaker de mogelijkheden aanboren die bij werkgevers beschikbaar zijn. Daarbij moet het ondersteunen van werkgevers centraal staan, niet het dreigen met boetes.

  • Er wordt niet bezuinigd op de financiële regelingen om mensen met een beperking aan het werk te krijgen.
  • Het quotum voor de inzet van mensen met een beperking ontmoedigt de inzet van werkgevers richting degenen die buiten de doelgroep vallen en is dus onwenselijk.
  • De overheid blijft haar verantwoordelijkheid voor het inschakelen van mensen met een beperking nemen door zowel in het eigen personeelsbestand als in aanbestedingen oog voor hen te hebben. Daarnaast moeten (financiële) tegemoetkomingen beschikbaar zijn om werkgevers voldoende te stimuleren, zeker ook kleine werkgevers.
  • Gemeenten verdienen beleidsvrijheid om te bepalen op welke wijze zij de ondersteuning van mensen met een beperking het meest effectief regelen, bijvoorbeeld door te kiezen welke financiële instrumenten worden ingezet.
  • De mogelijkheden om mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie een proefplaatsing aan te bieden, moeten worden verruimd.
  • De overheid verleent geen hulp en financiële ondersteuning voor begeleiding naar omstreden en buitenissige werkzaamheden als prostitutie en het kijken in een glazen bol.’

20. Alternatief inkomen

VVD: 0

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Wij willen meer ondersteuning bij werkloosheid. Sociale voorzieningen, zoals een uitkering voor werkloosheid, moeten er zijn om de eerste klap op te kunnen vangen op de momenten dat het echt tegenzit. Daarom willen we dat je in de eerste drie maanden na het verlies van je baan een hogere werkloosheiduitkering krijgt. Je verliest dan niet meteen zekerheid doordat je terugvalt in inkomen. Met een hogere werkloosheiduitkering in de beginfase kan de looptijd van de uitkering worden verkort. Dit stimuleert om sneller weer aan de slag te gaan. In Nederland kan iedereen uiteindelijk terugvallen op een bijstandsuitkering. Voor die uitkering vragen we wel wat terug. ijvoorbeeld dat je blijft solliciteren, dat je Nederlands spreekt en dat je een tegenprestatie levert waarmee je de samenleving een handje helpt. Hierop moeten geen uitzonderingen mogelijk zijn. Generiek aanvullend inkomensbeleid vanuit gemeenten is vaak goed bedoeld, maar houdt mensen ook onnodig vast in een bijstandsuitkering. Dit betekent namelijk te vaak dat een opstap naar betaald werk leidt tot een terugval in inkomen, omdat die aanvullende uitkeringen dan komen te vervallen. Het aanvullende inkomensbeleid vanuit gemeenten moet dus worden beperkt, zodat het echt gaat lonen als je gaat werken. Er hoort altijd ruimte te zijn voor maatwerk op individueel niveau. Daarom reserveren we extra geld dat door gemeenten kan worden ingezet voor specifieke ondersteuning aan individuele mensen die dat echt nodig hebben (bijzondere bijstand). Bijvoorbeeld als je in een onvoorziene situatie terechtkomt of door een stapeling van veranderende wet- en regelgeving tussen wal en schip dreigt te belanden. In zo’n situatie willen wij dat een gemeente de ruimte heeft om extra ondersteuning te bieden.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘In steeds meer gemeenten worden experimenten gedaan met een vorm van basisinkomen. De PvdA ondersteunt deze experimenten en wil leren van de ervaringen. Ook willen we belemmeringen wegnemen die mensen ervan weerhoudt om vanuit de bijstand deels aan het werk te kunnen en zo stap voor stap uit de bijstand te kunnen komen.

  • Wij willen dat iedere gemeente armoedebeleid voert. De gemeenten krijgen meer geld voor armoedebestrijding. Er moet specifieke aandacht zijn voor kinderen die opgroeien in armoede.
  • Elk kind moet mee kunnen doen. Met sport, mee op schoolreisje, cultuur ontmoeten, op je verjaardag een cadeautje en in de winter een warme jas. Oók als je opgroeit in een arm gezin. Daarvoor hebben we structureel 100 miljoen extra uitgetrokken. De komende tijd gaan we alles op alles zetten om dit ook echt bij elk kind te krijgen die het nodig heeft. Daarvoor gaan we de samenwerking aan met gemeenten, scholen, consultatiebureaus en maatschappelijke partijen zoals Stichting Leergeld, het Jeugdsport- en cultuurfonds, Stichting Jarige Job en tal van andere lokale initiatieven. Zodat straks echt elk kind mee kan doen. We accepteren ook niet dat scholen via allerlei extra bedragen voor reizen, computers, ect kinderen buitensluiten.
  • Wij zijn voor de koppeling van uitkeringen en AOW aan de gemiddelde loonstijging. Iedereen moet meeprofiteren van economisch herstel.
  • Ouderen met een onvolledige AOW krijgen momenteel via de bijstand een aanvulling tot het sociaal minimum voor 65-plussers. Omdat deze aanvulling onder de kostendelersnorm valt worden ouderen die bijvoorbeeld bij hun kinderen inwonen op die aanvulling gekort. Dat is niet rechtvaardig. Wij willen daarom voor deze specifieke groep een tegemoetkoming introduceren en het daarnaast mogelijk maken om via individueel maatwerk schrijnende gevallen te helpen.
  • Mensen moeten worden geholpen als zij met grote schulden kampen. We willen de sociale incasso vanuit de overheid verder uitbouwen door maatwerk mogelijk maken bij incasso door het Rijk. We pleiten voor één incassobureau voor alle Rijksdiensten. Dat geeft overzicht en het lukt dan beter om problematische schulden te helpen oplossen. We handhaven de beslagvrije voet. Wij introduceren een deurwaardersregister. We handhaven de adempauze van 6 maanden om mensen die failliet dreigen te gaan de kans te geven tot een vergelijk te komen. Private incassobureaus die woekertarieven rekenen pakken we aan.
  • Wij willen dat uitvoeringsinstanties, zoals het UWV, vriendelijker en menselijker opereren. Mensen die hun uiterste best doen om een baan te vinden worden niet verplicht om eindeloos nutteloze activiteiten te verrichten. De benadering gaat van wantrouwen naar vertrouwen. Ondersteuning bij het vinden van werk of een passende opleiding neemt de plaats in van verplichtingen en straffen die zijn gebaseerd op wantrouwen.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP: ‘De huishoudtoets in de bijstand wordt geschrapt. Werken met behoud van uitkering met een inwerk­periode van drie maanden blijft mogelijk, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een werkstage. Wie met een uitkering volwaardig werk verricht, krijgt voortaan ook een volwaardig loon. We handhaven de ontslagbescherming. De duur van de werkloosheidsuitkering (WW) wordt niet ver­kort. Werkgevers het eerste halve jaar van de WW laten betalen is vaak onmogelijk, vanwege gebrek aan geld in het bedrijf. Dit bevordert ook het aannemen van mensen op tijdelijke contracten. De sol­licitatieplicht van werklozen wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk.’

CDA: 0

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Wij vinden dat alle kinderen de kans moeten hebben om kind te zijn. Zij mogen niet de dupe worden van de problemen van hun ouder(s). Daarom zetten wij in op betere schuldhulpverlening, zodat mensen die in de schulden raken er sneller weer uitkomen en ook uit de schulden blijven. Daarnaast stimuleren we basisbudgetbeheer, dat ervoor zorgt dat alle vaste lasten – zoals huur, zorgverzekering en gas, water en licht – op voorhand al wordt ingehouden op iemands uitkering. Zo wordt voorkomen dat met de rekeningen de problemen opstapelen en huisuitzetting dreigt. Om mantelzorgers financieel te ondersteunen stellen wij in dit verkiezingsprogramma een ‘zorgbonus’ voor als compensatie voor mensen die verlof opnemen of minder gaan werken om de zorg voor een naaste te kunnen bieden. Patiënten die door mantelzorgers verzorgd worden krijgen een korting op de eigen bijdrage. Ook willen wij dat iemand met een AOW-uitkering niet langer wordt gekort als hij of zij een familielid of vriend in huis neemt om deze te verzorgen. Dat is een boete op zorgzaamheid en solidariteit! Jaarlijks vinden er in Nederland tienduizenden gevallen van uitkeringsfraude plaats. Dat is onverteerbaar voor alle mensen, die de premies voor die uitkeringen bij elkaar sparen. Fraude is diefstal van de gemeenschap. Wij willen dat er meer capaciteit wordt vrijgemaakt voor het opsporen en vervolgen van profiteurs en fraudeurs. Dat kan bovendien helpen om het onderscheid tussen fraude en administratieve fouten bij uitkeringsgerechtigden te zien. Bij werkelijke fraude dient wat ons betreft ook vaker strafrechtelijke vervolging plaats te vinden.’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Gemeentes krijgen meer ruimte om te experimenteren met de uitvoering van de Bijstandswet als een soort van basisinkomen. Wij bieden ruimte aan gemeenten om te experimenteren met de uitvoering van de bijstand. Dat maakt het mogelijk te bezien hoe je de bijstand anders kunt inzetten. In initiatiefgemeenten Groningen, Utrecht, Wageningen en Tilburg zijn al interessante voorstellen voor experimenten gedaan. Daar ontwikkelt de bijstand zich meer en meer tot een gerichte vorm van basisinkomen. Meedoen aan de maatschappij en zelfredzaamheid blijven het doel van de bijstand, maar we organiseren dit het liefst dicht bij de mensen. We kunnen en moeten nog veel meer dan nu het geval is inzetten op het voorkomen van schulden in plaats van op het oplossen van reeds aanwezige schulden. Zeker bij jongeren. Een preventieve aanpak die bestaat uit een budgetscan, een budgetplan en een abonnement op een financiële hulpdienst kan veel leed en kosten voorkomen. Wanneer schulden toch uit de hand lopen gaat het rijk als schuldeiser niet over tot incasso maar tot actief saneren als meerdere private partijen dat ook doen. We ontzorgen mensen die moeite hebben met het ingewikkelde systeem van sociale zekerheid en toeslagen. Zij hebben vaak niet het sociale netwerk om hen te ondersteunen. Als vaste lasten en eventuele toeslagen alvast verrekend worden met hun uitkering neemt de kans op financiële problemen af. Bovendien geven we deze mensen een gevoel van eigenwaarde, zelfstandigheid en vrijheid terug als we ze op vrijwillige basis financieel ontzorgen. Voorkomen is beter dan genezen. In onze snel veranderende en steeds ingewikkelder wordende digitale wereld lukt het sommigen gewoonweg niet om mee te komen. We kunnen en willen mensen in dat geval niet negeren of achterlaten. Die tweedeling is onaanvaardbaar. Allereerst willen we investeren in de weerbaarheid van en in kansen voor mensen. Wetend dat dit niet altijd tot succes zal leiden zorgen wij voor opvang en voorzieningen. Daarom willen wij dat onderwijs toegankelijk is, ook als het niet direct tot werk leidt. Bijvoorbeeld voor taal en leesvaardigheid of digitale basisvaardigheden voor digibeten. Daarnaast investeren we in opvang voor dak- en thuislozen en verslaafden. Waar nodig met toegang tot en onder steuning van geestelijke gezondheidszorg.’

ChristenUnie: 0

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘Ondanks het grote belang van betaald werk, zowel voor de samenleving als voor de mensen zelf, is dit niet altijd voor iedereen mogelijk. De bijstand is er om een bestaansminimum te garanderen. Eenmaal in de bijstand vraagt dit wel actieve inzet om weer aan het werk te komen. Instellen van een mantelzorgfonds. De druk op de combinatie van arbeid en zorg blijft toenemen. Naast de druk om betaald werk te doen, verwacht de samenleving ook steeds meer van mantelzorgers. De ChristenUnie stelt werkgevers in staat de overmatige kosten van mantelzorgverlof bij de overheid in rekening te brengen en stelt daartoe een mantelzorgfonds in. Geen sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders in de bijstand. Wel een scholingsplicht. Vrijwilligerswerk naast uitkering. Het doen van vrijwilligerswerk naast een uitkering kan worden gestimuleerd. De ChristenUnie is trots op het vele werk dat vrijwilligers doen, ziet de waarde van onbetaald werk en wil dit niet belemmeren door regeldruk. Met een uitkering moet je gewoon vrijwilligerswerk kunnen doen, zonder de uitkering te verliezen. Het is wel van belang dat je daarnaast kunt werken aan het vinden van een betaalde baan. Tegenprestatie met nut De tegenprestatie in de bijstand draagt zo mogelijk bijdragen aan spoedige re-integratie naar werk. Vast contactpersoon voor nabestaanden. Nabestaanden moeten met veel verschillende overheidsinstanties zaken regelen, om een overlijden bekend te maken. Er komt één servicegericht loket voor zowel de rijksoverheid als gemeenten, waar al dit soort zaken geregeld kunnen worden en advies kan worden gevraagd, via een vast contactpersoon. We blijven ons inzetten voor het behoud van de nabestaandenuitkering Juist op het moment dat iemand een partner verliest is het onze plicht om als samenleving een vangnet te organiseren voor de periode van rouwverwerking.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We schaffen de tegenprestatie in de bijstand af. Bijstandsgerechtigden krijgen persoonlijke en passende ondersteuning om de kans op werk te vergroten, zo nodig met loonkostensubsidie. Gemeenten krijgen de ruimte om op eigen wijze participatie te stimuleren. Zij mogen experimenteren met nieuwe vormen van sociale zekerheid zoals een basisinkomen, waarbij keuzevrijheid, waardering en ontplooiing voorop staan: minder regels, meer ruimte om bij te verdienen.’

SGP: – –

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Huishoudens zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun eigen levensonderhoud. Van burgers mag bijvoorbeeld verwacht worden dat ze zoveel mogelijk rekening houden met tegenvallers en onvoorziene uitgaven. Eigen verantwoordelijkheid dient uitgangspunt te zijn. Tegelijk mogen we onze ogen niet sluiten voor het feit dat mensen financieel knel komen te zitten door gebeurtenissen die zij niet zelf in de hand hebben. Ook als werken niet (meer) gaat, moet de overheid een ‘sociaal vangnet’ bieden, zeker voor kwetsbare groepen, zoals alleenstaande ouders en weduwen. Hier ligt trouwens ook een taak voor familie, kerken en maatschappelijke organisaties.

  • Mantelzorg dient óók als maatschappelijke tegenprestatie erkend te worden.
  • Wanneer burgers met veel sociale problemen en zorgen te maken hebben en onvoldoende ondersteuning hebben van een maatschappelijk netwerk, is de gemeente aan zet om ondersteuning te coördineren. De gemeente zorgt er bijvoorbeeld voor dat tienermoeders indien nodig tijdig passende huisvesting krijgen aangeboden.
  • De gemeente is verplicht om bijzondere bijstand te bieden in schrijnende situaties. De bekendheid van deze regeling wordt vergroot.
  • Voorzieningen voor nabestaanden moeten toereikend zijn. Er wordt extra geld beschikbaar gesteld om de uitkeringen te verhogen.
  • In samenwerking met onder meer woningcorporaties, zorgen de gemeenten ervoor dat huisuitzettingen zoveel mogelijk voorkomen worden, in het bijzonder van gezinnen met kinderen.
  • Toeslagen voor huur en zorg moeten zoveel mogelijk direct uitgekeerd worden aan de dienstverlenende instellingen, zodat het opbouwen van onnodige schulden voorkomen wordt.
  • Wanneer werknemers regelmatig werkloos raken, ontstaat in de WW niet langer jaarlijks het recht op een basisuitkering van drie maanden. De lengte van de uitkering wordt dus altijd bepaald op basis van het arbeidsverleden. In het tweede jaar van de WW wordt de uitkering geleidelijk verlaagd.
  • Van uitkeringsgerechtigden mag verwacht worden dat zij al het redelijke doen om hun kansen op het verkrijgen van werk te vergroten, en -waar nodig- een maatschappelijke tegenprestatie verrichten.
  • Als iemand aantoonbaar niet wil werken ook al is hij daartoe in staat, moet hij gekort worden op de uitkering.
  • Wie misbruik maakt van uitkeringen of andere sociale voorzieningen, moet stevig bestraft worden. Bij onwetendheid kan volstaan worden met een waarschuwing of een boete naar evenredigheid.
  • Er moet veel meer worden geïnvesteerd in digitale opsporing van uitkeringsfraude, bijvoorbeeld via koppeling van databestanden en door actief op te sporen en terug te vorderen.
  • Als een ontvanger van een uitkering niet in Nederland woont, moet de hoogte van de uitkering afgestemd worden op het prijspeil van het land van inwoning.’

21. Fiscaal beleid tbv arbeid

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD:

Door het verlagen van de belasting op arbeid, willen wij het voor ondernemers ook aantrekkelijker maken om mensen in dienst te nemen. Dankzij lagere belastingen ontstaat er meer ruimte voor ondernemers om meer mensen een baan aan te bieden. Het is van belang dat werk meer gaat lonen. Dit is nog niet altijd het geval, waardoor het financieel gunstiger kan zijn om juist van een uitkering gebruik te blijven maken. Daarmee worden talenten onnodig verspild en dat is eeuwig zonde. Daarom willen wij de belastingen op werk verlagen, zodat het verschil tussen uitkeringen en werken wordt vergroot. Hiermee wordt werk financieel aantrekkelijker. Ook als je besluit om méér te gaan werken, of als je bijvoorbeeld een promotie krijgt, moet je dat natuurlijk in je portemonnee terugzien. Daarom willen wij de belasting verlagen voor iedereen die werkt, of je nu veel of weinig verdient.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA:

  • Wij zien we dat er behoefte is aan het vervullen van belangrijke publieke functies: de conciërges en assistenten op scholen, toezicht in bus en tram, ondersteuning van sport en cultuurverenigingen en het schoonhouden van de openbare ruimte. De PvdA wil dat die publieke taken weer worden vervuld. Tegelijk zien we dat er teveel mensen tegen hun zin langdurig aan de kant staan. Daarom introduceren we geleidelijk aan 100.000 nieuwe banen tussen de 100 procent en 120 procent minimumloon. De banen zijn additioneel en er is geen verdringing.
  • Wij willen de onlangs geïntroduceerde Lage Inkomensvoorziening verhogen en uitbreiden. Werkgevers hebben zo een grote stimulans om banen te creëren voor mensen die een bescheiden inkomen verdienen.
  • Wij willen de bestaande fiscale stimulansen uitbreiden om oudere werknemers aan te nemen. Zo wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om ervaren werknemers aan te nemen.
  • Op het gebied van arbeidsongeschiktheid en ziekte willen wij werkgevers ontlasten met no risk polissen en minder administratieve verantwoordlijkheden.
  • Wij willen de koopkracht voor lagere- en middeninkomens ondersteunen. Dit kan door de opbrengsten van vergroening, de aanpak van belastingontwijking en een hogere bankenbelasting terug te sluizen naar lagere belastingen en extra koopkracht voor deze groep.’

SP: 0

Verkiezingsprogramma SP:

  1. ‘We starten in 2013 een speciaal investeringsprogramma om onze economie weer op gang te helpen en de werkgelegenheid te bevorderen. Dat doen we door onderhoud aan woningen en spoorwegen, scholen en universiteiten, dijken en wegen naar voren te halen. De woningmarkt kan worden gestimuleerd door kantoorpanden om te bouwen tot woonruimte en om te schakelen naar energiezuinige woningbouw.
  2. We houden het BTW-tarief gelijk, want verder verhogen treft direct de koopkracht van mensen en is heel slecht voor het herstel van de ondernemingen in het MKB.
  3. Er komt een nieuwe nationale investeringsbank (NIB) die kredieten gaat verstrekken aan fundamenteel gezonde en goed geleide bedrijven. Daarmee zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld de industrie weer kan investeren en zodoende ook meer werkgelegenheid kan creëren. Ook kan deze investeringsbank langjarige investeringen in duurzame economie financieren.
  4. Kleine ondernemers krijgen van ons een eerlijkere kans bij overheidsopdrachten. Aan het voortrekken van grote bedrijven maken we een einde. De winstbelasting voor het kleinbedrijf houden we laag. Grote bedrijven laten we daarentegen een extra bijdrage leveren.
  5. Hoge kosten van twee jaar loondoorbetaling voor zieke werknemers zijn een groot risico voor het het midden- en kleinbedrijf en een belemmering om mensen in vaste dienst te nemen. Daarom worden de kosten voor werknemers die langer dan een half jaar ziek zijn voortaan betaald uit een collectieve verzekering. We gaan ook werk maken van betere regelingen voor arbeidsongeschiktheid en pensioen voor zelfstandigen zonder personeel.
  6. We verbeteren de rechtsbescherming voor ondernemers tegen oneerlijke handelspraktijken, zoals misleiding en bedrog.
  7. Het aantal koopzondagen blijft beperkt tot 12 per jaar. Alleen gebieden die aantoonbaar toeristisch zijn kunnen hiervan afwijken, op voorwaarde dat de sociale belangen van betrokkenen (winkeliers en winkelpersoneel) worden gewaarborgd.
  8. Werkgevers gaan met een eigen bijdrage meebetalen aan de uitvoering van werknemersverzekeringen. De lasten voor het doorbetalen van ziek personeel worden voor kleine bedrijven eerlijker verdeeld.
  9. We stellen paal en perk aan de topinkomens. Bestuurders in de publieke en semipublieke sector verdienen voortaan niet meer dan de minister. Bonussen bij banken en andere financiële instellingen worden volledig uitgebannen. We stimuleren sociale partners om ondernemingen te verplichten een behoorlijk beleid te voeren en geen belachelijk hoge salarissen en bonussen te betalen.
  10. We handhaven de ontslagbescherming. Dat is beter voor de werknemers en ook beter voor een stabiele economie. De duur van de WW wordt niet verkort.
  11. Werkgevers in het MKB hebben vaak te weinig geld om het eerste half jaar de WW te betalen, wat het aannemen van mensen op tijdelijke contracten bevordert. Daarom zijn we tegen het betalen van het eerste half jaar WW door deze werkgevers. De lasten voor het doorbetalen van ziek personeel worden voor kleinere bedrijven eerlijker verdeeld. Werkgevers gaan met een eigen bijdrage meebetalen aan de uitvoering van werknemersverzekeringen. De sollicitatieplicht van werklozen wordt afhankelijk van de individuele omstandigheden en de perspectieven op werk.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Ondanks de aantrekkende economie en de peperdure banenplannen van het huidige kabinet blijft de werkloosheid in Nederland hoog, vooral onder de lage en middeninkomens. Naast onze voorstellen om de impasse op de arbeidsmarkt te doorbreken, kiezen wij voor het enige recept dat echt werkt voor meer banen: het lonend maken van werken en ondernemen, via lagere lasten en minder regels. Door de verhoging van de AOW-leeftijd werken veel ouderen langer door. Dat is belangrijk en goed; zo kunnen zij hun kennis en ervaring inzetten en overbrengen op jongere collega’s. Tegelijk is juist het aantal ouderen zonder werk in de afgelopen jaren fors gestegen. Het kabinetsbeleid om deze mensen weer aan het werk te krijgen heeft veel geld gekost, maar weinig banen opgeleverd.

Voor een deel van deze ouderen geldt dat zij genoodzaakt waren hun loopbaan voort te zetten als flexwerker of zzp’er. Ze doen nu hetzelfde werk, maar dan zonder verzekering en de zekerheid van een baan tot hun 67 e . Een verkorting van de verplichting voor werkgevers om bij ziekte tot twee jaar loon door te betalen, kan zeker voor deze groep ouderen een flinke verbetering betekenen. Ook ons voorstel voor individuele scholingsbudgetten vergroot de kans op werk voor oudere werknemers.

[…] De eerste stap naar een eerlijke arbeidsmarkt is de introductie van één basisverzekering voor arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden. Zowel mensen met een vast als met flexcontract dragen daar financieel aan bij en kunnen bij arbeidsongeschiktheid een beroep doen op deze regeling.

[…] De tweede stap is een vernieuwing van de huidige regels bij ziekte. Wij willen de verplichting tot loondoorbetaling bij ziekte voor de werkgevers fors terugbrengen. Voor langere ziekteperiodes komt er een private regeling met publieke waarborgen. Op die manier blijven alle werkenden beschermd en wordt het voor werkgevers aantrekkelijker om mensen vast in dienst te nemen.

[…] De aanpassing van de ontslagregels door het huidige kabinet is geen succes gebleken. Het doel was om vaste contracten minder vast te maken en flexibele contracten minder flexibel. Op die manier zouden zowel werkgevers als werknemers profiteren. Maar in de praktijk leidt de aanpassing van het ontslagrecht er juist toe dat bedrijven – vooral in het MKB – mensen geen vast contract meer durven geven. De maatregel werkt dus averechts en wat ons betreft kan het niet zo zijn de theoretische bescherming tegen ontslag ertoe leidt dat je helemaal geen vaste baan meer krijgt. Daarom willen wij meer ruimte voor de kantonrechter om arbeidscontracten te ontbinden, zodat ondernemers weer sneller kiezen voor een vast contract. Daarnaast moeten er meer mogelijkheden komen voor meerjarige arbeidscontracten, want een vijfjaars-contract is misschien geen vaste baan, maar wel veel beter dan elke twee jaar weer op straat staan.

PVV: +

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Lagere inkomstenbelasting.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Werk is en blijft de belangrijkste weg naar ontplooiing en controle over het eigen leven. We helpen meer mensen aan werk en verlagen de lasten voor werkgevers. Het wordt aantrekkelijker om laagbetaalden en ouderen in dienst te nemen. De kloof tussen vaste aanstelling en flexibel werken wordt kleiner. Belasting op arbeid voor de werkgever worden sterk verlaagd, met name voor lager betaalden. Het wordt aantrekkelijker werkgever te zijn. Het aanbieden van banen is, zeker voor kleinere bedrijven, te duur en riskant. Wij willen de risico’s van langdurig zieke werknemers en arbeidsongeschiktheid wegnemen. Kleine werkgevers moeten het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte collectief kunnen verzekeren. Ook krijgen werkgevers meer duidelijkheid en betere ondersteuning over re-integratie beleid. Met de sociale partners wordt dit idee verder ingevuld. Wij verlagen werkgeverslasten aan de onderkant van de arbeidsmarkt, door het zogenaamde Lage Inkomens Voordeel te verhogen en in het algemeen door bijvoorbeeld WWpremies te verlagen. Met de sociale partners werken we ook aan CAO’s waarin loonstijging meer aan prestaties en minder aan anciënniteit gekoppeld wordt. Zo is het aantrekkelijker ouderen in dienst te nemen. Ook het beperken van seniorenregelingen zal daaraan bijdragen. De overheid zal als werkgever vooroplopen. Flexibilisering van de arbeidsmarkt is in principe een positieve ontwikkeling die zorgt voor meer dynamiek, aanpassingsvermogen en de mogelijkheid werk en even zelf vorm te geven. Vandaag de dag zijn flexen vaste werknemers echter te gescheiden en de verschillen te groot. Met de Wet werk en zekerheid is flex weliswaar minder flexibel geworden, maar het beoogde naar elkaar toe groeien van vast en flexibel vindt niet plaats. Een van de grote uitdagingen is dat vast te vast en riskant is voor werkgevers. Nederlandkent nog steeds de hoogste ontslagbescherming en de grootste kloof tussen vast en flex van alle OESOlanden. Naast het ontslagrecht zijn de grote financiële risico’s bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, de hoge werkgeverslasten op arbeid en ook de vaak nog rigide CAO’s, redenen om af te zien van het aanbieden van een vast contract.

D66 wil toe naar één arbeidsrechtelijk regime voor alle werknemers waarbij er sprake is van één contract, het contract voor onbepaalde tijd. Dit alles vraagt om een verdere modernisering van het ontslagrecht. Een ontslagrecht met kortere en minder dure procedures, zonder preventieve toets, met indien gewenst toetsing achteraf aan ontslaggronden die willekeur en dikke dossiers voorkomen. De transitie vergoeding wordt veranderd, waarbij opbouw al direct start doordat de huidige grens van twee jaar en de extra hoge vergoeding na tien jaar werkverband verdwijnen. Er komt een eis dat de vergoeding daadwerkelijk gebruikt wordt voor de stap naar een nieuwe baan. Bij collectief ontslag passen we de regels zo aan, dat per leeftijdscohort gekeken mag worden wie de beste prestaties laten zien, in plaats van alleen naar wie het langst in dienst is. Vrijwillig een nieuwe baan zoeken wordt hierdoor aantrekkelijker. Dit zijn ingrijpende veranderingen die alleen tot stand zullen komen met helder publiek leiderschap door de overheid. Samen met de sociale partners maken we gedetailleerde afspraken over de uitvoering. Met deze aanpassingen maken we een gemoderniseerd vast contract bereikbaar voor de twee miljoen mensen die nu op flexbasis werken.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie: ‘De ChristenUnie wil armoede bestrijden door werken lonender te maken, juist ook voor lage inkomens en daarnaast overmatige inkomens en bonussen ontmoedigen. Daarvoor stellen we de volgende maatregelen voor:

Lagere belastingdruk op arbeid. De ChristenUnie is voorstander van het verlagen van de belastingdruk voor arbeid, zowel voor werknemers als voor werkgevers. Het verlagen van werkgevers-, en werknemerslasten schept ruimte voor het creëren van extra banen.

Een eerlijker belastingstelsel voor inkomen en vermogen (zie hoofdstuk belastingstelsel)

Koppel loon en winst. Voor ondernemingen is het gezond om een sterkere koppeling aan te brengen tussen de winst en de hoogste salarissen. De ChristenUnie wil daarom dat salarissen en bonussen hoger dan een ministersalaris niet langer aftrekbaar zijn van de winst. Daarmee wordt voorkomen dat de belastingbetaler indirect meebetaalt aan topsalarissen.

Minder ruimte voor topinkomens met publiek geld. De Wet normering topinkomens helpt het Rijk om de salarissen in de (semi)publieke sector te reguleren. De ChristenUnie pleit ervoor deze wet te verbreden waardoor ook gemeenten en andere overheden regulerend kunnen handelen, bijvoorbeeld in hun subsidiebeleid.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We verlagen de lasten op arbeid voor zowel de werkgevers als de werknemers. Dat zorgt voor meer werkgelegenheid voor lage en middeninkomens. Mensen met een laag loon houden netto meer over en kunnen gemakkelijker kiezen om in deeltijd te werken. Na een bankencrisis en jaren van toenemende winsten en lagere belastingen voor het bedrijfsleven is het tijd voor loonstijging voor werknemers.’

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP:

  • ‘Ondernemersfaciliteiten blijven onverkort beschikbaar voor startende ondernemers. Na een periode van vijf jaar worden deze meer in lijn gebracht met de belastingdruk voor werknemers, rekening houdend met de extra risico’s van ondernemers.
  • Ondernemersregelingen moeten regelmatig kritisch geëvalueerd worden op effectiviteit, perverse prikkels en onbedoelde neveneffecten.
  • Het aantal uitzonderingen op belastingafdracht dient te worden verminderd. Het tarief van de vennootschapsbelasting kan dan vervolgens budgettair neutraal verlaagd worden.
  • De belasting op vreemd en eigen vermogen moet meer gelijk worden getrokken.
  • Ondernemers in (tijdelijke) moeilijkheden moeten de keus hebben om te kiezen voor een voorwaartse of een achterwaartse verliesverrekening. Dit is in het bijzonder belangrijk voor de landbouwsector.

Bedrijven zorgen voor banen. Ze leveren waardevolle producten en diensten. Ze exporteren veel en zorgen zo voor een positieve betalingsbalans. Zonder mensen die risico’s durven te nemen en hard werken, zouden we wel in kunnen pakken. Den Haag en Brussel zouden dat best wel eens meer mogen waarderen! Bijvoorbeeld door minder regeltjes, en de regels die wel nodig zijn af te stemmen op de praktijk.’

22. Spreiding welvaart

VVD: – –

Verkiezingsprogramma VVD: ‘Naast handelsverdragen staat Nederland ook bekend om onze uitgebreide en stabiele belastingverdragen met andere landen. Het uitgebreide Nederlandse verdragennetwerk biedt zekerheid en voorkomt dat ondernemers in meerdere landen dubbel belasting betalen over inkomen, vermogen of winst. Dit vormt een belangrijke basis voor ons goede vestigingsklimaat en dat willen wij ook zo houden. Wij willen dat Nederland een aantrekkelijk land blijft, waar bedrijven graag naartoe komen. En wij willen voorkomen dat die bedrijven worden weggejaagd door het opzeggen van belastingverdragen.

Bedrijven die in Nederland daadwerkelijk activiteiten hebben en voor banen zorgen, verdienen het daarom om te blijven profiteren van ons goede fiscale vestigingsklimaat.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA: ‘Belastingen zijn het sterkste wapen tegen ongelijkheid. Wij willen internationale belastingontwijking tegengaan, zoals ook in hoofdstuk vijf is te lezen, en wij beginnen in Europa. Internationale bedrijven moeten verplicht worden openbaar te maken waar ze actief zijn en hoeveel belasting ze betalen per land. Zo’n samenleving is er niet zomaar en ze is nooit af. Het is een permanente opgave van eerlijk delen, van spreiding van kennis, macht en inkomen. Ook een sociale en sterke samenleving vereist voortdurende toewijding en onderhoud, om achterstand en ongelijkheid te bestrijden en gelijke kansen voor mensen te scheppen en te behouden. Dat is de bestaansreden van de sociaaldemocratie en de opdracht die sociaaldemocraten zichzelf stellen. En die krijgt nu een uitwerking in de opgave om met elkaar te werken aan een verbonden samenleving.

Inkomensongelijkheid is slecht voor de sociale samenhang in de samenleving, maar ook voor de economie. Wij streven naar een fatsoenlijk inkomen voor iedereen. We zijn tegen zelfverrijking door de bedrijfstop en we bestrijden armoede. We vinden het onaanvaardbaar dat ruim 400.000 kinderen in Nederland in armoede opgroeien.

Wij willen de koopkracht voor lagere- en middeninkomens ondersteunen. Dit kan door de opbrengsten van vergroening, de aanpak van belastingontwijking en een hogere bankenbelasting terug te sluizen naar lagere belastingen en extra koopkracht voor deze groep.

Rechtvaardig inkomen:

  • Wij willen de koopkracht voor lagere- en middeninkomens ondersteunen. Dit kan door de opbrengsten van vergroening, de aanpak van belastingontwijking en een hogere bankenbelasting terug te sluizen naar lagere belastingen en extra koopkracht voor deze groep.
  • De lastendruk op bedrijven en werknemers is de afgelopen decennia steeds schever geworden. Wij willen daarom een deel van wat we met zijn allen verdienen, verschuiven van werknemerslasten naar werkgeverslasten.
  • Vermogenden en directeur-grootaandeelhouders betalen nu geen premies voor veel collectieve voorzieningen zoals zorg (WLZ en ZVW), terwijl ze daar wel aanspraak op maken. Dit willen wij veranderen, door naar het verzamelinkomen te kijken bij het heffen van belastingen en premies.
  • Wij willen het minimumloon verhogen door een minimumuurloon te introduceren op basis van een werkweek van 36 uur. Zo krijgt iedereen met een fulltimecontract of een 0-urencontract de mogelijkheid om het minimumloon te verdienen en tegelijkertijd 4 x 9 uur te werken.
  • We vinden dat wie hard werkt, daarvoor ook beloond moet worden. Ook als je jonger bent. Het minimumjeugdloon voor jongeren vanaf 18 jaar willen wij stapsgewijs gelijktrekken met het normale minimumloon dat nodig is om van te kunnen leven.’

SP: + +

Verkiezingsprogramma SP: ‘Kleine ondernemers krijgen van ons een eerlijkere kans bij overheidsopdrachten. Aan het voortrek­ken van grote bedrijven maken we een einde. De winstbelasting voor het kleinbedrijf houden we laag. Grote bedrijven laten we daarentegen een extra bijdrage leveren. We stellen paal en perk aan de topinkomens. Bestuurders in de publieke en semipublieke sector verdienen voortaan niet meer dan de minister. Bonussen bij banken en andere financiële instellingen worden volledig uitgebannen. We stimuleren sociale partners om ondernemingen te verplichten een behoorlijk beleid te voeren en geen belachelijk hoge salarissen en bonussen te betalen. Groeiende inkomensongelijkheid is sociaal niet te rechtvaardigen en leidt economisch tot slechtere prestaties. We helpen mensen uit de armoede en aan het werk. De koopkracht voor mensen met een minimuminkomen verhogen we, de rechten van gepensioneerden blijven we respecteren. Mensen met een tijdelijk contract en zelfstandigen zonder personeel (zzp-ers) bieden we meer bescherming. Gemeenten krijgen meer mogelijkheden om mensen aan het werk te helpen. Het werk van mensen op de sociale werkplaats gaan we behouden, ondernemers die mensen met een beperking in dienst nemen gaan we belonen. We nemen maatregelen om te voorkomen dat jongeren opgroeien in armoede en mensen moeten leven van de voedselbank. De koopkracht voor mensen met een minimuminkomen verhogen we. Het sociaal minimum wordt verhoogd, het wettelijk minimumloon beschermen we. Wie naar vermogen werkt krijgt in ieder geval het wettelijke minimumloon. Als loonaanvulling noodzakelijk is kunnen loonkostensubsidies worden in­gezet. De minimumjeugdlonen vanaf 18 jaar worden op termijn gelijkgetrokken met het minimumloon. We accepteren geen loondiscriminatie tussen mannen en vrouwen. Om vrouwen gelijke kansen te geven om te werken, worden beloningsverschillen aangepakt. Er komen meer mogelijkheden om arbeid en zorg te combineren, voor moeders én vaders.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Alle deskundigen zijn het erover eens dat ons belastingstelsel onnodig ingewikkeld en ondoelmatig is. Wij pleiten al jaren voor een eenvoudige en eerlijk belastingstelsel met twee tarieven: een laag tarief voor de lage inkomens en een hoger tarief voor hoge inkomens. Daarbij versimpelen we de huidige wirwar van inkomensschijven, heffingskortingen en aftrekposten die in de praktijk tot veel onduidelijkheid en allerlei onbedoelde effecten leiden. De lagere belastingdruk die op deze manier ontstaat, leidt tot meer economische groei, en heeft als voordeel dat voor iedereen veel duidelijker is wat hij of zij werkelijk overhoudt van het bruto loon. Bovendien stoppen we door zo’n vlaktaks met het rondpompen van geld. Belasting moet geheven worden naar draagkracht. Nu wordt een eenverdiener veel zwaarder belast dan een tweeverdieners of een alleenstaande ouder. Dat is onrechtvaardig en zeer ongewenst, zeker wanneer er geen sprake is van een vrijwillige keuze. Daarom willen wij het belastingstelsel meer inrichten naar draagkracht en het daarmee ook minder ingewikkeld maken. We houden lidstaten aan gemaakte financiële afspraken en we trekken gezamenlijk op om onze internationale positie te versterken. Bij het afsluiten van handelsovereenkomsten en andere internationale afspraken moeten we speciaal aandacht hebben voor het feit deze overeenkomsten macro-economisch voordelen kunnen hebben, maar in de praktijk vaak als eerste de midden- en laagste inkomens treffen. Ondanks de aantrekkende economie en de peperdure banenplannen van het huidige kabinet blijft de werkloosheid in Nederland hoog, vooral onder de lage en middeninkomens. Naast onze voorstellen om de impasse op de arbeidsmarkt te doorbreken, kiezen wij voor het enige recept dat echt werkt voor meer banen: het lonend maken van werken en ondernemen, via lagere lasten en minder regels.’

PVV: 0

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Eigen risico zorg geheel afschaffen. Huren omlaag. AOW-leeftijd op 65 jaar, aanvullende pensioenen wél indexeren. Terugdraaien bezuinigingen thuiszorg, ouderenzorg, méér handen aan het bed. Lagere inkomstenbelasting.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66:

De inkomsten uit kapitaal en vermogen vertegenwoordigen een groeiend aandeel van de welvaart. En het aandeel van de inkomsten uit arbeid wordt kleiner. In Nederland en in bijna alle westerse economieën. D66 vindt dit een ongewenste trend. Daarom zorgen we met lagere lasten op arbeid dat inkomsten uit arbeid niet zwaarder belast worden dan inkomsten uit vermogen. Samen met Europese partners en door op te trekken met de OESO beperken we concurrentie tussen landen op belastingtarieven en belasting ontwijking. Uiteindelijk zullen belastingen deze scheefgroei niet oplossen. Onze maatregelen op het vlak van onderwijs, concurrentie en een beter werkende arbeidsmarkt zullen ervoor moeten zorgen dat arbeid meer loont. Structurele ongelijkheid in kansen is een vorm van onvrijheid. Nog steeds stromen vrouwen en mensen met een niet-westerse achtergrond minder vaak door naar de top. Bovendien verdienen zij voor hetzelfde werk vaak minder dan westerse mannen. Dat is onrechtvaardig en onverstandig, want dit is discriminatie, verspilt talent en verhindert evenwichtige managementteams en raden van bestuur en commissarissen. Uiteindelijk moet ook een carrière voor een herintredende ouder kansrijk zijn. Vrijblijvende talentendatabases schieten tekort in het bewerkstellingen van de door ons gewenste verandering. D66 wil dat de overheid het goede voorbeeld geeft, dat organisaties diversiteitprestaties inzichtelijk maken en dat ouderschapsregelingen worden gemoderniseerd. Er wordt geëxperimenteerd met neutrale sollicitatie en promotieprocedures. Hiermee jaagt de overheid ook de benodigde cultuurverandering aan. Wie werkt, gaat minder belasting betalen. Voor werkgevers wordt het aantrekkelijker mensen in dienst te nemen, in het bijzonder ouderen en mensen met een laag inkomen; kansenongelijkheid op werk wordt systematisch aan de kaak gesteld. Wij willen betaald ouderschapsverlof van twaalf weken voor vaders en meemoeders, omdat dit de arbeidsdeelname van vrouwen bevordert; de belasting op arbeid is hoog, en zelfs toegenomen, waardoor het verschil tussen wat de werkgever betaalt voor een werknemer en wat die werknemer zelf ontvangt als netto inkomen, is gegroeid. Zo ziet een schilder, die zijn werkgever € 20 per uur kost, daar zelf maar € 11 van terug. In combinatie met de stijgende kosten van de zorg is hierdoor het besteedbaar inkomen van veel mensen de afgelopen jaren niet gegroeid. Met de broodnodige hervorming van ons belastingstelsel wil D66 de lasten op arbeid sterk verlagen. Daardoor is het sneller aantrekkelijk te gaan werken en om iemand in dienst te nemen. Uiteindelijk zal een werkgever alleen iemand aannemen als deze meer bijdraagt dan hij kost. Zeker bij de laagste inkomens is het belangrijk om het verschil tussen kosten voor werkgever en inkomen voor werknemer zo klein mogelijk te maken. Dit kan door premies en belasting te minimaliseren of zelfs te vervangen door loonsubsidies. Iemand die nu vanuit de bijstand gaat werken tegen minimumloon, gaat er maar héél weinig op vooruit. Ook bij werkende ouders speelt dit probleem. Door de hoge kosten van de kinder opvang loont het soms niet om allebei te blijven werken. D66 heeft zich ingezet voor een verhoging van de kinderopvangtoeslag en de combinatiekorting die werkende ouders met kinderen tot twaalf jaar ontvangen. Deze lijn wil D66 de komende periode doorzetten, zodat werken altijd loont.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie:

Hoewel de kloof kleiner is dan elders in de wereld, is er ook in Nederland sprake van inkomens- en vermogensongelijkheid. De ChristenUnie is niet tegen ongelijkheid in welvaart, maar ziet wel dat een grote welvaartskloof veel maatschappelijke onvrede kan oproepen. Als bonussen en topinkomens stijgen, terwijl aan de andere kant de lage en midden inkomens al geruime tijd een stilstand in koopkracht kennen, is dat geen gezonde ontwikkeling. Het is onze overtuiging dat het niet goed is voor de vrede in de samenleving als er een te grote ongelijkheid is . In het rijke land dat Nederland is, leven ruim 400 duizend kinderen in armoede. Veelzeggend is dat 60 procent van deze arme, Nederlandse kinderen, werkende ouders heeft. Ook voor deze ouders moet werken meer gaan lonen. De ChristenUnie wil armoede bestrijden door werken lonender te maken, juist ook voor lage inkomens en daarnaast overmatige inkomens en bonussen ontmoedigen. Daarvoor stellen we de volgende maatregelen voor:

Lagere belastingdruk op arbeid. De ChristenUnie is voorstander van het verlagen van de belastingdruk voor arbeid, zowel voor werknemers als voor werkgevers. Het verlagen van werkgevers-, en werknemerslasten schept ruimte voor het creëren van extra banen. Een eerlijker belastingstelsel voor inkomen en vermogen (zie hoofdstuk belastingstelsel): Koppel loon en winst. Voor ondernemingen is het gezond om een sterkere koppeling aan te brengen tussen de winst en de hoogste salarissen. De ChristenUnie wil daarom dat salarissen en bonussen hoger dan een ministersalaris niet langer aftrekbaar zijn van de winst . Daarmee wordt voorkomen dat de belastingbetaler indirect meebetaalt aan topsalarissen. Minder ruimte voor topinkomens met publiek geld. De Wet normering topinkomens helpt het Rijk om de salarissen in de (semi)publieke sector te reguleren. De ChristenUnie pleit ervoor deze wet te verbreden waardoor ook gemeenten en andere overheden regulerend kunnen handelen, bijvoorbeeld in hun subsidiebeleid.’

GroenLinks: + +

Verkiezingsprogramma GroenLinks:

Al dertig jaar wordt het verschil tussen arm en rijk groter. De lonen aan de top stijgen jaar op jaar, terwijl de lage en middeninkomens niet profiteren van de economische groei. Mensen met een uitkering of pensioen zijn stelselmatig op achterstand gezet. Veel te veel kinderen groeien op in armoede. De tegenstelling tussen belastingbetalende burgers en belastingontwijkende multinationals is onrechtvaardig en maatschappelijk onhoudbaar.

Al dertig jaar horen we dat het niet anders kan. Dat de wetten van de markt en internationale concurrentie ons dwingen tot bezuinigen, loonmatiging en belastingverlaging voor hoge inkomens en bedrijven. Dat we ons moeten neerleggen bij meer ongelijkheid en dat bankiers recht hebben op bonussen. Dat klopt niet en het deugt niet. We kunnen kiezen voor eerlijk delen en eerlijk bijdragen. GroenLinks wil de trend naar meer ongelijkheid keren. We laten arbeid weer van kapitaal winnen. Na een bankencrisis en jaren van toenemende winsten en lagere belastingen voor het bedrijfsleven is het tijd voor loonstijging voor werknemers. Belastingontwijking pakken we aan. Vermogen wordt eerlijk belast en mensen met schulden worden geholpen.’

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP:

  1. ‘Er moet met name meer geïnvesteerd worden in en dus geld komen voor defensie, veiligheid, onderwijs, gezinnen met kinderen en zorg.
  2. Er vindt een herwaardering plaats van onbetaalde arbeid. De kloof tussen een- en tweeverdieners wordt gedicht.
  3. Om de werkgelegenheid te stimuleren moeten de lasten op arbeid omlaag.
  4. De koopkracht moet evenwichtig verdeeld zijn tussen rijk en arm, oud en jong.
  5. Om de werkgelegenheid en de economische groei te stimuleren moeten de lasten voor ondernemers omlaag.
  6. Lagere lasten worden idealiter bereikt door echte lastenverlichting, maar mogen ook gefinancierd worden door lastenverschuiving. Lastenverschuiving kan onder andere door ongewenste zaken als niet duurzaam gedrag te beprijzen.
  7. Het plaatje moet financieel degelijk zijn, ofwel zonder tekorten en met afbouw van de staatsschuld.

Een rechtvaardig belastingstelsel staat of valt met de vraag: is datgene wat mensen van hun inkomen en vermogen af moeten dragen aan de staat eerlijk, ja of nee? Als het bestaansminimum niet langer beschermd wordt, is het antwoord klip en klaar ‘nee’. In veel gevallen is het antwoord op die vraag natuurlijk subjectief, maar als iemand die met zijn werk een modaal inkomen verdient van iedere verdiende euro extra de helft moet afdragen, dan is dat onrechtvaardig. Met name eenverdieners zijn in Nederland bar slecht af. In 2008 is begonnen met het zwaarder belasten van gezinnen waarvan maar één partner het geld verdient. Inmiddels komt het al voor dat bij exact hetzelfde gezinsinkomen, eenverdieners tot vijf keer meer belasting moeten betalen dan tweeverdieners. Dat bedrag kan oplopen tot maar liefst 10.000 euro per jaar. Deze oneerlijke fiscale discriminatie treft overigens ook huishoudens waarbij een van de partners niet eens de keus heeft om te gaan werken. Denk aan eenverdieners met een chronisch zieke of gehandicapte partner, of als een van de partners al lang zonder werk zit, of studeert, of met pensioen is gegaan, of de zorg op zich neemt voor een ziek kind. Heel wrang! Om deze redenen moet de fiscus weer uitgaan van de draagkracht van het gezin. Dat is wel zo eerlijk. Werken moet weer gaan lonen. En het belastingstelsel kan eenvoudiger.

  • De lasten op arbeid worden verlaagd door het introduceren van één laag, uniform basistarief en een toptarief: de zogenoemde sociale vlaktaks.
  • Het belastingstelsel moet weer gezinsvriendelijk worden. Gezinsdraagkracht wordt uitgangspunt van het belastingstelsel: gewoon beide inkomens bij elkaar optellen en delen door twee (splitsingsstelsel). Zowel het aantal volwassenen als het aantal kinderen weegt mee. Het aantal volwassenen wordt meegenomen via een draagkrachtkorting en het aantal kinderen via de ‘kindregelingen’.
  • Bij het bepalen van toeslagen wordt het netto besteedbaar inkomen uitgangspunt. Op deze manier wordt eventuele hoge belastingdruk meegenomen.
  • Voor tweeverdieners moet de kinderopvangtoeslag en de inkomensafhankelijke combinatiekorting worden beperkt. Daar staat een hogere kinderbijslag en draagkrachtkorting tegenover.
  • Private partijen worden meer bij goede doelen betrokken. De fiscale giftenaftrek is een belangrijk instrument voor het stimuleren van geefgedrag. De giftenaftrek wordt verhoogd door een vermenigvuldigingsfactor van respectievelijk 1,25 voor particulieren en 1,5 voor bedrijven. Deze multiplier geldt voor giften aan noodhulp, ontwikkelingshulp en kerken.
  • Expats die in Nederland werken en belastingplichtig zijn moeten geen loonsubsidie meer krijgen als niet duidelijk is dat zij specifieke benodigde expertise inbrengen.
  • Bij een inkomen boven de Balkenende-norm dient hun belastingvoordeel te vervallen.
  • Het Centraal Planbureau moet mantelzorg en vrijwilligerswerk niet langer slechts als vrijetijdsbesteding behandelen, maar positief waarderen in de doorrekeningen.
  • De vermogensrendementsheffing (box 3) wordt gebaseerd op daadwerkelijk behaald rendement. Daarnaast wordt het heffingsvrij vermogen verhoogd.’

23. Vergrijzing: ouderen en jongeren

VVD: 0

Verkiezingsprogramma VVD:

Daarnaast vinden wij het belangrijk dat zorg dicht bij huis wordt georganiseerd. Zo kunnen mensen snel en effectief worden behandeld door de huisarts, diëtist of medisch specialist. Het zorgt er ook voor dat ouderen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Zij moeten ervan uit kunnen gaan dat er iemand is die hen thuis komt helpen als dat nodig is. Of dit nu is met hulp uit de eigen omgeving of met ondersteuning vanuit de gemeente. Als het thuis echt niet meer gaat, verdienen mensen de beste zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen. Ook in verzorgings- en verpleeghuizen moet iedereen uit kunnen gaan van de beste zorg. Wij willen daarom dat de allerbeste verzorgings- en verpleeghuizen in Nederland voortaan de norm zijn en als voorbeeld dienen voor de rest. Een norm die verder gaat dan hygiënevoorschriften. Wij willen een norm waar oog is voor de kwaliteit van leven van bewoners, hun wensen en de indeling van hun dagelijks leven. Instellingen die deze norm langdurig niet halen, en dus slecht presteren, moeten worden gesloten. Mensen die in een instelling wonen, mogen zelf kiezen hoe zij hun leven leiden. Wij willen dat bewoners zelf kunnen kiezen wat ze ’s avonds eten, wanneer en hoe ze douchen en of ze meedoen met een spelmiddag. Om dat voor elkaar te krijgen, hebben we werk gemaakt van persoonsvolgende bekostiging. Dit zorgt er ook voor dat zorgverleners worden gestimuleerd om betere kwaliteit te leveren. Daarnaast biedt het ruimte aan kleinschalige zorg. Verzorging die helemaal is afgestemd op wat iemand nodig heeft. Wij willen blijven inzetten op het apart betalen van zowel wonen als zorg. Zo kun je huur betalen voor jouw woning en zelf kiezen wie de zorg levert. Wij zijn ontzettend trots op de mensen die zich iedere dag opnieuw inzetten als mantelzorger. Deze mensen zijn van onschatbare waarde. Gemeenten moeten daarom voortdurend aandacht hebben voor de mantelzorgers en hen ondersteunen wanneer dat nodig is. Wij vinden het niet eerlijk dat mensen die hun hele leven hard gespaard hebben, een hogere eigen bijdrage betalen voor hun zorg en ondersteuning dan mensen die niet hebben gespaard. Daarom willen wij de vermogensinkomensbijtelling verlagen.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA:

  • ‘Mantelzorgers zijn van onschatbare waarde. Zij verdienen daarvoor onze waardering en steun. Wij willen hun positie versterken door hen bij te staan. Wij willen hun werk verlichten met goede respijtzorg en mantelzorgverlof en actief wijzen op deze mogelijkheden.
  • De verbinding tussen de professionele en informele zorg moet veel groter worden, waarbij familieleden en mantelzorgers serieus betrokken worden door zorgprofessionals. Moderne communicatiemiddelen als e-consulten, telemonitoring en beeldbellen kunnen daarbij behulpzaam zijn. We willen speciale aandacht voor minderjarige kinderen die mantelzorgtaken uitvoeren: die moeten zoveel mogelijk worden ontlast en ondersteund.
  • We zetten ons in voor een dementievriendelijke samenleving. Mensen met dementie moeten altijd kunnen terugvallen op iemand die hen ondersteunt. Overheid en bedrijfsleven moeten rekening houden met hen en hun partners. Mensen krijgen ook in de langdurige zorg het recht om een eigen zorgplan op te stellen.
  • We willen dat er altijd voldoende medewerkers zijn om de zorg te geven die nodig is. Daarom willen wij een minimumnorm instellen voor het aantal zorgverleners. We stellen ook een overheadnorm in om ervoor te zorgen dat het beschikbare geld zoveel mogelijk aan zorg wordt besteed en niet aan bijzaken.
  • De beweging naar kleinschalige wooninitiatieven en coöperaties, ook voor mensen met een laag inkomen, willen wij versnellen. Hiertoe worden initiatieven met persoonsvolgende bekostiging doorgezet en behouden we de mogelijkheid om zorg zelf te organiseren via een pgb.
  • Goed bestuur is ook in de instellingszorg van groot belang. Om hier meer grip op te krijgen willen wij de wet aanscherpen. Falende zorgbestuurders en zorgondernemers mogen niet langer werkzaam zijn in de zorg.
  • Wij willen de toegankelijkheid voor mensen met een beperking maximaal maken. Wij voeren de ‘Agenda 22’ uit, het actieprogramma voor uitvoering van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. De gebarentaal erkennen we als officiële taal. Publieke en collectief gefinancierde instanties worden verplicht om alle informatie digitaal toegankelijk te hebben voor mensen die blind of slechtziend zijn. Dat geldt ook voor de beschikbaarheid van gebarentaal voor mensen die doof of ernstig slechthorend zijn.
  • Wij willen dat er nog meer woon-zorg-zones komen. Die stellen mensen in staat om zo lang mogelijk zelfstandig in hun eigen buurt of dorp te blijven wonen, dankzij veilige en toegankelijke routes, ondersteuning op maat en innovatieve toepassingen in woningen en openbare ruimten.
  • Wij willen jaarlijks duizenden woningen aanpassen, samen met woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen en gemeenten. Vanuit het nieuwe Rijksfonds voor het Wonen kunnen subsidies worden verstrekt.
  • Meer waardering voor de zorgverleners.
  • Wij willen zorginkopers houden aan sociale inkoopvoorwaarden. De arbeidsomstandigheden moeten daarin goed zijn geregeld en de zorgverleners moeten zoveel mogelijk in normale, vaste dienst werken.
  • Er mag wat ons betreft in de WMO geen concurrentie plaatsvinden op arbeidsvoorwaarden onder de cao-afspraken. Gemeenten worden verplicht om binnen deze afspraken zorg in te kopen.
  • Zorgprofessionals willen wij meer perspectief bieden op goed werk; minder bureaucratie, minder knellende protocollen, meer vakkennis en meer vertrouwen. Huisartsen en specialisten willen wij meer tijd per consult geven, zodat patiënten meer tijd krijgen om hun vragen te stellen.
  • Informatie over zorg en ondersteuning moet begrijpelijk zijn en er moet openheid zijn over de kwaliteit van zorgaanbieders.’

SP: 0

Verkiezingsprogramma SP:

Mensen die werken in de zorg moeten niet ten prooi vallen aan verplichte flexibilisering. Voor personeel dat met klachten zit over de kwaliteit van de zorg of de werkomstandigheden komt er een onafhankelijke klokkenluidersregeling. Intimidatie van werknemers in de zorg pakken we hard aan.

[…] Gemeentelijke zorg wordt versterkt, mensen die werken in de huishoudelijke verzorging verdienen een beter salaris. Om dat te garanderen maken we gebruik van de mogelijkheden van de wet Leijten/Kant over reële basistarieven in de WMO en gaan we een minimale zorgwaardering van FWG15 voor huishoudelijk verzorgenden wettelijk vastleggen. Geld dat gemeenten krijgen voor zorgtaken geven zij niet uit aan andere zaken.

[…] Mantelzorgers en vrijwilligers krijgen meer ondersteuning. Thuiszorg wordt ruimhartiger toegewezen en de respijtzorg wordt verruimd. We maken de bouw van mantelzorgwoningen op eigen erf mogelijk en laten mantelzorg zwaar meetellen bij de toewijzing van een woning. Ook wordt het voor mantelzorgers mogelijk zorgverlof op te nemen.’

De SP lanceerde een nationaal zorgplan.

CDA: 0

Verkiezingsprogramma CDA: ‘Ondanks alle bezuinigingen blijven de kosten in de zorg de komende jaren verder stijgen. Dat heeft te maken met de vergrijzing, maar ook met de kosten voor nieuwe medische behandelingen en medicijnen. Goede ouderenzorg is voor ons een kwestie van beschaving. Het gaat om liefdevolle en waardevolle zorg, die veelal op kleine schaal kan worden georganiseerd. Wij willen dat er voor ouderen voldoende aandacht is, ook voor gesprekken rond levensvragen en zingeving en het naderende levenseinde.’

De vraag of het CDA de lasten wil laten dragen door de jongeren.

PVV: 0

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Terugdraaien bezuinigingen thuiszorg, ouderenzorg, méér handen aan het bed.’

De PVV spreekt echter niet over jongeren, die deze lasten zouden kunnen dragen, noch over de betaalbaarheid van deze plannen.

D66: +

Verkiezingsprogramma D66: ‘Wij hebben in Nederland een rijk sociaal net van onderlinge verbondenheid. In onder meer sociale zekerheid en pensioen. Nederland kent in vergelijking met andere landen een hoge levensverwachting, goede gezondheid en zorg, weinig armoede en hoge sociale mobiliteit. Deze successen moeten we koesteren. Want deze verbondenheid staat tegelijker tijd onder druk als gevolg van oplopende zorgkosten, vergrijzing, verschillen in levensverwachting, afgenomen economische groei en een uitdagende verhouding in aantallen werkenden versus niet-werkenden. Doordat we door een betere zorg langer thuis wonen, verandert ook het karakter van het verpleeghuis. We verblijven daar steeds korter, met complexere problemen en een intensieve zorgbehoefte. Het ver pleeg huis wordt daardoor steeds meer het verlengstuk van het ziekenhuis en is tegelijk voor velen het laatste thuis. Met al die veranderingen moeten we blijven zorgen dat zorg en verblijf zoveel mogelijk op maat van de cliënt zijn. Intimiteit en seksualiteit is bijvoorbeeld belangrijk, de behoefte hieraan verdwijnt niet als je gehandicapt bent of in een verpleeghuis woont. Toch zijn deze instellingen nog slecht ingericht op deze behoeften en is er onvoldoende privacy. Wij zien dat mensen zich zorgen maken over de kwaliteit van deze zorg en de aansluiting van verpleeghuizen bij deze nieuwe eisen. Persoonsvolgende bekostiging zou meer maat werk kunnen bevorderen. De komende kabinetsperiode wil D66 dat er transparantie komt over kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Met de resultaten hiervan kan een volgend kabinet dan aan de slag. Van gemeenten vragen wij nu al aandacht voor de bouw van levens loop bestendige woningen en het gebrek aan ouderenwoningen. Vooral voor de groeiende groep ouderen is dit belangrijk, en voor degenen die hen als mantelzorger bijstaan. We zullen brede zorg moeten concentreren in de buurt, voor patiënten en ter ondersteuning van mantelzorgers.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie:

Eenzaamheid was en is een groot probleem in onze samenleving. Vooral onder ouderen komt veel eenzaamheid voor. Eenzaamheid kun je niet met geld bestrijden, in ieder geval niet alleen met geld. Daar is meer voor nodig. Het organiseren van zorg en ondersteuning dicht bij mensen biedt meer mogelijkheden om eenzaamheid te signaleren. Van mensen wordt verwacht dat zij zich voorbereiden op hun ouderdom. Verpleeghuiszorg gaat veelal over zorg aan het einde van een mensenleven. Een periode in het leven waarin niet meer de mogelijkheden, maar de beperkingen overheersen. Die situaties zijn niet altijd te voorkomen, maar onze ouderen, onze vaders en moeders, blijven hoe dan ook onze geliefden. Zij mogen aanspraak maken op goede zorg, op respect en op oog voor hun waardigheid, zeker in hun laatste levensjaren. Iedere dag weer wordt met hart en ziel gewerkt door duizenden medewerkers in de verpleeghuiszorg om mensen in de laatste jaren van hun leven goede zorg en een fijne woonomgeving te bieden. De zorg in verpleeghuizen kan verder verbeteren door deze zorgprofessionals vertrouwen terug te geven. Samen met cliënten en mantelzorgers bepalen zij wat de beste zorg is. De ChristenUnie wil de ouderenzorg in verpleeghuizen normaliseren. Een verpleeghuis moet als thuis zijn, waarbij ouderen en hun naasten zoveel mogelijk regie over hun zorg houden. Dit betekent dat we de wetgeving voor zorg voor mensen thuis en in verpleeghuizen zoveel mogelijk op elkaar laten aansluiten. Mensen wonen immers niet in wetten, maar worden wel door wetten gedwongen hun zorg op een bepaalde manier te organiseren. Door het scheiden van wonen en zorg en door behandelingen (bijvoorbeeld fysiotherapie) die niet specifiek met verpleeghuiszorg samenhangen onder de Zorgverzekeringswet te brengen, krijgen mensen betere zorg, ontstaan lokaal netwerken van zorgprofessionals en worden de kosten beheersbaar, waarbij de eigen bijdrage mogelijk zelfs omlaag kan. Samenhangend netwerk van zorg. De algemene behandelingen aan mensen in verpleeghuizen (bijvoorbeeld fysiotherapie) worden onder de Zorgverzekeringswet gebracht, zodat lokaal een samenhangend netwerk van zorgaanbieders ontstaat. Geen zorggeld naar stenen. Op termijn wordt in de ouderenzorg scheiden van wonen en zorg doorgevoerd. Specifieke groepen (bijvoorbeeld als een partner nog thuis woont) worden hiervoor gecompenseerd. Er komen meer casemanagers dementie, om mensen met dementie en hun naasten te begeleiden tijdens het ziekteproces. Zorgverzekeraars houden bij hun inkoopbeleid rekening met de zorgstandaard dementie. Geestelijke verzorging blijft een essentieel onderdeel van verpleeghuiszorg en zorgnetwerken. Het sluiten van verzorgingshuizen op het platteland wordt zoveel mogelijk voorkomen. Behoud van tehuizen is belangrijk voor behoud van sociale netwerken en ook voor de leefbaarheid. Mensen moeten kunnen sterven op de plek die zij wensen, of dat nu in een ziekenhuis of verpleeghuis, in een hospice of thuis is. De financiering van hospices en palliatieve zorg wordt deugdelijk geregeld. De deskundigheid op het gebied van palliatieve zorg wordt verder verbeterd. Geestelijke zorg is een onmisbaar onderdeel van palliatieve zorg.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘We investeren in de zorg voor ouderen en gehandicapten en de ondersteuning van mantelzorgers. Op buurtniveau wordt de samenwerking tussen huisartsen, wijkverpleging en ouderenzorg verbeterd.

[…] Om de solidariteit tussen ziek en gezond en tussen oud en jong in de zorg te herstellen, roepen we de wildgroei aan zorgpolissen een halt toe. Er komen transparante verzekeringspolissen met een breed basispakket. Het aantal polissen wordt beperkt tot één naturapolis en één restitutiepolis per verzekeraar. Collectieve verzekeringen via werkgevers of maatschappelijke organisaties worden alleen toegestaan wanneer deze aantoonbaar gericht zijn op gezondheidswinst of betere kwaliteit van zorg. Om de solidariteit tussen arm en rijk te vergroten worden de zorgkosten gedeeld via progressieve belastingen. Het eigen risico wordt afgeschaft. De nominale premie voor de ziektekostenverzekering gaat fors omlaag.

[…] Voorkomen van ziekte en ongezondheid is belangrijk. Er komen wijk- en doelgroepgerichte preventieprogramma’s. Zorgverzekeraars en gemeenten moeten samenwerken met bewoners om dit te stimuleren. Er komen wettelijke normen voor het maximale gehalte aan zout, suiker en vet in producten als de huidige convenanten niet tot een gezonder productaanbod leiden.

[…] We zorgen voor meer eigen regie in de zorg. De vrijeartsenkeuze blijft behouden. Het persoonsgebonden budget (PGB) wordt ook mogelijk in de Zorgverzekeringswet. Er komt een integraal PGB voor mensen die ondersteuning krijgen bij zorg, participatie, scholing en wonen.

[…] Verspilling in de zorg wordt tegengegaan. Bij de inkoop en bekostiging van zorg moet het accent gelegd worden op preventie en verwachte gezondheidswinst, in plaats van de financiering van het aantal behandelingen.’

SGP: 0

Verkiezingsprogramma SGP: ‘Mensen die zijn aangewezen op langdurige zorg moeten het hebben van een goede samenwerking tussen de zorgmedewerkers, mantelzorgers, familie en vrijwilligers. De zorg voor deze oudere mensen en mensen met een chronische ziekte, dient van topkwaliteit te zijn. Daarbij zijn keuzevrijheid en eigen regie opnieuw een belangrijk uitgangspunt.

  • Extra geld is nodig voor de directe zorg aan mensen die langdurig gebruik maken van zorg. Dat geld moet een impuls geven aan de kwaliteit van deze langdurige zorg.
  • Het persoonsvolgend budget komt in plaats van de inkoopafspraken van het zorgkantoor. Hiermee kunnen alle mensen die levenslang en levensbreed zorg en ondersteuning nodig hebben, een zorgaanbieder kiezen die helemaal bij hen past. Ook kan de zorg daarmee helemaal afgestemd worden op de eigen wensen, behoeften en persoonlijke omstandigheden. Dankzij het persoonsvolgend budget lopen mensen niet meer het risico dat ze terecht komen bij een aanbieder die niet bij hen past, omdat de zorgverzekeraar te weinig zorg heeft ingekocht bij de gewenste zorgaanbieder. In tegenstelling tot een persoonsgebonden budget hoeven mensen zich niet bezig te houden met de zorgadministratie. Verzekeraars en de inspectie blijven wel controleren of de zorg van goede kwaliteit is.
  • Dankzij het persoonsvolgend budget kunnen kwalitatief goede zorgaanbieders groeien en worden minder goede aanbieders gestimuleerd om nu eens écht te gaan luisteren naar de wensen van mensen. Om zorgaanbieders voldoende tijd te geven om zich op de nieuwe manier van bekostigen voor te bereiden, wordt een ‘ingroeimodel’ van vier jaar gehanteerd. De introductie van het persoonsvolgende budget moet samen opgaan met een forse vermindering van de administratieve lasten.
  • Het persoonsgebonden budget voor mensen die langdurig op zorg zijn aangewezen, verdient op een zo kort mogelijke termijn versterking. De administratieve lasten voor de budgethouders dienen drastisch te dalen. Zorgverzekeraars leggen geen overbodige regels meer op die niets toevoegen aan de kwaliteit van de zorg.’

24. Culturele ontplooiing

VVD: 0

Verkiezingsprogramma VVD:

Cultuur is van en voor onze samenleving. Het moet daarom aantrekkelijk zijn om hierin te investeren. Het is van belang dat de overheid zich zo neutraal mogelijk opstelt ten opzichte van cultuur en de samenleving ruimte geeft om te bepalen wat wel en niet een kans verdient. De Geefwet met gunstige belastingregels voor culturele instellingen moet dan ook worden voortgezet. Wij willen subsidies zo inzetten dat met dezelfde hoeveelheid geld meer cultuur tot stand kan komen. Bij het bepalen van de hoogte van de subsidie moet daarom mee worden genomen of een instelling over veel eigen financiële middelen beschikt en hier ook in de toekomst over zal blijven beschikken. Bijvoorbeeld doordat een instelling door de jaren heen zeer veel bezoekers aantrekt. In die gevallen kan een lagere subsidie worden toegekend, zodat er meer cultuurgeld beschikbaar is voor andere culturele instellingen. Kunst hoort zo veel mogelijk te worden tentoongesteld. Daarom willen we drempels wegnemen, zodat onze rijke collectie meer zichtbaar wordt voor alle Nederlanders. Dat kan onder andere worden bereikt door als overheid garant te staan wanneer musea tijdelijk stukken uit een buitenlandse of privécollectie willen tentoonstellen. De hoge kosten van verzekeringen vallen op die manier weg. Daarnaast kunnen musea meer worden gestimuleerd om hun collectie, met name het deel dat zich nu in depots bevindt, te delen met andere musea. Wij willen dat het cultuuraanbod verspreid wordt over heel Nederland. Bij de verdeling van het geld willen we dan ook dat de Raad voor Cultuur meer rekening houdt met de balans tussen verschillende regio’s, zonder de kwaliteit uit het oog te verliezen. Dit doet recht aan de regionale culturele identiteit. Daarnaast willen wij dat cultuurinstellingen meer samenwerking zoeken met onderwijsinstellingen om cultuuronderwijs vorm te geven. In de financiering van het cultuuronderwijs willen wij dat de onderwijsinstellingen leidend zijn in plaats van cultuurinstellingen.’

PvdA: + +

Verkiezingsprogramma PvdA:

  • ‘Wij willen investeren in talentontwikkeling en makers. Goed werkgeverschap is een voorwaarde voor subsidie. Er komt meer ondersteuning voor nieuw talent en carrièrepaden in de culturele sector. Arbeidsvoorwaarden worden verbeterd en lonen groeien mee met andere sectoren. Ook in de kunst en cultuursector komen er collectief onderhandelde minimumtarieven voor zzp’ers (zie ook hst. 5)
  • Wij willen dat alle scholieren kunnen deelnemen aan cultuureducatie. Nu doet 70 procent van de basisscholen mee aan het programma ‘Cultuureducatie met kwaliteit’, en 90 procent van de mbo’ers heeft sinds kort een cultuurkaart. Dat moet naar 100 procent. We investeren in cultuureducatie op middelbare scholen; waarbij het vmbo de meest prioriteit krijgt omdat daar de grootse slag gemaakt moet worden.
  • Wij willen meer geld uittrekken voor muziekonderwijs. Cultuur nemen we volwaardig op in het curriculum, zodat het ook een plek krijgt bij vakken als taal, rekenen en geschiedenis.
  • De vormgeving van het publieke stelsel voor kunst en cultuur verdient versterking en heroverweging. Wij willen dat de landelijke basisinfrastructuur, de landelijke fondsen en het lokale en regionale beleid beter op elkaar worden afgestemd. Stedelijke regio’s dagen we uit om samen te werken (zoals bijvoorbeeld in ‘We the North’ van de drie noordelijke provincies). Wij willen dat landelijk beleid een goede lokale en regionale afstemming ondersteunt en beloont. Spreiding en toegankelijkheid gaan hier hand in hand. De kunstvakopleidingen spelen hierbij een belangrijke rol. Wij waarborgen de regionale spreiding ook door meer te investeren in de regionale kunst en cultuurinstellingen en -initiatieven.
  • Wij willen dat culturele instellingen nieuw en een meer divers publiek zoeken en werk maken van meer diversiteit bij de makers en bestuurders. Instellingen moeten de code culturele diversiteit actief hanteren.
  • Wij geven prioriteit aan festivals en andere initiatieven om nieuw publiek buiten de traditionele kaders te bereiken.
  • Wij willen popmuziek nadrukkelijk behandelen als zelfstandige kunstvorm in het cultuurbeleid; de in de huidige kabinetsperiode ingezette weg zetten we door. Op het gebied van pop, urban en dance muziek kent ons land aansprekende internationale successen. Meer aandacht voor de breedte van de popmuziek en de ontwikkeling van talent en nieuwe aanwas voor de top is nodig om nieuwe nationale en internationale successen te kunnen vieren. Hiervoor reserveren we extra middelen. De slechte arbeidsmarktpositie van artiesten is ook een belangrijk aandachtspunt. We willen jonge makers beter voorlichten welke (auteurs)rechten ze hebben om ze daarmee weerbaar te maken tegen de exploitanten van hun kunst.
  • We stimuleren dat festivals en podia de duurzaamheid van hun bedrijfsvoering gaan verbeteren en onderling die kennis daarover gaan delen.
  • Wij willen de creatieve industrie stimuleren als innovatieve kracht bij het bedenken en ontwikkelen van nieuwe concepten en technieken voor o.m. duurzaamheid, stedelijke ontwikkeling en gezondheidszorg. Zo ontwikkelen modeontwerpers materialen die als ‘tweede huid’ in de gezondheidszorg worden gebruikt voor mensen met brandwonden. Een goede koppeling met onderwijs en onderzoek is cruciaal.
  • Met de recente Erfgoedwet is een belangrijke stap gezet naar bescherming van ons culturele erfgoed. Wij willen voortgaan met de opbouw van de nationale collectie (beschermd erfgoed van nationale betekenis). De opleidings- en onderzoeksfunctie van o.m. musea wordt ersterkt. Digitalisering heeft prioriteit om materiaal te beschermen en toegankelijkheid te bevorderen.
  • Bibliotheken zijn veel meer dan alleen een plek met boeken; het zijn ontmoetingsplekken en cultuurplaatsen. Wij willen bibliotheken stimuleren om samen te werken met anderen (scholen, zorginstellingen, cultuur) met als doel het lezen voor iedereen makkelijk toegankelijk te maken. We onderstrepen hiermee de sociale functie van de bibliotheek. Gemeenten mogen bibliotheken niet sluiten zonder overleg met buurtgemeenten, om afwenteling te voorkomen. We stellen buurt- en dorpsbewoners in staat om bij een dreigende sluiting naar andere vormen van behoud te zoeken, bijvoorbeeld in coöperatief verband. We stimuleren verder digitaal leenverkeer als aanvulling van de fysieke bibliotheken en
  • programma’s die leesplezier en taalbevordering bevorderen bij gezinnen waar lezen niet gewoon is.
  • Kunst en cultuur dragen bij aan de onderlinge verbondenheid en weerbaarheid van de samenleving. Om dit kracht bij te zetten willen wij jaarlijks 100 miljoen extra investeren in kunst en cultuur.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP:

  1. ‘De BTW op kunst en cultuur wordt verlaagd naar zes procent.
  2. Gesubsidieerde musea horen minstens één dag per week gratis toegankelijk te zijn. We onderzoeken de mogelijkheden van een herstart van het Nationaal Historisch Museum.
  3. Nederlandse muzikanten dienen een eerlijke kans te krijgen om met muziek maken de kost te verdienen. Concertbezoekers gaan we wettelijk beschermen tegen het opdrijven van de prijzen van tickets voor concerten en evenementen.
  4. Beroepskunstenaars krijgen een eerlijke kans om met hun eigen werk een fatsoenlijk inkomen te verdienen. We hechten waarde aan talentontwikkeling van kunstenaars. Daarom gaan we zorgvuldig om met kunstvakonderwijs en met de postacademische instellingen. De creatieve sector verdient een plaats in het innovatiebeleid. De overheid vervult een voorbeeldfunctie in cultureel opdrachtgeverschap.
  5. Bibliotheken zijn niet alleen kenniscentra en culturele schatkamers voor jong en oud, maar ook ontmoetingsplaatsen voor de inwoners van wijken en dorpen. Ze verdienen daarom blijvende steun van de overheid.
  6. Muziekscholen en fanfares, zangkoren en toneelclubs, poppodia, ateliers voor beeldende kunst en andere kleinschalige creatieve centra zijn de basis voor een breed cultureel leven. De overheid erkent daarom haar verantwoordelijkheid om dit culturele leven levendig te houden en waar nodig beter te ondersteunen.
  7. Cultuureducatie in het onderwijs is van groot belang. Jong geleerd is oud gedaan. De cultuurkaart verdient daarom ondersteuning.
  8. De Nederlandse film en de Nederlandse popmuziek dienen te worden gestimuleerd. Ook nieuwe media zien we als kansrijke nieuwe mogelijkheden voor kunstenaars.
  9. Er komt een einde aan het op grote schaal inkopen en tegen woekerprijzen doorverkopen van concert- en festivalkaarten. Samen met de organisatoren wordt gekeken naar verbeteringen van de kaartverkoop.
  10. We gaan zuinig om met de orkesten. Het Metropole Orkest willen we behouden en ook de diversiteit in orkesten in verschillende provincies vinden we waardevol.
  11. Archeologie is een publieke taak. We gaan zuinig om met onze monumenten.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA:

Kunst en cultuur geven kleur aan de samenleving en dragen bij aan saamhorigheid en identiteit in een rijk en gevarieerd verenigingsleven. Kunst en cultuur bieden ontspanning, en laten ons kennismaken met onbekende werelden en andere tijden. Net als in de sport kiezen we voor een goede balans tussen amateurs en professionals, tussen de lokale fanfare en de topmusici van het Koninklijk Concertgebouworkest, tussen de regionale herkenbaarheid van het streekmuseum en de internationale faam van de Rijksmusea. Wij willen dat overal in Nederland een volwaardig cultureel aanbod bestaat, met ruimte voor regionale differentiatie. In Limburg kan de harmonie de aanjager zijn; in Groningen kan dat het Noorderslagfestival zijn. Op gemeentelijk niveau is het van belang dat laagdrempelige voorzieningen als de muziekschool en de bibliotheek beschikbaar blijven, juist ook voor ouderen en mensen die minder gebruik maken van andere culturele voorzieningen. Wij bepleiten daarom een betere spreiding van de cultuurmiddelen. Het behoud van cultureel erfgoed is voor ons van groot belang om waardevolle monumenten, kerken, maar ook kunstwerken, archieven, documenten en boeken voor komende generaties te bewaren. Sport en cultuur zijn belangrijk voor ieder kind. Sport is gezond, zeker voor kinderen die worstelen met een ongezonde levensstijl of overgewicht. Cultuur stimuleert de algemene en leerontwikkeling van kinderen. Daarom vinden wij het belangrijk dat ieder kind kan sporten of zich kan ontwikkelen via muziek, toneel of andere culturele vorming. Om de toegang tot sport en cultuur voor ieder kind mogelijk te maken, moet er in iedere gemeente een jeugdsport- of jeugdcultuurfonds in het leven worden geroepen. Zij kunnen ouders voor wie het lidmaatschap te duur is gericht ondersteunen.’

PVV: – –

Verkiezingsprogramma PVV: ‘Geen geld meer naar ontwikkelingshulp, windmolens, kunst, innovatie, omroep enz.’

D66: + +

Verkiezingsprogramma D66:

De overheid heeft hierin een belangrijke rol. Allereerst door te zorgen dat iedereen, maar vooral onze kinderen, gelegenheid krijgt om kennis te maken met kunst en cultuur. Geen kind verlaat wat ons betreft de middelbare school zonder het Rijksmuseum te hebben bezocht. Degenen die bijzondere creatieve talenten krijgen hebben de kans deze te ontplooien. We zorgen dat er een gevarieerd aanbod van kunst en cultuur is – van klassiek tot vernieuwend. Dit aanbod maken we toegankelijk voor iedereen, ongeacht inkomen, leeftijd, culturele achtergrond en woonplaats. Ten slotte moet de overheid zorgen dat kunst en cultuur toekomstbestendig zijn, door onze monumenten, kunst schatten, archieven en archeologische vondsten te bewaren voor de generaties na ons. De laatste twee kabinetten hebben afgerekend met cultuur. Het rijk en gemeenten en provincies bezuinigden elk bijna een kwart op hun budget. Dat is niet zonder gevolgen gebleven. Van de instellingen die sinds 2013 geen structurele rijkssubsidie meer ontvangen is de helft gestopt. Voor het overgrote deel gaat het om instellingen in de podiumkunsten. Musea, theaters en productiehuizen teren veelal in op eigen vermogens. Er zijn zo’n twintigduizend banen verloren gegaan en door beperkte loonstijging hebben de mensen die nog wel een baan hebben ook meebetaald. Er is niet alleen in het vet gesneden, het mes is te vaak tot het bot gegaan. D66 wil daarom gericht investeren in het herstel van cultuur. Daarbij houden we het versterkte ondernemerschap en de verwerving van steun van publiek uiteraard vast. D66 wil dat het komend kabinet investeert in cultuur. Kinderen moeten van jongs af aan in aanraking komen met kunst en cultuur. De school maakt kunst en cultuur toegankelijk, ook voor leerlingen die dat niet van huis uit meekrijgen. Cultuuronderwijs moet dan ook een vast onderdeel zijn van de les programma’s in het lager en middelbaar onderwijs. We streven er daarbij naar om cultuur te integreren in de volle breedte van het onderwijs. Zo kan een biologieklas naar een natuurmuseum gaan, of een filosofieklas een bezoek brengen aan het theater. Cultuuronderwijs is niet alleen leuk en inspirerend, maar het zorgt ook voor historisch besef en draagt bij aan de vorming van een eigen identiteit. Zo kan een schilderij of voorwerp een verhaal vertellen over het verleden en tegelijkertijd de verschillen en overeenkomsten met het heden laten zien. Kunstvakken, zoals theater, muziek en beeldende vorming, kunnen een creatieve geest stimuleren. Nieuwsgierigheid, iets op verschillende manier bekijken en leren beschrijven en het probleemoplossend vermogen worden door cultuuronderwijs gestimuleerd. Daarmee levert cultuureducatie een essentiële bijdrage aan de ontwikkeling van de creatieve vaardigheden van kinderen, vaardigheden waar ze nog een leven lang profijt van kunnen hebben. Het budget voor cultuureducatie, bijvoorbeeld voor het programma ‘cultuureducatie met kwaliteit’, wordt verhoogd en ook toegankelijk gemaakt voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroeps onderwijs. D66 wil gericht investeren in kwaliteit met internationale uitstraling, zoals toporkesten en beeldbepalende toneel- en dansgezelschappen. Daarbij is ook ruimte voor samenwerking tussen de kunstvormen wat nu dikwijls tussen wal en schip valt. Deze investering geldt ook voor zogenaamde ‘moeilijke producten’ en kwetsbare vernieuwende cultuuruitingen. Met deze investering bouwen we de kwaliteit uit en dragen we deze uit in binnen- en buitenland. Daarnaast investeren we gericht in voorzieningen voor talentontwikkeling zoals productiehuizen en beurzen voor kunstenaars, architecten en ontwerpers. D66 vindt het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot het gesubsidieerd culturele aanbod. Dus ook jonge mensen en nieuwe Nederlanders. Dat vraagt vindingrijkheid en initiatief van culturele instellingen. De overheid moet dat stimuleren door meer waardering en financiële ruimte te geven voor brede festivals en genres die buiten de traditionele kunstuitingen vallen. En door ruimte te bieden voor experimenten met nieuwe vormen van presentatie en manieren om het publiek te bereiken.’

ChristenUnie: + +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie:

De ChristenUnie vindt het belangrijk dat kinderen en jongeren met kunst en cultuur in aanraking komen. Door beoefening van de amateurkunsten ontdekken en ontplooien zij hun creatieve talenten. Cultuureducatie is een belangrijk onderdeel van hun vorming en verdient een plek in het onderwijs. Het is belangrijk dat er voor jongeren een toegankelijk aanbod van kunst en cultuur is. De culturele sector heeft zich de afgelopen jaren – na eerdere bezuinigingen – min of meer hersteld. Culturele instellingen zijn meer op de samenleving gericht en tegelijkertijd minder afhankelijk van subsidies. Daarbij is het ambitieniveau van de sector hoog gebleven. Tegelijkertijd zien we dat er veel zzp-ers tegen zeer lage tarieven werken, dat talentontwikkeling onder druk staat, en dat een verschraling van het culturele aanbod dreigt. De overheid stelt 100 miljoen euro beschikbaar om het noodzakelijke onderhoud aan Rijksmonumenten te realiseren en herbestemming mogelijk te maken, waarbij in het bijzonder aandacht is voor het kerkelijk erfgoed. Ook onze jongste geschiedenis krijgt een plek in het erfgoedbeleid, bijvoorbeeld door het aanwijzen van naoorlogs monumenten.

Digitalisering kan helpen om het erfgoed voor iedereen toegankelijk te maken en bewaren voor toekomstige generaties. Alle kinderen krijgen cultuureducatie . Scholen bepalen zelf op welke wijze zij hier invulling aan geven. Ieder kind verdient een brede toegang tot cultuur met mogelijkheden om zich ook buiten schooltijden verder te ontwikkelen op het creatieve pad. Daarbij is in het bijzonder aandacht voor kinderen uit gezinnen met een lagere sociaaleconomische status. De extra middelen voor armoedebeleid worden hier mede voor benut. Talentontwikkeling vormt de basis van het culturele klimaat . Creatieve broedplekken zoals culturele podia, het kunstvakonderwijs en postacademische instellingen zijn daar belangrijk voor. Getalenteerde kunstenaars verdienen een kans een beroepspraktijk op te bouwen. De overheid kan dit ondersteunen met financieringsvormen zoals garantieregelingen of revolverende fondsen. De overheidssubsidies voor culturele instellingen worden eerlijker over het land verdeeld. Van de 70% die nu naar de drie Randstadprovincies gaat, wordt een deel overgeheveld naar andere regio’s. Het fiscaal stimuleren van giften (Geefwet) voor de culturele sector en het lage BTW tarief blijven gehandhaafd.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks: ‘Er komt meer geld voor talentontwikkeling, cultuur, kunst en het behoud van erfgoed. Kinderen hebben recht op cultuur. Zij moeten daar al vroeg kennis kunnen maken via kunst-, cultuur- en muziekonderwijs, beeldende vorming en media-educatie. Kinderen leren informatie te zoeken, te filteren en kritisch te bekijken.’

SGP: –

Verkiezingsprogramma SGP:

Kunst en cultuur zijn uiterst waardevol voor een samenleving. Het tilt uit boven het alledaagse en kan mensen aan het denken zetten. Ook kan het mensen meer inzicht geven in de geschiedenis en hoe mensen in het verleden dachten en leefden. Maar het maken en genieten van kunst is toch allereerst een zaak van degenen die er hun levenswerk van maken en ervan genieten.

[…] Nederland wordt internationaal geroemd om de rijkdom van haar historisch erfgoed. Die nalatenschap van de geslachten is echter erg kwetsbaar. De overheid draagt daarom een bijzondere verantwoordelijkheid om dat erfgoed in stand te houden en toegankelijk te maken voor het publiek.

  • Voor het onderhoud van particuliere monumenten als woonhuizen moet een ruimhartige fiscale aftrek beschikbaar blijven.
  • Speciale aandacht moet uitgaan naar grote monumenten, zoals monumentale kerken.
  • De overheid moet Rijksmonumenten die bepalend zijn voor het gezicht van een stad of dorp, zoals vesting Naarden, niet afstoten.
  • De toegankelijkheid van musea moet gewaarborgd zijn.
  • Bij het verstrekken van subsidies wordt aandacht worden besteed aan de toegankelijkheid voor het publiek en het enthousiasmeren van jongeren.
  • De subsidieregeling voor onderhoud van monumenten dient meer recht te doen aan de behoefte van zowel grote als kleine kerkgebouwen, onder meer door verhoging van het budget.
  • Monumenteigenaren moeten in geval van herbestemming of verduurzaming ook bij het Nationaal Restauratiefonds aan kunnen kloppen voor een lening.

[…] Voor het bevorderen van cultuur is de relatie met het onderwijs heel belangrijk. Het gezegde ‘jong geleerd, oud gedaan’ zegt genoeg, en dat geldt wel heel in het bijzonder voor het gebruik van de Nederlandse taal en cultuur.

  • De inspectie ziet toe op de verplichting dat hoger onderwijs in beginsel in het Nederlands wordt gegeven.
  • Grote aantallen Nederlanders kampen met laaggeletterdheid. De overheid moet daarom voortvarend de helpende hand bieden aan initiatieven die daar wat aan doen.
  • In de Bibliotheekwet wordt de bijzondere zorg voor de Nederlandse taal en literatuur verankerd.
  • Kleine gemeenten en landelijke gebieden moeten ondersteund worden om uitleenpunten voor boeken te organiseren. Deze uitleenpunten moeten daarom aangesloten kunnen worden op het leenverkeer tussen bibliotheken.
  • Bij de herziening van het onderwijsprogramma moet recht gedaan worden aan de exclusieve status van de Nederlandse taal.

25. Deugdelijk onderwijs

VVD: +

Verkiezingsprogramma VVD:

Nederland zit vol met slimme, creatieve en goed opgeleide mensen. Dat komt door ons onderwijs, dat tot de top van de wereld behoort. Het onderwijs vormt onze kinderen, laat ze opgroeien in een veilige omgeving en bereidt ze voor op hun toekomst. Om de kwaliteit van het onderwijs hoog te houden, moet het meebewegen met ontwikkelingen in de samenleving. Volgende generaties mogen dat van ons verwachten. Dat is niet makkelijk, want niemand weet precies wat de toekomst ons brengt. Technologieën veranderen continu en de manier waarop we samenwerken ook. Bovendien zullen veel beroepen veranderen, banen verdwijnen en nieuwe banen erbij komen. Het is van belang dat onze kennis en vaardigheden goed blijven aansluiten op al deze veranderingen. Om ervoor te zorgen dat we allemaal goed zijn voorbereid op de toekomst, moet de voorbereiding op die nieuwe ontwikkelingen vandaag al beginnen.’

PvdA: +

Verkiezingsprogramma PvdA:

Onderwijs is de sleutel tot persoonlijke ontwikkeling maar ook tot voorspoed en welzijn van de samenleving als geheel. Om de Nederlandse economie mondiaal concurrerend te laten blijven, willen wij dat ons land uiterlijk over tien jaar de best opgeleide beroepsbevolking ter wereld heeft (zie ook hst. 4). Dit stelt hoge eisen aan de kwaliteit van ons onderwijs, op ieder niveau en in het bijzonder in het beroepsonderwijs. Wij willen daarom miljarden extra investeren in onderwijs. Tegelijkertijd zetten wij ons in voor meer invloed van ouders, leerlingen, studenten en docenten op onderwijsinstellingen, en voor het streven naar toegankelijkheid en gelijke kansen. In de afgelopen kabinetsperiode is al veel extra geld beschikbaar gekomen voor onderwijs en dat willen wij graag voortzetten.

Onderwijs is een cruciale waarde in de vormende jaren van kinderen en jongeren. Zij leren stap voor stap de wereld kennen en kunnen in deze periode het gemakkelijkst en gretigst nieuwe dingen leren. Zij moeten in die jaren alle kansen krijgen om zich kennis en vaardigheden eigen te maken, en hun persoonlijkheid, hun wereldbeeld en hun interesses te vormen. Een gunstige, inspirerende start blijft een leven lang doorwerken. Ouders en verzorgers hebben hierin een grote verantwoordelijkheid, en daarnaast is het onderwijs van onschatbare waarde. Het ene kind ontwikkelt zich sneller dan het andere, doordat talenten uiteenlopen maar ook doordat de sociaaleconomische achtergrond per kind verschilt. In het gehele onderwijs moeten we dan ook de hindernissen wegnemen voor kinderen die met een achterstand beginnen, en recht doen aan ‘laatbloeiers’ die in een ander tempo leren dan gemiddeld. Behalve kennisoverdracht en cognitieve ontwikkeling moeten ook persoonlijke, sociaal-emotionele ontplooiing en burgerschap deel uitmaken van het onderwijs. Dit vereist uitstekend onderwijs voor iedereen, juist ook voor kinderen die van huis uit minder meekrijgen, en juist ook in de meest kwetsbare wijken. Zo draagt het onderwijs bij aan de vorming van zelfstandige en autonome burgers die volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. Er is een stevige investering in het vak van leraar en docent noodzakelijk om het beste onderwijs mogelijk te maken. Wij willen dat leerkrachten meer ruimte en tijd geven om les te geven vanuit hun professionaliteit en passie, en ook meer waardering en een betere beloning. Goed onderwijs vergt ook functionele en aantrekkelijke onderwijsgebouwen, waar leerlingen zich thuis voelen en gestimuleerd worden. Wij zijn ons bewust van de grenzen van wat het onderwijs kan bereiken. Kinderen worden niet alleen gevormd door de school maar ook door wat ze van huis uit meekrijgen aan algemene vorming, structuur, stimulansen en huiswerkbegeleiding. De grote verschillen in thuissituatie kan het onderwijs slechts voor een deel compenseren. Maar daarom is het des te dringender om alles wat gelijke kansen bevordert, maximaal te benutten. Zeker in deze tijd, waarin de ongelijkheid in en door het onderwijs lijkt toe te nemen, is dit urgent. Het betekent voor ons ook dat het bieden van gelijke kansen niet bij de schoolperiode ophoudt. Ook op latere leeftijd moeten mensen zich kunnen blijven ontwikkelen; uit interesse en uit de wens zich verder te ontplooien, maar ook vanwege de noodzaak om bij te blijven in een sterk veranderende arbeidsmarkt.

Vakkennis blijft de kern van het beroepsonderwijs, terwijl in de huidige, dynamische arbeidsmarkt daarnaast ook steeds meer algemene vaardigheden zijn vereist. Die moeten in de opleidingen dan ook meer aandacht krijgen. Het hoger onderwijs leidt op voor de arbeidsmarkt, maar vormt studenten ook tot breed geïnteresseerde en betrokken burgers. Talent en motivatie moet leidend zijn bij de vraag of een student toegelaten wordt tot het hoger onderwijs, niet het inkomen of opleidingsniveau van de ouders. Selectie is alleen in bijzondere gevallen (conservatorium bijvoorbeeld) acceptabel. Er komt een recht op een toets van de persoonlijke omstandigheden bij de aanmeldprocedure. Wetenschap heeft zowel een waarde in zichzelf als een maatschappelijke betekenis. Nieuwsgierigheid is de bron van wetenschap. Wetenschappers verkennen onbekend terrein en bouwen voort aan de kennis van de wereld. Zowel de diepte als de breedte van de wetenschap, en ook haar domein-overstijgende karakter, draagt bij aan het verhelderen van complexe vragen. Wetenschappers moeten hun werk vrij en onafhankelijk kunnen doen; daarom is de fundamentele wetenschap als onderdeel van een publiek bestel cruciaal. Meer investeringen in wetenschappelijk onderzoek zijn nodig, zowel publiek als privaat, ook om jonge wetenschappers vaker de zekerheid te beiden van een vaste aanstelling. Wetenschap is niet geïsoleerd van de rest van de wereld. Samenleving en wetenschap staan in wisselwerking met elkaar. Daarom ondersteunen we de nationale wetenschapsagenda. Deze, door een brede kenniscoalitie ondersteunde, agenda is uitgangspunt voor het toekomstige wetenschapsbeleid.’

SP: +

Verkiezingsprogramma SP:

Juist in crisistijd moeten we investeren in beter onderwijs. Dat is de beste manier om de economie en onze samenleving blijvend sterker te maken. Kinderen met een stoornis of beperking dreigen hun passend onderwijs te verliezen. Leerlingen die een vak willen leren raken verloren in grote leerfabrieken. Studenten zien dat hun studie onbetaalbaar dreigt te worden. Daardoor beperken we de mogelijkheden van jonge mensen om hun toekomst in eigen hand te nemen. Bestuurders van onderwijsinstellingen kijken te veel naar geld en cijfers en lijken de onderwijzers en de leerlingen uit het oog verloren. Dat heeft geleid tot hoge beloningen voor managers, maar slechte diploma’s voor studenten. Wij gaan geen nullijn invoeren voor medewerkers in het onderwijs en ook geen prestatieloon. We gaan wel werken aan kleinere scholen en kleinere klassen, zodat leerlingen en leraren, ouders en schoolleiding een gemeenschap kunnen vormen. We beperken de macht van schoolbestuurders. Kinderen die dat nodig hebben kunnen rekenen op speciaal onderwijs. Beroepsonderwijs vindt plaats in kleine vakscholen, waar jongeren les krijgen van mensen uit de praktijk. We morrelen niet aan de studiefinanciering en de basisbeurs en nemen maatregelen om de onafhankelijkheid van het wetenschappelijk onderzoek te waarborgen.’

CDA: +

Verkiezingsprogramma CDA:

Onze ouderen hebben ons land opgebouwd, maar onze kinderen zijn de toekomst. Het is onze taak om hen thuis en op school goed voor te bereiden op hun rol en plek in de samenleving en de wereld daarbuiten. Goed onderwijs biedt alle kinderen en jongeren de kans om hun talenten te ontwikkelen en uit te groeien tot volwaardige en betrokken burgers.

Waar het onderwijs juist een krachtig middel kan zijn om de dreigende tweedeling in de samenleving te keren, zien we dat door het huidige kabinetsbeleid de tweedeling in het onderwijs juist groter is geworden. Kinderen van laagopgeleide ouders hebben een kleinere kans om naar de havo of het vwo te gaan dan even slimme kinderen met hoogopgeleide ouders. Ondanks de belofte van ‘passend onderwijs’ voor alle kinderen is het aantal thuiszitters nauwelijks afgenomen. En het leenstelsel dat dit kabinet met steun van D66 en GroenLinks heeft ingevoerd, maakt het hoger onderwijs voor veel jongeren ontoegankelijk. De instroom naar het hbo en universitair onderwijs is aanmerkelijk afgenomen. Deze ontwikkelingen zijn voor ons onacceptabel en wat ons betreft ‘on-Nederlands’. Wij staan voor een onderwijs dat aan alle jongeren gelijke kansen biedt op een goede toekomst. Je inzet telt en niet je afkomst!’

PVV: 0

Dit onderwerp komt niet voor in het verkiezingsprogramma.

D66: +

Verkiezingsprogramma D66:

Goed onderwijs is, naast het gezin waarin je opgroeit, de aanjager van kansen en de motor van persoonlijke groei en ontplooiing. Een leven lang. Door onderwijs vergroot je niet alleen je kennis en ontwikkel je taal-, reken- of vakman vaardigheden: onderwijs bereidt je ook voor op een leven in een samenleving waarin er oog is voor de ander en waar mensen in staat zijn zelf goede keuzes te maken. In een wereld die steeds sneller verandert, is goed onderwijs een leven lang nodig om mensen wendbaar en weerbaar te maken. Goed onderwijs is daarmee niet alleen in het belang van het individu, maar in het belang van ons allemaal. Niet je afkomst of religie, of de rijkdom, positie of opleiding van je ouders mogen bepalend zijn. Toegankelijkheid van goed onderwijs voor iedereen is een zaak van rechtvaardigheid. Talent en inzet zijn de enige factoren die het succes van het individu bepalen. Ongeacht je afkomst, kansen voor de toekomst. Het huidige onderwijs is goed, maar onze ambities gaan verder. Vandaag is er te veel kansenongelijkheid, er zijn te weinig tweede kansen en de gemiddelde kwaliteit is niet hoog genoeg. Docenten krijgen onvoldoende de ruimte om te excelleren en er wordt te veel gedacht vanuit gemiddelden en niet vanuit de toegevoegde waarde voor elk kind – van achterblijver tot koploper. Gelukkig laten andere landen zoals Finland en Singapore zien dat er binnen één schoolgeneratie grote sprongen voorwaarts gemaakt kunnen worden. D66 kiest daarom voor investeren in onderwijs. Onderwijs is een kansenmotor, maar ook een aanjager van vrij denken en gericht op brede ontplooiing en vorming. We investeren in leraren, in kwaliteit, in brede scholen met daarbinnen vroeg- en voorschools onderwijs voor iedereen, in versimpeling van leergangen, in tweede kansen, in leven lang leren en in onderzoek; en dat alles met meer aandacht voor de leerling en minder bureaucratie.’

ChristenUnie: +

Verkiezingsprogramma ChristenUnie:

Het onderwijs dat je geeft, is bepalend voor het land dat je bouwt. Onderwijs biedt kansen en perspectief. Nederland heeft dankzij de onderwijsvrijheid een wereldwijd uniek en sterk onderwijssysteem, met een grote diversiteit aan scholen. Ouders kunnen kiezen voor het onderwijs dat aansluit bij de opvoeding en levensovertuiging. De ChristenUnie staat pal voor de vrijheid van onderwijs. Ieder kind is anders, gemiddelde kinderen bestaan niet. Iedereen heeft het recht om zijn of haar talenten te ontwikkelen: of je nu goed bent in taal en rekenen of juist met je handen. Of je nu veel of weinig beperkingen hebt. De ChristenUnie wil investeren in de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen. Het onderwijs moet eerlijke kansen bieden voor iedereen. Het is onacceptabel dat kinderen die achterstanden hebben of uit zwakkere milieus komen minder onderwijskansen hebben dan hun leeftijdgenoten. Kinderen met een beperking horen de zorg en begeleiding te krijgen die ze nodig hebben. Studenten die geen rijke ouders hebben mogen geen financiële drempel ervaren om door te studeren. Het leenstelsel zorgt echter voor een stapeling van schulden onder jongeren. Het onderwijs is niet goed ingericht op praktische vaardigheden. Scholen die zich richten op praktische vaardigheden worden gezien als ‘lager’. Maar excellent onderwijs gaat niet alleen om rekenen en taal. Jongeren met ‘gouden handjes’, zoals technici en andere vakmensen, zijn hard nodig op de arbeidsmarkt. Een school is geen leerfabriek, maar een waardengemeenschap met brede en maatschappelijke vorming. Leraren en schoolleiders zetten zich met hart en ziel in voor de vorming en ontwikkeling van onze kinderen. Zij bereiden hen voor op deelname in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Het onderwijs heeft daarvoor vertrouwen en rust nodig.

De ChristenUnie wil minder regels en meer ruimte voor scholen. De ChristenUnie trekt extra geld uit voor onderwijs. Wij geven scholen extra middelen voor professionele ontwikkeling binnen onderwijsteams. Wij investeren in scholen in krimpregio’s, zodat overal in Nederland een goed en divers scholenaanbod is. Wij investeren in hoogwaardige kennis en kundige vakmensen, om te werken aan een toekomstbestendige economie in een steeds complexere wereld.’

GroenLinks: +

Verkiezingsprogramma GroenLinks:

Het onderwijs wordt gedomineerd door het economisme. Vanaf jonge leeftijd worden kinderen opgeleid tot producten voor de arbeidsmarkt. De vroege selectie begrenst de kansen van kinderen. Afkomst bepaalt welke opleiding zij volgen. Er gaat iets grondig fout als de talenten van jongeren worden verspild en zij hun dromen niet kunnen najagen. Daar mogen wij als samenleving geen genoegen mee nemen. Onderwijs moet ongelijkheid verkleinen, niet vergroten. GroenLinks wil kansrijk onderwijs met scholen waarin kinderen opgroeien tot zelfbewuste en nieuwsgierige volwassenen die vol zelfvertrouwen hun weg vinden in de moderne samenleving. Ieder kind is anders en ontwikkelt zich anders. Jonge mensen moeten op ieder schoolniveau, van vmbo tot vwo, van mbo tot universiteit, het beste uit zichzelf kunnen halen. We willen inclusieve scholen waar leerlingen hun eigen ontwikkeltempo kunnen volgen, waar ze leeftijdsgenoten met verschillende achtergronden ontmoeten en waar leraren trots kunnen zijn op hun vak. GroenLinks wil dat ons onderwijs kinderen de kennis en vaardigheden geeft die aansluiten bij de 21e eeuw. Laatbloeiers krijgen een tweede, derde, en als het nodig is, een vierde kans.

SGP: +

Verkiezingsprogramma SGP: ‘De gaven die alle mensen van hun Schepper gekregen hebben, kunnen bij uitstek gestimuleerd en gevormd worden op scholen en andere onderwijsinstellingen. Goed onderwijs wekt ook verwondering over de schoonheid van de schepping en geeft richtingwijzers naar ‘het goede leven’. Kernvaardigheden als rekenen en taal zijn dus duidelijk onderdeel van de bredere vorming van leerlingen. Naast de persoonlijke vorming van kinderen, dienen zij ook te leren om, ieder op zijn of haar eigen manier, een bijdrage te leveren aan onze samenleving. Dat gebeurt bijvoorbeeld door een goede beroepsopleiding te bieden, maar ook door respect bij te brengen voor gezagsdragers. En als scholen een maatschappelijke stage aanbieden, kunnen ze jongeren bijvoorbeeld in contact brengen met hulpbehoevende of eenzame ouderen.’